Een humanistisch requiem is een contradictio in terminis natuurlijk. Daarom spreekt componist Joop Voorn (79) liever van een wereldlijk of filosofisch requiem. Voorn schreef deze voor het koor Cappella Gabrieli. De titel is ‘Schweigsamer Tod’. Hij maakte een keuze uit de poëzie van onder meer Rilke, Hölderlin, Heine en Hesse.
Op 17 en 19 novermber wordt het stuk uitgevoerd. Wat wilt u dat mensen bijblijft? Voorn denkt lang na voordat hij antwoordt, en glimlacht even.
"Toch dat mensen geraakt zijn en getroffen worden door de manier waar op ik klank kan geven aan de woorden uit de gedichten. Ik kan dat verder uitleggen. Ik heb ooit gedichten van Gorter op muziek gezet. Iemand vond toen dat ik de woorden “diep blauw” zo mooi had verklankt. Je kunt woorden muzikaal tot uitdrukking brengen. Ik ben blij als dat overkomt bij luisteraars.”
Het idee voor een requiem ontstond enige maanden geleden.“De dirigent, Maarten Michielsen, vroeg mij een compositie over de dood te maken. Hij gebruikte toen het woord "requiem". Requiem in de traditionele zin wilde ik niet. Hij kwam direct met de term "humanistisch". Ik vond dat niet goed en stelde de term "wereldlijk" voor. Maar toen was het al humanistisch genoemd. Feit is wel dat ik niet wil verwijzen naar God of hel en verdoemenis als men over de dood praat. En ik wil ook niet te veel nadruk leggen op verlies, beklag en treurnis. Een traditioneel Latijns requiem verwijst naar de eeuwige goddelijke rust. De blijkt al uit de eerste zin van de requiemmis: ‘Requiem aeternam dona eis, Domine’ (Geef hun eeuwige rust, O Heer).”
Voorn zoekt het dus niet in het eeuwige zielenheil, gegeven door God. Maar hoe kunnen we met de dood omgaan als seculieren. Heeft u een les getrokken uit al die mooie gedichten die u gebruikt?
“Nee, ik had geen vooropgesteld idee, ik heb mezelf laten verrassen. Zoals ook de mensen kunnen doen die mijn “Requiem” horen en de gedichten lezen. Ik ben gaan zoeken in mijn eigen boeken en op internet. Laat ik voorop stellen dat de gedichten in de eerste plaats componeerbaar en verklankbaar moesten zijn. Dat was mijn norm. Ten tweede zocht ik naar Duitse gedichten, omdat Duits een buitengewoon geschikte taal is om in te zingen.”
Als we de teksten bekijken die gekozen zijn, blijkt dat hij vooral op zoek was naar de vele dimensies van de dood. De titel verwijst naar een passage uit ‘Die Sonette an Orpheus’ van Rilke. In het laatste terzine stuiten we op 'de zwijgzame dood'.
Wir, wir unendlich Gewagten, was haben wir Zeit!
Und nur der schweigsame Tod, der weiß, was wir sind
und was er immer gewinnt, wenn er uns leiht.
Het is één van Voorns favoriete gedichten. Waarom? "Nou, omdat het de geschiedenis van de mensheid beschrijft, maar ook prachtig beschrijft waarom we Goden ontworpen hebben. Daarnaast komt het besef van sterfelijkheid aan de orde en het idee dat ouders - na hun eigen dood- voor hun kinderen altijd een beter leven willen."
Voorn werd tevens getroffen door de tegenstellingen die dichters vinden als ze nadenken over de dood. Herman Hesse gebruikt dat in een gedicht uit het boek ‘Das Glasperlenspiel” uit 1932. Hesse verwoordt daar het verlangen naar de dood, dat er soms kan zijn. Een fragment:
'Sehnsucht nach Nacht, nach Blut, nach Barbarei.
IM Leeren dreht sich, ohne Zwang und Not, //Frei unser Leben, stets zum Spiel bereit,
Doch heimlich dürsten wir nach Wirklichkeit,
Nach Zeugung und Geburt, nach Leid und Tod.'
Joop Voorn is katholiek opgevoed, maar zocht al snel een bredere blik op spiritualiteit. Dat vond hij in de antroposofie en daarom werd hij lid van de Antroposofische Vereniging. Antroposofie kan het beste worden omschreven als een weg om door zelfkennis en kennis van de wereld te komen tot bewustwording van je menszijn. Vooral dat laatste past bij het humanisme, toch? "Ik ken het humanisme niet heel goed, maar ik associeer het met zelf verantwoordelijkheid nemen en de notie dat er geen waarheid is buiten de mens. Zelf sluit ik het bestaan van God niet uit. Maar ik zie God dan ook niet als een entiteit die tussenbeide komt in de wereld. Als er een God is dan is hij niet buiten ons, transcendent weliswaar, maar daardoor immanent."
Voorn heeft zich verdiept in Het Tibetaanse boeddhisme. “Ik leer hierdoor vooral stil te staan bij mezelf: Hoe staat het er voor met mezelf? Verder kan door te mediteren me bevrijden van mijn eigen onwetendheid. Ik ervaar verder niet zo heel veel, maar kom wel meer in contact met de ware aard van de dingen. Het boeddhisme heeft me geleerd dat de wereld niet is zoals we hem denken, dat is te beperkt.”
De componist en voormalig muziekdocent heeft nergens spijt van in zijn leven. “Nee, het is gegaan zoals het gegaan is. Ik denk dat alles wel zinvol geweest is. Maar de dood blijft natuurlijk wel het uur van de waarheid. Al het andere wordt daardoor kleiner.”
Meer weten over de uitvoering. Lees verder op de site van Cappella Gabrieli.