Marcus Tullius Cicero is de man van het serieuze denkwerk over het begrip humanitas. De betekenis van dit Latijnse woord is in hoge mate verleend door deze grote Romeinse schrijver, redenaar, politicus en denker. Hij verbindt humanitas met medemenselijkheid, beschaving en vorming.

Iemand die echt mens is, heeft ook gevoel voor de noden van een ander. En handelt daar ook naar, medemenselijkheid dus. De naam van de humanistische stichting Humanitas verwijst naar deze betekenis.
In een tweede betekenis, beschaving, staat humanitas bij Cicero voor de ontwikkelde levensstijl van hemzelf en zijn standsgenoten in de stad Rome. Een paar van zijn sleutelwoorden: verfijnde humor en tact, plezierige omgang met anderen, toegankelijkheid. Humanitas wordt zo vooral ook een begrip met een culturele lading. Het zegt iets over de waarden van een specifieke, leidende groep, de culturele elite. Het is niet uitgesloten dat Cicero zou hebben meegelopen met de Mars der Beschaving van 26 juni.
Als laatste verwijst het begrip naar het menselijke verstand, de ratio. Dan wordt het voeden en vormen van dat verstand met kennis, doctrina, een logische nieuwe waarde. Om volledig mens te worden moet je je verstand ontwikkelen. Dat doe je door een brede literaire en culturele scholing: taal en literatuur, geschiedenis, (praktische) wijsbegeerte, recht, ethiek. Alles komt samen in het model van de perfect gevormde redenaar, die over al die kennis beschikt en die kan optreden met moreel gezag en overtuigingskracht. Lees verder in de Humanistische Canon