'Je kunt een idee pas adopteren als je het zelf hebt uitgevonden', zei filosoof Bas Haring tijdens de Vrijdenkersdag 'Opvoeden zonder Waan' die zaterdag 29 mei plaatsvond in Utrecht. Op de Vrijdenkersdag sprak hij naast historicus Maarten van Rossum, filosoof en scheikundige André Klukuhn en Alexandra Bronsveld van het Humanistische Vormingsonderwijs (HVO).
Bas Haring is hoogleraar 'Publiek begrip van wetenschap' in Leiden en schrijver van populairwetenschappelijke boeken als 'Kaas en de evolutietheorie' en 'Voor een echt succesvol leven'.
In zijn lezing 'Vrijheid tot vragen' pleitte Haring ervoor om kinderen zo onwetend mogelijk op te voeden, zodat ze zelf tot ideeën kunnen komen. 'Je kunt een idee pas adopteren als je dat idee zelf hebt uitgevonden. Er moet altijd een periode van onwetendheid aan het idee vooraf gaan. Als je als opvoeder zelf atheïstisch bent, moet je proberen je kinderen niet atheïstisch, maar onwetend op te voeden. Kinderen moeten zelf tot een conclusie komen over het al dan niet bestaan van een God.'
In die periode van onwetendheid nemen ze een onderzoekende, vragende houding aan die gestimuleerd moet worden door opvoeders. 'Stimuleer hen om zoveel mogelijk te vragen. Leer ze structureel te twijfelen. Een vragende houding maakt kinderen wijs', vertelt Haring aan de webredactie van human.nl.
Volgens Haring is het tijd voor een denkomslag in het onderwijs. 'In ons onderwijs wordt er een schijnzekerheid gecreëerd. Zo leren jongeren geen onderzoekende houding aan, terwijl ze juist moeten worden uitgenodigd en uitgedaagd tot het stellen van vragen'
Om dit te bewerkstelligen moeten onderwijzers, net als de leerlingen, een onderzoekende houding aannemen, vindt Haring. 'Onderwijzers moeten leren om te gaan met vragen. Samen met de vrager moeten ze de vraag analyseren.' Een voorbeeld. De vraag 'Waarom is het leven er?' kun je op verschillende manieren interpreteren, want 'waarom' betekent verschillende dingen. De vraag kan betekenen: 'Hoe komt het dat er leven is?', met andere woorden: 'Hoe is het leven ontstaan?', maar ook 'Met welk doel is het leven er?'.
Het verduidelijken van de vraag maakt het gemakkelijker voor de vraagsteller om zelf tot een antwoord te komen, weet Haring uit zijn ervaring met het filosoferen met kinderen.
'Kinderen kunnen het antwoord dan vaak zelf bedenken, of het antwoord opzoeken op het internet of in een boek.'
Dat deze manier van onderwijzen meer tijd kost, is volgens Haring geen bezwaar.
'Natuurlijk, deze manier van onderwijzen kost tijd, maar het is heel waardevol. Kinderen leren dat ze vragen kunnen stellen, dat er onzekerheid is en ze leren zelf na te denken. Onderwijs wordt er leuker van en kinderen verstandiger.'
Lees ook het interview 'Je kunt niet waardenvrij opvoeden' met Alexandra Bronsveld van het Humanistisch Vormingsonderwijs. Bronsveld was een van de sprekers op de Vrijdenkersdag 'Opvoeden zonder waan'. Wil je zelf leraar hvo worden of meer informatie, kijk op de site van www.hvo.nl
Bron: www.human.nl
Humanisme en goed vormingsonderwijs horen van oudsher bij elkaar. Vanaf midden jaren ´60 vroegen steeds meer ouders van openbare basisscholen naar een alternatieve vorm van levensbeschouwelijke vorming naast het godsdienstige vormingsonderwijs. Het Humanistisch Verbond, als niet-godsdienstige levensbeschouwelijke vereniging, pakte deze vraag op.
In de lessen Humanistisch Vormingsonderwijs (HVO) worden kinderen begeleid bij het ontwikkelen van een eigen waardebesef en een eigen levensovertuiging. Zo leren ze zelf keuzes maken en verantwoorden, en worden ze aangemoedigd te communiceren over wat ze denken, voelen, willen, en doen. HVO leert leerlingen niet wát ze moeten denken, maar dát ze moeten denken.
De oproep van Bas Har