Een kleine strijd vóór gelijkberichting van ongodsdienstigen en een grote strijd tégen nihilisme. Daarover sprak de eerste voorzitter van het HV Jaap van Praag vandaag 65 jaar geleden (1946) in zijn oprichtingsrede. De kleine strijd lijkt goeddeels gestreden, de grote niet. We zullen blijven ons inzetten voor een, om met Van Praag te spreken, 'in ieder opzicht menswaardig leven'!
Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide bij ongodsdienstige mensen als Jaap van Praag, Garmt Stuiveling, Henriette Polak-Schwarz e.a., het besef dat er een aparte, niet-politieke vereniging moest komen. Een verbond die de ongodsdienstige mensen een levensbeschouwelijk dak zou geven en zou strijden voor een maatschappelijk gelijkwaardige positie van buitenkerkelijke mensen.
In de oprichtingsrede vertelt Jaap van Praag waarom het Humanistisch Verbond nodig is.
"Het valt immers niet te ontkennen dat het merendeel der onkerkelijken in een geestelijk nihilisme heeft geleefd, waaraan het feit niets veranderde dat een kern van ongodsdienstigen voor zichzelf een doordachte en verantwoorde levensbeschouwing had opgebouwd. Daarom zal een humanistisch verbond voor alles moeten bevorderen dat leden en geestverwanten zich bezinnen op de grondwaarden waaruit zij leven en op de zin van hun bestaan."
De meeste energie werd in de eerste twintig jaar van het HV echter gestoken in de 'kleine' strijd: de gelijkberechtiging met godsdienstigen. En die strijd werd in de tijd van de verzuiling met verve gevoerd. Het ging daarbij vooral om zogenaamd 'praktisch humanisme', zoals:
In 1966 maakte algemeen voorzitter Jaap van Praag de balans op van de emancipatiestrijd voor buitenkerkelijken (de 'kleine' strijd): 'De strijd is in beginsel beslecht; de gelijkgerechtigheid wordt principieel nauwelijks meer betwist; ook al blijven er praktisch nog wensen te vervullen (....).
En over de strijd tegen het nihilisme (de 'grote' strijd), stelde hij: 'Het gaat in één woord om de weerbaarheid van de buitenkerkelijke mens [...] Het komt er op aan alle beschikbare middelen en mogelijkheden te gebruiken voor de verwerkelijking van een in ieder opzicht menswaardig leven.'
Rond 1966 is de kleine strijd in beslecht en komen de humanisten op gelijke voet met de godsdienstigen.
Een deel van het gedachtengoed uit de beginjaren van het Humanistisch Verbond is nog springlevend in het moderne humanisme. Dat ziet u terug in wat wij doen. Het humanisme is en blijft voor ons (zoals ook voor Van Praag) een uniek experiment om goed en mooi te leven.
Zowel maatschappelijk als persoonlijk streven humanisten naar menselijke ontplooiing en ontwikkeling. Kernwoorden hierbij zijn vrijheid, kracht, verantwoordelijkheid en waardigheid.
In het recent gepubliceerde document Eigentijds Humanisme vindt u de uitgangspunten van het levensbeschouwelijke humanisme van het Humanistisch Verbond. Deze uitgangspunten zijn de basis voor humanisten om in actuele maatschappelijke en levensbeschouwelijke discussies een mening te vormen. En een basis voor een persoonlijk humanisme.
Eigentijds humanisme bestaat uit drie onderdelen:
De komende weken zullen we aan verschillende mensen vragen stil te staan bij verleden en toekomst van het moderne humanisme. Wat is nog actueel in het gedachtengoed van Van Praag, wat is er al bereikt, maar ook wat staat ons humanisten nog te doen de komende tijd?
Wilt u ons feliciteren, ons iets toewensen voor de komende jaren of iets anders delen?
Laat uw reactie dan achter in het gastenboek.
Gepubliceerd:17-02-2011