De Europese Humanistische Federatie (EHF) vindt dat ze wordt gediscrimineerd door de Europese Commissie. 'We lijden onder een minachtende behandeling van die in groot contrast staat met de voorkomende houding ten opzichte van de kerken,' zegt David Pollock, de president van de EHF.
De Commissie is verplicht een dialoog te voeren met kerken, maar ook met filosofische en non-confessionele organisatie. Maar ze doet dat niet. Daarom heeft de Europese Humanistische Federatie (EHF) de Europese Commissie ervan beschuldigd dat deze weigert zich te voegen naar de eisen van het Verdrag van Lissabon. De Federatie heeft een klacht ingediend bij de Europese Ombudsman, blijkt uit een persbericht van 19 oktober.
In Artikel 17, derde lid van het “Verdrag inzake de Werking van de Europese Unie” zegt dat de Unie niet alleen een regelmatige, open en transparante dialoog zal voeren met kerken, maar ook met filosofische en non-confessionele organisaties. Gedurende vele jaren heeft de Commissie dialoog-bijeenkomsten gehouden met vertegenwoordigers van de kerken. De Europese Humanistische Federatie heeft ook een dialoog-bijeenkomst voorgesteld, met als thema de godsdienstige vrijstellingen in de Europese richtlijnen tegen discriminatie. Maar de Commissie weigerde dat onderwerp te bespreken. Pogingen om het standpunt van de Commissie te veranderen hadden geen resultaat.
De Commissie weigert om de EHF toestemming te geven voor een afspraak met functionarissen die belast zijn met het non-discriminatie beleid, zegt David Pollock, de president van de EHF.
“De verantwoordelijke functionaris is zich wel degelijk bewust van de problemen, hetgeen bleek toen hij onlangs het woord voerde tijdens een bijeenkomst in het Europees Parlement. De onbegrijpelijke verontschuldiging van de Commissie is dat we willen spreken over godsdienst of filosofie, hetgeen buiten de bevoegdheid van de Commissie ligt. Dat klopt, maar wat wij willen is niet een gesprek over godsdienst maar over mensenrechten, gelijkheid en non-discriminatie, en deze thema’s liggen wel degelijk binnen de grenzen van de bevoegdheid van de Commissie. Precies dezelfde problemen kwamen we vorig jaar tegen toen we een bijeenkomst wilden houden die de Commissie had toegezegd te subsidiëren, met als resultaat dat de bijeenkomst nooit is gehouden”
“Te lang lijden we onder een minachtende behandeling van de Commissie, die in groot contrast staat met de voorkomende houding ten opzichte van de kerken", betoogt Pollock. "Terwijl de Commissie jaarlijks bijeenkomsten houdt met leidende vertegenwoordigers van de kerken, heeft het jaren geduurd voordat de Commissie een bijeenkomst organiseerde met non-confessionele organisaties. We wilden geen publieke klacht indienen, maar er restte ons niets anders om onze toevlucht toe te nemen. Dit is ofwel incompetentie van de Commissie, of, waar we bang voor zijn, een poging om nader onderzoek naar privileges van kerken buiten schot te houden.”
31-10-2011