Zoeken

Hulp bij zelfdoding moet uit het Wetboek van Strafrecht

Mee eens
Oneens
Weet niet

'Het humanisme uitdragen in je leven!'

Albert Heringa (67) hielp zijn 99-jarige moeder Moek Heringa aan de middelen waarmee ze zelf een eind aan haar leven maakte. Daarvoor wordt hij nu vervolgd. Heringa is sinds 1960 lid van het Humanistisch Verbond. 'Het humanisme is iets wat je ook moet doen en uitdragen in je persoonlijke leven!'

cop. NVVE. / Charlotte BogaertWaarom bent u lid geworden van het Humanistisch Verbond?

Ik ben lid geworden van het Humanistisch Verbond toen ik ben gaan studeren in 1960. Ik was sterk levensbeschouwelijk geďnteresseerd. Als kind groeide ik op in een min of meer Doopsgezinde omgeving (o.a zondagschool). Mijn vader werd Quaker en probeerde mijn levensbeschouwelijke belangstelling te stimuleren door mij mee te nemen naar verschillende vrijzinnige gemeenschappen, waaronder de Vrije Gemeente in Amsterdam (het latere Paradiso). Tijdens mijn middelbare schooltijd mocht ik vaak mee naar concerten van o.a. het Concertgebouw Orkest, waarop mijn ouders een abonnement hadden. Ik heb daar onder de muziek veel zitten filosoferen over het leven en het geloof en kwam tot de conclusie dat het christendom mij niet aansprak, dat de kwesties van goed en kwaad er niet door werden verklaard of opgelost, in tegendeel.

Ik had behoefte aan een meer positieve benadering dan mezelf alleen maar atheďst of agnost te noemen. Het humanisme leek dat te bieden. Dat wil niet zeggen dat ik overtuigd was van het goede in de mens als uitgangspunt, zoals dat toen onder meer door Jaap van Praag werd benadrukt. Dat vond ik weer te veel van het goede. 'Het voordeel van de twijfel', zoals dat later meer als thema aan de orde kwam sprak mij wel zeer aan.

Een andere belangrijke drijfveer was zeker ook dat ik een georganiseerde belangenbehartiging van de niet-christelijke wereld erg belangrijk vond (en vind).
De Vrije Gedachte was me daarin te radicaal en te gelijkhebberig net als de meeste kerken. Ik hield van het gedachten wisselen, binnen het HV maar ook bij de VCSB, weliswaar een christelijke studenten vereniging, maar wel met dezelfde soort twijfel als basis. Maar belangrijker vond ik nog het idee dat humanisme iets is wat je ook moet doen en uitdragen in je persoonlijke leven!
En zo liet ik me in 1969 verleiden circa 3 jaar lang als vrijwillig geestelijk raadsman op te treden van TBS-veroordeelden (nu: TBR) in de inrichting Groot-Batelaar in Lunteren. Veel later, in de jaren negentig maakte ik deel uit van een Wageningse werkgroep voor Humanistische hulpverlening waarin HV en Humanistas goed samenwerkten op het gebied van huisbezoek, rouwverwerking, rituelen, uitvaartverzorging, et. cetera.

Welke drie waarden spreken u het meeste aan in het humanisme?

Dat zijn solidariteit, diversiteit en nieuwsgierigheid. De solidariteit is een onvermijdelijk product van onze sociale natuur, al zegt dat nog niet direct wat dat moet betekenen. Wel vormt dat de biologische bron voor onze beleving van deugden en ondeugden, die soms zijn gecanoniseerd in goddelijke geboden en verboden. De diversiteit is de bron van alle ontwikkeling en verandering. De biologische evolutie, zoals zo mooi door Darwin beschreven is, is daar misschien wel het meeste sprekende voorbeeld van, maar het geldt op elk niveau en elke schaal. Elke afwijking kan de kiem zijn voor een nieuw inzicht, de start van een nieuwe ontwikkeling, een nieuwe werkelijkheid. Nieuwsgierigheid is de bron van nieuwe kennis en inzicht. In wezen een heel specifieke vorm van diversiteit.

De dood heeft een grote invloed op uw leven gehad?

Ja, de dood is in mijn leven eigenlijk altijd aanwezig geweest. Het begon al voor mijn bewuste bestaan met het overlijden van mijn moeder toen ik ruim 2 was (al was haar gedwongen vertrek toen ik 1,5 jaar was, voor mij feitelijk het meest dramatisch). Toen ik 4 was overleed mijn 1,5 jaar oudere zusje. Toen ik 27 was overleed mijn vader en circa drie jaar later mijn eerst geboren kind en zoon. Daarvoor en daarna overleden ook de pleegouders die mij in de oorlog hadden gehuisvest. De drie veel te jong gestorven kinderen van mijn broer laat ik dan maar buiten beschouwing , net als een zus, broer, zwager en twee schoonzussen in de laatste vijftien jaar. Hetzelfde geldt voor een aantal dierbare poezen. Hoe ik er mee omga?
Het went nooit, al heb ik wel geleerd er meer ontspannen mee om te gaan en het een plek te geven. Het schokt me als ik zie en hoor hoe de dood soms uit het leven wordt gebannen. Het (ver)zwijgen en ontkennen zijn dodelijke mechanismen, die met name kinderen veel kwaad kunnen doen. Kinderen kunnen best goed met de dood omgaan als de ouders en de omgeving dat ook goed kunnen.

U heeft als ontwikkelingsecoloog veel van de wereld gezien. Wat heeft u geleerd over het omgaan met de dood?

Ik heb als ontwikkelingsecoloog inderdaad veel gereisd en heb zelfs bij elkaar 13 jaar in Noord- en West-Afrika gewoond. Daarbij ben ik veel vormen van armoede tegengekomen, maar sterfgevallen veel minder in mijn herinnering. Toch zie je wel hoe anders anderen er mee om kunnen gaan, alleen al door te kijken naar de begraafplaatsen. Al worden mensen vaak minder oud, het verdriet om een sterfgeval is er vaak niet minder om. Maar het tonen van verdriet is meestal geen probleem (integendeel soms) en de verwerking lijkt daardoor ook gemakkelijker en sneller te verlopen. Veel mensen zijn ook niet in de gelegenheid om lang stil te kunnen staan bij een sterfgeval.

In onze samenleving wordt er steeds diverser en persoonlijker met de dood omgegaan en dat is mooi. Toch is er mijns inziens nog veel te veel sprake van angst voor de dood, van ontkenning.
De dood schokt en wordt het liefst ontweken. Toch is het de enige zekerheid die we met de geboorte hebben meegekregen. Die ontkenning heeft veel te maken, denk ik, met ons onvermogen ons dood voor te stellen en de voorstellingen die we er daarom maar van maken. We zijn zo geprogrammeerd voor het leven, dat een niet-leven inherent onvoorstelbaar is. Alle voorstellingen van hemel, hel, eeuwige jachtvelden, vorige en toekomstige levens of wat dan ook, zijn slechts projecties vanuit dit leven, die dit onvermogen slechts illustreren. Ik word nu het meest geďntrigeerd door de ervaringen die voortkomen uit het wetenschappelijke onderzoek van Pim Van Lommel naar bijna-doodervaringen. Het zijn niet zozeer de voorstellingen waarvan dergelijke ervaringen verhalen (die m.i. weleens de oorsprong kunnen zijn van alle hemel-beelden die we nu kennen), die me het meest boeien. Het is vooral het idee van de meerdimensionale nonlokale ruimte die me intrigeert en die me weer brengt bij de analogie van Platland, zoals dat in de negentiende eeuw zo prachtig is beschreven door de Engelse geestelijke Abbot: Verschijnselen uit een hogere dimensie kunnen zich in onze wereld manifesteren, maar onmogelijk wezenlijk begrepen worden. Dat prikkelt, maar ik accepteer dat.

Hoe keek uw moeder Moek tegen de dood aan?

Mijn moeder was niet nieuwsgierig naar de dood, het dood zijn. Ik ben dat eigenlijk wel, maar ik vrees dat het vergeefse moeite is, want of er nog een bewustzijn is na de dood, het zal waarschijnlijk van een dusdanig andere aard zijn dat we het niet zullen weten.

Meer informatie

Lees het interview en bekijk de documentaire op de site van de NVVE

Meer kijken, lezen en luisteren

Wij hebben een discussieforum geopend. Hier kunt u uw mening geven over het burgerinitiatief 'Voltooid Leven' of uw persoonlijk verhaal vertellen. Praat mee!
Op 14 maart 2010 organiseert de NVVE een debat 'Ongeneeslijk Oud' met deelname van onder meer Hedy d'Ancona, Petra de Jong (dir. NVVE) en Ineke de Vries (directeur HV)
Kijk verder in ons dossier en de blogs MagIkDood en Voltooid Leven van de NVVE.

Gepubliceerd:09-03-2010

Nieuws