Wat is goed ouder worden? En wat kunnen we daarover leren van filosofen en schrijvers? Jan Baars en Joep Dohmen verzamelden gedachten, aforismen, gedichten en verhalen over ouderdom. Het resultaat is de vuistdikke bloemlezing 'De kunst van het ouder worden'.
Het boek werd gisteren feestelijk ten doop gehouden bij de Universiteit voor Humanistiek. Het belangrijkste doel van 'De Kunst van het ouder worden' is bij te dragen aan een betere en rijkere voorstelling van wat ouderdom is, vertelt Joep Dohmen voor ongeveer 150 mensen in Utrecht. Want daar schort wel het één en ander aan. Economische, biologische, medische of psychologische perspectieven op de oude dag zijn er in overvloed. Maar wat betekent het voor elk van ons? Het boek is dan ook een opmaat tot een heuse ideeëngeschiedenis van het ouder worden. Daarvoor is het onderzoeksproject Goed Ouder worden ontwikkeld, waarin Dohmen en Baars innig samenwerken.
'Maar het boek is natuurlijk ook bedoeld om lekker in te 'snuisteren', vertelt Dohmen.
Het denken over ouder worden verdient veel meer aandacht, dat is de inzet. Maar waarom eigenlijk? Het motto van het boek geeft daar een redelijk goed antwoord op. Het is van de ontwikkelingspsycholoog Erik Erikson:
'Bij gebrek aan een cultureel levensvatbaar ideaal van ouderdom, ontbreekt het onze beschaving aan een concept van het leven als geheel.'
Het boek wil dus vooral dat ideaal leven inblazen. Er komen verschillende thema's aan de orde: zoals beheersing versus controle, man-vrouwverschillen, tijd en identiteit, de indelingen in levensfases, onsterfelijkheid en, de meest herkenbare, het omgaan met de dood. Volgens Dohmen een thema dat prominent bij alle filosofen van vóór de 20ste eeuw aan de orde komt.
De reden: doodgaan kon vroeger iedereen overkomen en daarmee speelde het een hoofdrol in elk denken aan de toekomst.
Joep Dohmen lardeert zijn inleiding met komische, melancholische, diepzinnige en hilarische citaten uit het boek die de verschillende visies op ouderdom weerspiegelen: de optimistische c.q. positieve tegenover de pessimistische c.q. negatieve visie. Aristoteles, de filosoof van het juiste midden, is ronduit negatief over ouderen.
'Ze denken iets, maar weten niets, zeggen in hun twijfel overal wellicht en misschien bij, en doen al hun uitspraken onder dit of dat voorbehoud, geen enkele volmondig. Ze zijn kwaadaardig, want het is kwaadaardig alles ten kwade op te vatten; ze zijn achterdochtig uit wantrouwen, en wantrouwig als gevolg van hun ervaringen.'
Ook de Fransman La Rochefoucauld sombert.'Ouderdom is een tiran die alle genoegens van de jeugd verbiedt op straffe van de dood.' Of: 'Ouderdom is de hel van de vrouw'.
Goethe treedt de winter van het leven met iets meer hoop tegemoet en ziet wijsheid opbloeien.
'Men zegt over de ouderdom dat die babbelziek is, maar ik denk dat spraakzaam een beter woord is; je hebt veel te zeggen en je zegt ook onverschrokken wat je vroeger wijselijk verzweeg.' (citaat niet van Dohmen overigens).
Natuurlijk mag één van de eerste humanisten Michel de Montaigne niet ontbreken, als hij over de ouderdom spreekt. 'Wat onvermijdelijk is, moet je leren verdragen. Ons leven is net als de wereldharmonie opgebouwd uit tegenstellingen: het is een samenspel van uitlopende tonen, aangenaam en schril, hoog en laag, zacht en hard.'
Menselijkheid niet meer dan een façadeNa deze inleiding bedanken de samenstellers van boek degenen die hebben meegewerkt aan de uitgave, UvH-student Rosanna van Oudenaarden schreef alle inleidingen van de hoofdstukken en deed veel speurwerk en promovenda Hanne Laceulle deed de redactie en selectie van de teksten.
Van Oudenaarden, ook actief binnen Jong HV, leest een fragment van Simone de Beauvoir (De ouderdom: conclusie). Daarin wordt een brug geslagen tussen existentieel humanisme en humanisme als een politiek-moreel streven. De Beauvoir was immers feministisch en links-geëngageerd. 'Men kent een samenleving aan het lot dat zij toebedeelt aan haar niet actieve leden; zij heeft ze altijd beschouwd als dingen. Daarmee geeft ze toe dat alleen winst voor haar telt en dat haar menselijkheid niet meer is dan een façade.'
De middag eindigt met een interview van Daan Rovers (hoofdredacteur Filosofie Magazine) met Jan Baars. Baars begon met zijn onderzoek vanuit een politiek-sociaal verantwoordelijkheidsbesef over het gebrek aan kritische vragen over hoe 'ouder worden' werd ingevuld. 'Wetenschappers volgden gewoon wat de ministeries erover schreven.' Hij verbaast zich erover dat de samenleving mensen steeds vroeger als 'oud' bestempelt, tegenwoordig al vanaf 45.Terwijl leeftijd in veel gevallen helemaal geen criterium is voor ziekte, om maar iets te noemen.
Deze visie op ouderdom leidde ertoe dat de leeftijd tussen 20 en 40 in de levensloop het spitsuur van het leven is geworden. Baars: 'Dat leidt tot een enorme druk in deze levensfase en een gebrek aan druk in de fase erna.' (zie ook het interview op deze site)
Volgens Baars is er behoefte aan een breder perspectief op ouder worden. 'We hebben een existentieel richtsnoer nodig en een perspectief dat recht doet aan het individu, aan het feit dat de ouderdom geen toegepaste wetenschap is, maar een open ruimte is waar individuen, ondanks beperkingen, van alles mee kunnen doen. Hoe wil ik leven? Wat kan ik nog doen? Wat heb ik nog niet gedaan in mijn leven? Wat is mijn perspectief? Daar gaat het om bij ouder worden.'
Het boek 'De kunst van het ouder worden" is uitgegeven door Ambo en kunt u bestellen bij onder meer bol.com.
Het Humanistisch Verbond wil graag voeding geven aan het debat over ouder worden en zingeving en de vraagstukken die daar mee samenhangen. Dat doen we door aandacht te besteden aan levenskunst op deze site, maar dat gebeurt ook in de samenleving door de inzet van onze humanistische diensten, met name de humanistisch geestelijk verzorgers.
Waar mogelijk werken we samen met andere organisaties, zoals het Expertisenetwerk Levensvragen en Ouderen. Daarin is het HV vorig jaar kernpartner geworden. Lees verder
Gepubliceerd:09-04-2010