.
Als God niet bestaat? Dan is alles geoorloofd! Dan raken deugd en moraal failliet. Dat is de kernboodschap in het oeuvre van Dostojevski. Volgens Maarten van Buuren snijdt de Russische schrijver in zijn romans een fascinerende 'vrijheidskwestie' aan. 'Wat de meeste mensen willen is niet vrijheid, maar geborgenheid en autoriteiten die over ons waken.'
Maarten van Buuren is hoogleraar Moderne Letterkunde aan de Universiteit van Utrecht.
Hij zal op dinsdag 8 december een lezing houden in Utrecht voor het Studium Generale van de Universiteit van Utrecht. Dat gebeurt in een serie over levenskunst die hij samen met Joep Dohmen verzorgt.
Uitgangspunt van mijn lezing is het probleem waar Dostojevski in zijn gehele oeuvre mee worstelt en dat is de dood van God. Want in alle grote romans van Dostojevski staat deze prangende kwestie centraal: Als God niet bestaat? Dan is alles geoorloofd! En vervolgens gaan mensen zich te buiten aan allerlei gruwelijkheden, met name moord. In Dostojevski's gedachtegang is het namelijk zo dat de verdwijning van het geloof aan God ook het failliet van deugd en moraal bekekent.
Zijn romans zijn 'testcases' van personages die de uiterste consequenties trekken uit deze stelling: Raskolnikov (Misdaad en Straf) door de brute moord op een oude pandjesvrouw en haar jongere zuster. Ivan en Smerdjakov (Gebroeders Karamasov) door de moord op hun vader. In alle gevallen bezwijken de personages onder hun daad. Ze kunnen hem niet dragen. Ze dachten zich, door verwerping van het geloof, te ontwikkelen tot Übermenschen voor wie geoorloofd is wat aan de gewone mens niet geoorloofd is. Maar ze moeten boeten voor hun daden. Door die boete worden ze gelouterd, waarna ze in de gemeenschap terugkeren. Gemeenschap zowel in de algemene zin van 'samenleving' als in de striktere zin van 'geloofsgemeenschap' van de Russisch-orthodoxe Kerk.
Dostojevski interpreteert de verwerping van het Godsgeloof als een keuze voor het Kwaad. Want alle Godloochenaars werpen zich in handen van de duivel en gaan op zijn instigatie gruweldaden. Die interpretatie steekt opvallend af bij Nietzsches interpretatie van verwerping van het Godsgeloof als een verheffing boven wetten van Goed en Kwaad, of zoals Nietzsche het in een van zijn boeken betitelt: 'Jenseits von Gut und Böse'.
Hij heeft een heel persoonlijke voorstelling van nihilisme. In wezen is dat een karikatuur van de socialistische tendensen in zijn tijd. Onder socialisme moet men zich (in de jaren '60 - '70) van de 19e eeuw iets voorstellen als utopisme in de richting van Fourier, Proudhon en Saint-Simon gecombineerd met het anarchisme van Bakoenin. Dostojoevski noemt dit nihilisme, omdat hij ervan overtuigd is dat de 'socialisten' zoals hij ze noemt godloochenaars zijn en dat wil in zijn visie dus ook zeggen dat ze zich overgeven aan duivels kwaad. Vandaar dat socialisten in zijn romans (met name in Boze Geesten) zich te buiten gaan aan moord en doodslag en dat de titel verwijst naar de duivelse geesten die in hen (de socialisten) zouden zijn gevaren. Met een serieuze uiteenzetting met het filosofisch nihilisme in de zin van bijvoorbeeld Nietzsche heeft dit niets te maken.
Grootste misvatting is dat de romans gecentreerd zouden zijn rond Dostojevski's reactionaire denkbeelden over geloof, politiek en moraal. De standaardinterpretatie van zijn grote romans is dat ieder die aan God twijfelt van de koude kermis thuiskomt en aan de boze geesten wordt overgeleverd. Dit is onjuist. Het fascinerende van Dostojevski is dat hij zoals de bekende criticus Michail Bachitin het noemde 'poyfone' romans schreef. Daarmee bedoelde Bachtin dat Dostojevski alle standpunten aan het woord laat en geen oordeel uitspreekt over wie er gelijk heeft.
Hij laat de standpunten van de drie broers Karamasov (Ivan de intellectueel, Dmitri de wellusteling en officier, Aljosja de monnik) op elkaar botsen, Maar hij spreekt zich niet uit over wie er gelijk heeft. Dat levert fascinerende discussies op over het probleem dat ontstaat als de mens zijn geloof in God vaarwel zegt. Dat probleem is het probleem van de vrijheid. De mate waarin we ons emanciperen van God (of van andere instanties waar we ons geloof in stellen) is gelijk aan de mate van vrijheid die we bevechten voor onszelf. Het fascinerende is nu dat Dostojevski duidelijk maakt dat die vrijheid een last is, waar de meeste mensen niet van willen weten. Wat de meeste mensen willen is niet vrijheid, maar geborgenheid, autoriteiten die over ons waken, zorg.
Wat ik graag zou willen dat het publiek onthoudt is dat vrijheid een last is en dat het zich moet afvragen of vrijheid wel werkelijk datgene is waarnaar het verlangt. Verlangen we niet eerder naar een betrouwbare instantie die beslissingen neemt voor ons en ons al die lastige vragen beslissingen uit handen neemt? Daarom ook wijzig ik de ondertitel van mijn lezing in 'Dostojevski en de last van de vrijheid' in plaats van 'Mensen zijn dom en slecht.'
Maarten van Buuren is hoogleraar Moderne Letterkunde aan de Universiteit van Utrecht, essayist, vertaler en schrijver van onder meer het boek 'Kikker gaat fietsten!'
Kijk op de website van Studium Generale voor het programma en de opnames en verslagen van vorige lezingen in de serie Levenskunst.
Kijk in ons dossier levenskunst
Gepubliceerd:26-11-2009