De artsenorganisatie KNMG is na intensieve raadpleging van artsen tot een standpunt gekomen over de rol van de arts bij het zelfgekozen levenseinde. Daaraan was behoefte na tien jaar euthanasiewet en voortschrijdend inzicht. Het Humanistisch Verbond is verheugd dat de euthanasiewet ruimer wordt geïnterpreteerd dan tot nog toe het geval was. Artsen worden opgeroepen elk euthanasieverzoek serieus te onderzoeken.

Mensen hoeven niet terminaal ziek te zijn om hulp te kunnen krijgen. Zij die hun leven voltooid achten zonder medische grondslag zijn echter ook met dit nieuwe standpunt nog niet verzekerd zijn hulp bij zelfdoding door een arts. Ook als zij een diepe doodswens hebben en zelf menen dat verder leven ondraaglijk is.
KNMG voorzitter Kruseman zegt in een uitzending van Nieuwsuur op 6 september onomwonden dat een voltooid leven zonder medische grond onvoldoende is voor hulp door een arts. Hij stelt daarbij dat het medische domein de expertise is van de arts en dat een puur exisentiële problematiek ‘een ander debat vraagt’. Voor mensen met een puur existentiële doodswens blijven dus andere hulproutes nodig, zoals voorgesteld door het burgerinitiatief Uit Vrije Wil.
Dus voor Mevrouw van der Kolk, te zien in uitzending, biedt het nieuwe standpunt geen soelaas. Zij heeft een diepe doodswens, is ‘zo moe, zo op’ en lijdt aan diverse ouderdomskwalen, die de benodigde medische grondslag bieden. Toch ziet haar arts, Arjen de Jager, in het nieuwe standpunt geen reden haar eerder gedane verzoek om hulp nu wel in te willigen. ‘Het is duidelijk dat ze lijdt aan het leven. Maar haar lijden is niet voldoende’ stelt hij. Als hij hulp zou bieden zou hij niet veroordeeld worden maar zelf vindt hij haar wens niet overtuigend. Niet haar diepdoorvoelde wens maar het inlevingsvermogen van de arts is het criterium. Ook voor mensen als mevrouw van der Kolk blijft de ontwikkeling van andere hulp routes nodig, tenzij ze een arts vindt die een andere afweging maakt.
Lees ons dossier over voltooid leven