Humanistisch Verbond op Twitter Humanistisch Verbond op Facebook Humanistisch Verbond op YouTube

Zoeken


fotoshow

  

humane economie kan niet zonder moraal:  Socrateslezing 2009

Een echte filosoof en een echte econoom, kunnen zij samen een morele les trekken uit de kredietcrisis? Die vraag stond gisteravond centraal tijdens de Socrateslezing 2009. Politiek filosoof Rutger Claassen en econoom Arnold Heertje spraken de Socrateslezing uit voor een volle zaal van ruim 250 mensen in Sociëteit De Witte in Den Haag.

De tegenstelling tussen ethiek en economie werd door Arnold Heertje met gevoel voor theater groot gemaakt, toch zag Rutger Claassen weinig tegenstellingen: Hoewel je merkt dat vele economen - en dat zien we vanavond ook - niet echt geïnteresseerd zijn in filosofie, kun je ethiek, filosofie en politiek niet strikt scheiden van institutionele en economische oplossingen. Zij horen bij elkaar: je definieert eerst een probleem, je beoordeelt wat er op de markt gebeurt - het morele oordeel - en vervolgens zoek je naar een oplossing. Hij pleitte dan ook voor een bondgenootschap tussen ethiek en economie.

De voorliggende kwestie van de avond is de kredietcrisis. Welk moreel probleem wordt door deze crisis zichtbaar en hoe kan dat opgelost worden? Claassen gaat in op wat hij een 'verkeerde visie op de verdeling van morele verantwoordelijkheid' noemt. Het probleem is niet zozeer een gebrekkige persoonlijke ethiek bij enkele bankiers (hun grenzeloze hebzucht), maar een gebrekkige publieke ethiek voor de markt bij ons allen. Die publieke ethiek is de ethiek van de morele vrijstelling van de markt. Ik zal ervoor pleiten deze te vervangen door een ethiek van de morele vergunning.

Rutger Claassen Ethiek van een morele vergunning

De vrijstellingsethiek houdt in dat spelers in de markt ontheven zijn van morele verantwoordelijkheid. Dit is de dominante visie in onze samenleving en ook in de ethiek. Marktpartijen hoeven geen rekening te houden met morele overwegingen, zoals gewone mensen buiten de markt dat wel moeten. Dit geloof in de morele vrijstelling van de markt vormt de kern van de liberale visie op de markteconomie. Tegenover deze vrijstellingsethiek plaatst Claassen een ethiek die uitgaat van de idee van een morele vergunning: Markten zouden moeten opereren onder een morele vergunning, die zij verkrijgen van de samenleving waarin ze zijn ingebed.

De morele verantwoordelijkheid voor het onderhouden van deze nieuwe ethiek ligt bij het hele publiek. Dit is volledig in lijn met de kernboodschap van het humanisme. Autonomie en individuele ontplooiing staan daarin centraal, maar dat neemt nooit de verantwoordelijkheid weg om deze in dienstbaarheid aan de gemeenschap vorm te geven. Regulering is het fundament onder deze gespreide verantwoordelijkheid en is zo belangrijk dat het dé inzet van de volgende verkiezingen moeten worden.

Arnold HeertjeBreed welvaartsbegrip

Volgens Arnold Heertje ligt het probleem in wat hij de monetarisering van de economie noemt: alleen datgene wat in geld kan worden uitgedrukt telt mee. Daarmee gaat de huidige economie voorbij aan een breed welvaartsbegrip.  'Dat element is ontstaan en moet weer teruggedraaid worden. Ook de kwaliteit van leven is belangrijk en die wordt bepaald door factoren waar geen direct prijskaartje aan hangt, zoals duurzaamheid, leefbaarheid, behoud van de natuur en verbetering van luchtkwaliteit. Uitgangspunt van de economie, zo doceerde hij, is dat middelen schaars zijn en verdeeld moeten worden. Hartstochtelijk voegde hij eraan toe en zou dat nog vele malen herhalen: Zij voorzien in een behoefte van nu, van straks en van waar ook ter wereld.

Kredietcrisis is een zegen

Heertje noemt de kredietcrisis een zegen omdat het duidelijk maakt dat 'een fixatie op geld alleen ons met de kop tegen de muur slaat'. Bovendien constateert hij een dehumanisering van transacties door perverse prikkels waardoor de band met de klant totaal verloren is gegaan. Daarnaast meent hij dat binnen de economie sprake is van fragmentatie: er vindt geen denken meer over de hele keten plaats, waardoor mensen zich alleen bezighouden met een klein onderdeel van het proces en niet meer met een groter geheel. Hij ziet er talloze voorbeelden van bij organisaties in de zorg, in de bouw en in het onderwijs, die volgens hem dan ook makkelijk vervallen tot criminele organisaties die het contact met de werkvloer compleet hebben verloren.

De geldt ook voor het oplossen van onze economische problemen: het gaat enerzijds om het vinden van de juiste balans tussen coördinatie en vrijheid, anderzijds dat er een beweging wordt gemaakt richting humanisering. Zijn methode hiervoor is mechanism design: een structuur, architectuur die zorgt voor de juiste prikkels waardoor mensen automatisch het goede doen. Hij illustreert dit aan de hand van een ouderpaar dat hun twee kinderen een taart geeft en één mes: ze moeten zelf zorgen voor een verdeling. Laat je het aan henzelf over zal er een chaos ontstaan en met oneigenlijke argumenten zullen de kinderen knokken voor het grootste stuk. De oplossing is simpel: geef het ene kind het mes en laat het andere kind kiezen. Dat geeft de grootste kans op een eerlijke verdeling. De kunst is dus te zoeken naar de juiste prikkels om schaarse middelen optimaal te verdelen. Volgens Heertje is het zoeken naar deze juiste prikkels de taak voor economen.

Rein ZunderdorpConclusies

De discussie tussen de sprekers bleef steken in een strikte afbakening van de beide vakgebieden. Arnold Heertje bleef volhouden dat hij zich als econoom niet met de moraal bezighoudt en het lukte zowel Claassen als de zaal niet hem te overtuigen dat hij dat al deed. In het zaaldebat, geleid door voorzitter van het Humanistisch Verbond Rein Zunderdorp, werd een poging gedaan de beide interpretaties op elkaar aan te laten sluiten. Want er waren zeker aanknopingspunten te vinden: het reguleren van de markt, het terugbrengen van de menselijke maat in de markt, het coördineren en regelgeving: het kwam in beide lezingen aan de orde. Maar er zijn ook verschillen. Heertje ziet vooral oplossingen in procesmatige maatregelen, omdat hij minder vertrouwt op de goede bedoelingen van marktspelers. Claassen zoekt het juist in een publieke ethiek. Hoe verschillend deze invalshoeken ook zijn, de conclusies liggen dicht bij elkaar. De belangrijkste conclusie van de avond is dat een morele probleemstelling voorafgaat aan een economische oplossing. Met andere woorden, filosofen en economen moeten zich verbinden. Dat lijkt echter, gezien de discussie, nog niet het geval.

Lees verder voor een uitgebreider verslag (1400 woorden zonder plaatjes) 

Meer informatie en links

Gepubliceerd:19-11-2009

Nieuws