Zoeken

In memoriam Arie L. den Broeder (1929-2010)

Op zaterdag 27 februari overleed Arie den Broeder op 80-jarige leeftijd. Hij bekleedde vele bestuursfuncties binnen de humanistische beweging. Zo was hij hoofdbestuurslid van het Humanistisch Verbond van 1979 tot 1989. (Oud-) Medewerkers van het Verbond herinneren zich hem als een kundig en betrokken bestuurder en een aimabel mens.

Arie den Broeder was een zeer aimabele man met grote bestuurlijke ervaring en het was een genoegen om met hem samen te werken, mede dankzij zijn groot conflictoplossend vermogen. Dat zegt Rob Tielman eveneens oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond over Arie den Broeder, waarmee hij jarenlang samenwerkte. Als hoofdbestuurder in de jaren tachtig en voorzitter van de Humanistische Omroep in de jaren negentig heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de groei van de humanistisch beweging. 

De heer Den Broeder deed meer voor de humanistische beweging dan het bestuurslidmaatschap (waaronder (vice) voorzitterschap van het Verbond van 1979 tot 1989 en van de omroep van 1991 tot 1998). Zo was hij voorzitter van de Stichting Socrates, bestuurslid van HIVOS, en bestuurslid, later voorzitter van het Humanistisch Opleidings Instituut (HOI). In die hoedanigheid speelde de heer Den Broeder een belangrijke rol in de voorbereidingen voor het omvormen van dit instituut tot de Universiteit voor Humanistiek. Gezien zijn functie en ervaring op ministerieel terrein en ambtelijke molens hij was hoofd Directie Bijstandszaken op het ministerie van CRM en secretaris-generaal op het Ministerie van Sociale Zaken- wist hij de weg goed en was hij een meester in het onderhandelen. Bovendien zat hij in tal van humanistische commissies, advies- en werkgroepen, waaronder 'Adviesgroep Bezinning'. Ook zocht hij actief contact met de vakbeweging.

De belangrijkste inhoudelijke bijdrage van Den Broeder binnen het Verbond was zijn visie op humanisme en menswaardige arbeid. In 1988 sprak hij de Socrateslezing uit getiteld 'Individualisering en solidariteit over de ontwikkeling en het culturele draagvlak van de verzorgingsstaat'. In deze lezing ging hij onder meer in op het vermeende gevaar van individualisering: 'het komt nogal eens voor dat individualisering gelijkgesteld wordt met egoïstisch of egocentrisch gedrag, met afnemende aandacht voor anderen en dienstbaarheid aan anderen, met een verminderd verantwoordelijkheidsbesef jegens de samenleving en met gebrek aan solidariteit.' Deze benadering getuigde volgens hem echter van 'weinig realiteitsgehalte' en hij stelt dan ook dat 'de maatschappelijke werkelijkheid naast egoïstisch en egocentrisch gedrag ook veel coöperatief en altruïstisch gedrag laat zien. Niet alleen uit maatschappelijke noodzaak, maar ook uit innerlijke behoefte zijn mensen in tal van situaties en op tal van momenten sterk op elkaar betrokken, tot samenwerking geneigd en bereid naar een redelijke verdeling van offers te streven.' Voor hem is individualisering dan ook eerder het streven naar een grote mate van autonomie en emancipatie ofwel naar individualiteit.

Hij definieerde het humanisme zo: het humanisme ziet de mens als een redelijk en zedelijk verantwoord handelend wezen. Dit is niet alleen een kwestie van aanleg, maar ook van motivatie, die kan worden ondersteund door op versterking van zelfstandigheid gerichte opvoeding, onderwijs, vorming en begeleiding.

Arie den Broeder hanteerde echter geen strikt individualistische visie op mens en maatschappij zoals blijkt uit de vraag: 'wat zou het trouwens voor zin hebben zichzelf te zijn, wanneer men buiten enig verband met anderen zou leven?'  Het huidige motto van het Humanistisch Verbond zelf denken samen leven sluit hier naadloos op aan.

Voor Arie den Broeder was het humanisme een belangrijke zingevingsfactor en hij wist dat niet alleen in theorie maar ook in praktijk op inspirerende wijze uit te dragen. Hij werd geprezen om zijn diplomatieke optreden, zijn rustige manier van doen, zijn vriendelijkheid en bedachtzaamheid. Hij was idealistisch zonder opgeheven vuist.  

 Portret van Arie den Broeder uit 1981, toen hij zitting had in het bestuur van het HV

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gepubliceerd:03-03-2010

 

Nieuws