Saïd groeit op tijdens de burgeroorlog in Somalië in de jaren ‘90. Nadat zijn vader en oudste broer thuis vermoord worden, moet de rest van de familie vluchten. Saïds moeder komt als vluchteling in Nederland terecht.

Saïd groeit op tijdens de burgeroorlog in Somalië in de jaren ‘90. Nadat zijn vader en oudste broer thuis vermoord worden, moet de rest van de familie vluchten. Saïds moeder komt als vluchteling in Nederland terecht. De 8-jarige Saïd vlucht met een zus van 10 en een broer van 12 jaar naar Kenia. Vijf jaar lang overleven de kinderen onder zware omstandigheden in de vluchtelingenkampen in Kenia, waar verkrachtingen en moorden aan de orde van de dag zijn. Tot het Rode Kruis hen vindt en zij in 2004 met hun moeder herenigd worden.
Volgens Bureau Jeugdzorg Friesland is de dan 13-jarige Saïd zwaar getraumatiseerd. Hij gaat zich steeds vaker misdragen en wordt veroordeeld tot een taakstraf wegens verschillende incidenten. Tevens wordt hij enige tijd onder toezicht geplaatst in een jeugdinrichting. Sindsdien houdt hij zich aan de regels. Maar zijn verblijfsvergunning wordt niet verlengd en hij wordt ‘ongewenst vreemdeling’ verklaard en moet het land uit. Saïds familieleden mogen blijven en krijgen een Nederlands paspoort. Zijn advocaat gaat tevergeefs in beroep.
Het beleid van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer- en Vertrek (DT&V) is helder: Saïd is als ongewenst vreemdeling zelf verantwoordelijke voor vertrek. Hij had onmiddellijk na de ongewenst verklaring moeten vertrekken. Hier blijven is strafbaar. Hij kan tot zes maanden gevangenisstraf krijgen voor het feit dat hij hier nog is. Daarna kan hij tot anderhalf jaar in vreemdelingendetentie gehouden worden. Deze gecombineerde detentie kan overigens eindeloos herhaald worden.
De jonge Somaliër is verantwoordelijk voor zijn eigen terugkeer. Maar hijzelf noch de overheid kan daarvoor zorgen. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft uitzetting naar Somalië in een uitspraak van 28 juni 2011 verboden, omdat de burgeroorlog nog in volle gang is. Bovendien geeft Somalië geen identiteits- en reispapieren af. Dat is een voorwaarde om het land binnen te komen. Hij kan niet worden uitgezet naar Kenia, omdat Kenia alleen identiteitspapieren kan afgeven voor eigen burgers. Daarnaast mogen luchtvaartmaatschappijen geen mensen zonder papieren vervoeren.
Als ongewenst verklaarde kan hij geen beroep doen op regelingen, zoals het aanvragen van een ’buitenschuldverklaring’, waarmee hij alsnog een verblijfsvergunning zou kunnen krijgen. Want opheffing van de ongewenstverklaring kan pas aangevraagd worden nadat hij vijf jaar officieel buiten Nederland is verbleven. Wie hier ongewenst illegaal is, kan nergens in Europa legaal verblijven. Dus die weg loopt eveneens dood.
Terugkeer naar Somalië is geen optie. Het zou Saïd, met zijn verleden, doodsbang maken. Maar ook zijn leven in Nederland is leeg en zinloos. Zijn begeleidster bij Bureau Jeugdzorg Friesland zegt: “Na alles wat hij zo jong heeft meegemaakt heeft hij zijn familie nodig. Hij wil zich ontwikkelen, leren, iets doen, maar zit al drie jaar thuis. Hij mag niet naar school of werken, zijn familie onderhoudt hem.”
Eigen verantwoordelijkheid? Saïd zou hem graag nemen. “Hij zit vast tussen toelaten en uitzetten”, stelt zijn advocaat: “De menselijke aspecten zien we niet terug in de toelating.” Het toekomstperspectief is levenslang illegaal in Nederland, met de dreiging van herhaaldelijke langdurige detentie, in de buurt van zijn familie, of elders illegaal verblijven, met de sancties die daar gelden. Zo’n vastgelopen leven deelt Saïd met duizenden onuitzetbaren.
Saïds zaak is illustratief voor de morele vragen die ons vreemdelingenbeleid oproept. Trekt Nederland de handen niet te snel af van mensen die eerder met goede reden zijn toegelaten? Duidelijk wordt dat een ongewenstverklaring een enorme impact kan hebben op een mensenleven. Een onuitzetbare wordt ermee veroordeeld tot levenslange illegaliteit en hij of zij verliest elk perspectief op een normaal leven. Dat roept de vraag naar proportionaliteit op. In het geval van Saïd is wellicht te snel gegrepen naar het zware middel van een ongewenstverklaring. Immers, hij pleegde zijn daden als minderjarige pleegde en werd daarvoor al bestraft.
Had bij die beslissing bovendien geen rekening gehouden moeten worden met onuitzetbaarheid, waardoor de levenslange consequenties ervan al te voorzien waren? Ongetwijfeld is in het geval van Saïd conform onze vreemdelingenwet gehandeld. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat beleid dat dergelijke patstellingen veroorzaakt moreel echter niet te rechtvaardigen is.
Het wrange is bovendien dat zo het illegaal verblijf gecreëerd wordt, dat we met de vreemdelingenwet proberen tegen te gaan, met alle gevolgen van dien. Nog los van de morele implicaties, is de inzet van de ongewenst verklaring in deze gevallen dus bijzonder ineffectief.
Eén van de noodzakelijke herzieningen van ons vreemdelingenbeleid is niet te snel met een ongewenstverklaring te komen, om te verhinderen dat mensen in de illegaliteit terecht komen. Zeker bij onuitzetbaren zou een kans op rehabilitatie geboden moeten worden. Humanisten zijn vóór eigen verantwoordelijkheid, maar wel zó dat die ook genomen kan worden.
Saïds advocaat heeft een verzoek ingediend bij Minister Leers om de zaak te heropenen op basis van schrijnendheid. Maandag 22 augustus wordt het verzoek voorgelegd aan de IND.