'Het sleutelwoord in de ethiek van Sartre is de onontkoombare vrijheid: een vrijheid waartoe wij veroordeeld zijn. Dat is een intrigerende stelling in de maand van de filosofie die gewijd is aan het begrip vrijheid', vertelt hoogleraar Moderne Letterkunde aan de Universiteit Utrecht Maarten van Buuren. Op 13 april spreekt Van Buuren over de Franse filosoof en schrijver Jean Paul Sartre.
Om twee redenen. In de eerste plaats behoort Sartre tot de belangrijkste filosofen van de 20ste eeuw. In de tweede plaats heeft Sartre uitermate belangrijke dingen te zeggen over het thema Levenskunst van de lezingenreeks voor Studium Generale. Het sleutelwoord van Sartres ethiek is vrijheid, een absolute, onontkoombare vrijheid, een vrijheid waartoe wij veroordeeld zijn.Dat is een intrigerende stelling in een week van de filosofie die gewijd is aan juist dit begrip vrijheid.
De titel 'Vuile handen' slaat op het gelijknamige toneelstuk van Sartre (1948) en verwijst naar de noodzaak van engagement en de onvermijdelijke vuile handen die je daarbij krijgt. De titel was een werktitel. Als ik nu een ondertitel zou moeten kiezen, zou die waarschijnlijk luiden: de actualiteit van Sartres existentialisme / c.q. van zijn vrijheidsbegrip.
La Nausée/ Walging.(1938) Sartre op zijn best. Hij bemoeit zich nog niet met politiek in de jaren '30 en concentreert zich geheel en al op het raadsel wat het betekent om te bestaan, om te zijn.
De kale grondslag van het bestaan is onze facticiteit, ook wel onze contingentie. We worden geworpen in een wereld en de boodschap is eigenlijk: zoek het maar uit. Die wereld heeft geen voorafgegeven zin of betekenis of doel en is daarom angstaanjagend in zijn betekenisloosheid. Sartre vertaalt deze ervaring, waaronder hijzelf gebukt ging in die jaren '30 en die hem op de rand van de depressie bracht (de eerste titel van La Nausée luidde Melancolia) in het verhaal van Roquentin. Die houdt een dagboek bij van zijn troosteloze bestaan als onderzoeker in een stadsbibliotheek van Bouville (een literair vertaling van Le Have, waar Sartre in die tijd leraar filosofie was) .
Het boek staat vol met pakkende uitspraken.
Saint Genet, comédien et martyr (De Heilige Genet, Comediant en Martelaar), 1948.
Een biografie of liever een existentialistische psychoanalyse van de toneelschrijver Jean Genet.
Of nog liever een filosofisch werk, waarin Sartre aan de hand van een concreet en nog levend voorbeeld aantoont hoe de grondslagen van zijn existentialistische filosofie (neergelegd in L' être et le Néant/ Het Zijn en het Niet), 1943) moeten worden begrepen. Prachtig geschreven en vol met de meest briljante inzichten in de manier waarop Genet ervoor heeft gekozen om dief en misdadiger te zijn.Terwijl alles erop lijkt te wijzen dat Genet door de omstandigheden (hij was een vondeling die slecht behandeld werd door zijn liefdeloze pleegouders) niet anders kon dan in de criminaliteit vereild raken. Genet lijkt een schoolvoorbeeld van determinsme, maar Sartre toont op meesterlijke wijze aan dat het juist andersom is. En dat Genet in volle vrijheid koos voor een carrière als boef. Zeer overtuigend en sprankelend van geniale inzichten op elke bladzijde.
Het voor de hand liggende antwoord is: neen, natuurlijk niet. Maar bij Sartre ligt het allemaal wat ingewikkelder. Sartre is een ongemakkelijke combinatie van beide, omdat Sartres existentiefilosofie zich op hoofdlijnen niet laat rijmen met Sartres politieke denkbeelden. Sartres existentiefilosofie gaat uit van de contingentie van het bestaan, de asburditeit, de zinloosheid en doelloosheid: het niets van waaruit wij starten om het bestaan met onze eigen projecten zin te geven.
Na de oorlog verklaart Sartre zich solidair met het marxisme en dus met de marxistische geschiedsfilosofie van het dialectisch materialisme. Dat wil zegen van de overtuiging dat de geschiedenis zich beweegt naar een doel dat de klassenloze maatschappij heet. Dat doel is in flagrante strijd met Sartres contingentie-beginsel. Wat Sartre na de oorlog doet is in zijn Critique de la Raison Dialectique vasthouden aan zijn beginsel van de richtingloze werkelijkheid. Maar dat boek is in zulk verschrikkelijk jargon geschreven dat het voor bijna niemand te begrijpen is.
In het openbaar verklaarde Sartre zich solidair met de U.R.S.S. sloot de ogen voor de strafkampen in Siberië en vond hij dat Rusland een veel vrijer land was dan Frankrijk etc. Sartre spreekt met twee tongen. Camus heeft hem dat in scherpe bewoordingen verweten in L'Homme Révolté. Het was de oorzaak van een conflict dat nooit is bijgelegd
Integendeel. Sartre onderscheidt in L'être et le Néant drie soorten van zijn. Zijn in zichzelf (être-en-soi), Zijn voor zichzelf (être-pour- soi) en Zijn-voor- de-ander. De eerste vorm van zijn bestaat uit mensen die zichzelf beschouwen als een ding: ze zijn redacteur,of hoogleraar, of huismoeder enzovoorts en ze laten zich verstenen in deze essentie. Ze conformeren zich aan wat menzich bij een redacteur, hoogleraar of moeder voorstelt. Deze mensen zijn gesloten in zichzelf. Ze missen elke vorm van transcendentie. Ze wijzen de vrijheid af, die toch fundamenteel is voor hun bestaan als mens. Deze mensen zijn wat Sartre noemt les salauds, de schoften.
Mensen die hun mens-zijn werkelijk accepteren en realiseren, zijn voor-zichzelf, dat wij zeggen dat zij in volle vrijheid voortdurend bewust zijn van de sitatie waarin zij zich bevinden en zich daar voortdurend uit voortbewegen in de richting van hun project. Zij zijn vrij, omdat ze de volle ruimte benutten van hun vrijheid. Dit is een optimistische kijk op de werkelijkheid, zegt Sartre terecht. Tenslotte is er het Zijn-voor-de-ander. Dat voor moet worden begrepen als ten overstaan van, niet als ter wille van.De ander is een voortdurende bedreiging voor ons Zijn voor onszelf, voor onze vrijheid. Geen ekele filosoof heeft een zo prikkelende, stimulerende, enthousiasmerende werking op mij gehad als Sartre. Geen filosoof heeft de waarde en de essentie van het mens-zijn zo scherp verwoord als hij. Ik beaam hem volmodig als hij zegt dat zijn filosofie heel optimisch is.
De hoofdzaken van Sartres existentialisme voor zover die ook nu nog van belang zijn.
De belangrijkste zijn vrijheid, volwassenheid en verantwoordelijkheid.
De lezing vindt plaats op dinsdag 13 april. Joep Dohmen zal een reactie geven op de lezing.
Kijk op de website van Studium Generale voor het programma en de opnames en verslagen van vorige lezingen in de serie Levenskunst. April is de maand van de filosofie, het thema is vrijheid. In het hele land zijn er lezingen en evenementen.
Kijk in ons dossier.
Gepubliceerd:07-04-2009