Het biggetje en het egeltje hadden altijd gedacht dat ze het zo goed hadden dat het niet beter kon gaan dan nu. Tot ze op een dag een goede, misschien wel kwade dag een poster op hun huisjes vonden die daar s nachts was opgeplakt en waarop stond: Wie God niet kent, mist iets! En omdat ze graag te weten wilden komen wat ze dan misten gingen ze samen op weg om God te vinden. Zo begint het boek van Michael Schmidt-Salomon en Helge Nyncke, Hoe komen we bij God? vroeg het het kleine biggetje. Vrijdenker Floris van den Berg was bij deze uitgave betrokken vanuit de Vrije Gedachte.
Floris van den Berg: En dus gaan het biggetje en het ezeltje langs bij een jood, een christen en een moslim. De rabbijn vertelt dat God zo kwaad geworden was over de mensen dat hij besloot alle leven op aarde te vernietigen. Dat vind ik nou echt heel gemeen! dacht het biggetje. (...)
Bij de bisschop eet het biggetje van de schaal met hosties waarop de bisschop woedend wordt: "Dat is het vlees van Jezus, die zich voor ons heeft geofferd!" "O," daar kreeg het biggetje het toch te kwaad. (...) Gauw spuugde het biggetje die malle koekjes weer uit en pakte egeltjes hand. Direct wegwezen hier! riep hij. (...)
In de moskee worden ze ontvangen door een moefti. Om moslim te worden, zo legt de moefti uit, moet je vijf keer per dag bidden en je wassen. Ik ga zeker niet vijfmaal per dag bidden, zei het egeltje. Ik heb ook nog andere dingen te doen. Dan kun je geen moslim worden, legde de moefti uit .Tja, dan houdt het hier op, meende het egeltje schouderophalend. (...) Hierop wordt de moefti woedend. Geschrokken vluchten egeltje en biggetje de moskee uit. Thuis gekomen bedenken de twee vrienden dat ze niets missen zonder god. Ach, wat hebben we het toch goed!, zei het biggetje.
De waarde van religie wordt schromelijk overschat, meent Van den Berg. Zelfs mensen die zelf niet geloven menen dat het belangrijk is om kennis te nemen van religies en om respect te tonen voor het geloof en voor gelovigen. Dit kleurrijke, fraai geïllustreerde en politiek incorrecte kinderboek -waar veel volwassen gelovigen ook hun voordeel mee zouden kunnen doen- laat nog eens zien hoe belachelijk religie eigenlijk is. Door het maatschappelijke debat over religie en de roep om respect wordt nogal eens uit het oog verloren hoe vreemd en onzinnig de dogmas en riten van religies zijn. Een kinderboek is misschien nog wel sterker dan een doorwrocht filosofisch atheïstisch pleidooi.
Michael Schmidt-Salomon, de auteur van het boek, is filosoof en vrijdenker en voorzitter van de Duitse vrijdenkersvereniging de Giordano Bruno Stichting. Het dunne boekje biedt veel stof tot nadenken en reflectie en kan op vele verschillende manieren gebruikt worden, vertelt Van den Berg. Ten eerste als kinderboek. Kinderen hebben veel meer aan dit boekje dan aan catechisatie. Dit boekje lijkt me meer dan genoeg kennis bevatten over religie en ik ben benieuwd of het op scholen voorgelezen zal worden. Daarnaast zwengelt Hoe komen we bij God? het debat aan over religieuze opvoeding en religieus onderwijs. Zou het niet beter zijn om kinderen zonder god te laten, dan hun op te zadelen met allerlei angstwekkende verhalen en riten? Tenslotte worden gelovigen venijnig uitgedaagd hun geloof te verdedigen, want slechts een dun kinderboekje laat al zien hoe problematisch een specifiek geloof is: waarom het ene geloof en niet een ander, bijvoorbeeld?
Vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte geeft dit boek uit in samenwerking met uitgeverij De Papieren Tijger. Vrijdenker Frans Bijlsma zorgde voor de soepele en toegankelijke Nederlandse vertaling. Het boek wordt gepresenteerd tijdens de Anton Constandselezing & Vrijdenker van het Jaar benoeming op 18 september.
Michael Schmidt-Salomon (tekst), Helge Nyncke, Hoe komen we bij God? vroeg het het kleine biggetje. Een boek voor iedereen die zich niets laat wijsmaken, Papieren Tijger/ De Vrije Gedachte, Breda/Rotterdam, 2010, vertaald uit het Duits door Frans Bijlsma.
Te bestellen voor Ä 15,- bij Uitgeverij de papieren tijger.