Humanistisch Verbond op Twitter Humanistisch Verbond op Facebook Humanistisch Verbond op YouTube

Zoeken

Meer humanistisch nieuws op human.nl

Homodiscriminatie is schadelijk voor leerlingen

Openbare en bijzondere scholen mogen geen personeel weigeren vanwege hun seksuele gerichtheid of het onderhouden van homoseksuele relaties, dat schrijft minister Plasterk in een brief. De brief leidde tot discussie en kamervragen van de christelijke partijen (SGP, CU en CDA). De vrijheid van levensbeschouwing is niet bedoeld om de levensbeschouwelijke keuze van kinderen in te perken en te leren dat discriminatie op basis van religieuze overtuiging is toegestaan, laat het Humanistisch Verbond vandaag in een persbericht weten.

Artikel 23, het artikel dat de gelijkberechtiging van openbare en bijzondere scholen regelt, levert vaak heftige discussies op. Ditmaal is een brief van minister Plasterk van 28 april de aanleiding tot een fel debat. Plasterk schrijft dat er geen misverstand over mag bestaan dat noch openbare, noch bijzondere scholen leraren, of andere personeelsleden, mogen weigeren vanwege hun seksuele gerichtheid of het onderhouden van een homoseksuele relatie. SGP, CU en het CDA vinden de brief niet overeenkomstig de afspraken en stelden op een verontwaardigde toon kamervragen.  

Discriminatie op scholen

Er wordt op sommige scholen gediscrimineerd op grond van seksuele voorkeur op basis van de grondslag van de school, schijnbaar gedekt door de Algemene Wet Gelijke Behandeling.
Schijnbaar, omdat in die wet staat dat scholen voor bijzonder onderwijs geen medewerkers mogen ontslaan vanwege het 'enkele feit' van homoseksuele gerichtheid of een homoseksuele relatie, maar in bepaalde gevallen wel onderscheid mogen maken op grond van 'bijkomende omstandigheden'.

Je mag homo-zijn, maar niet praktiserend

De omschrijving 'bijkomende omstandigheden' is nog afkomstig van het kabinet Lubbers III:  'de enkele feit constructie' uit de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Dit houdt in dat scholen homo's niet mogen weren op basis van alléén hun homo-zijn, maar dit wél mogen als er bijkomende omstandigheden zijn die maken dat de levensstijl van een homo niet overeenkomt met de grondslagen van de school. Kortom, je mag wel homo zijn, maar niet praktiserend.
Het Humanistisch Verbond strijdt al ruim 60 jaar voor homorechten en is verbijsterd over het onderscheid tussen homo-zijn en praktiserend homo-zijn. Het is duidelijk: men wil liever geen praktiserend homo voor de klas. Het Humanistisch Verbond schrijft dit in een persbericht van vandaag, 19 mei .

Discriminerend

Volgens Rein Zunderdorp, de voorzitter van het Humanistisch Verbond, is dit zeer schadelijk.
'Het kan nooit de bedoeling zijn kinderen te leren dat discriminatie van homo's is toegestaan op basis van een religieuze grondslag. De vraag is simpel: mag een bijzondere school discrimineren, artikel 1 van de grondwet overtreden, met verwijzing naar de inhoud van de eigen religie?'

Als het antwoord op deze vraag 'ja' is, krijgen orthodox-christelijke scholen de ruimte om bijvoorbeeld samenwonende homo's van hun school te weren. Volgens de Europese Commissie is dat discriminatie, en daarmee is Nederland in overtreding.
Onze Algemene Wet Gelijke Behandeling laat volgens Eurocommissaris Vladimir Spidla te veel ruimte aan de godsdienstige grondslag van bijzondere scholen. Omdat het huidige kabinet er niet uit komt, ligt momenteel een adviesvraag bij de Raad van State. 

Godsdienstige wetten gaan niet boven de Grondwet. Het onderscheid tussen homo-zijn en praktiserend-homo-zijn, is geen geldig onderscheid volgens de wet. 'Het is niet aan de discriminerende instantie om te bepalen wat discriminatie betekent', aldus Zunderdorp. Het is hard nodig dat de Raad van State duidelijkheid creëert. Een veelgehoord argument is dat het hier om een botsing van gelijkwaardige wetten gaat: het gelijkheidsbeginsel enerzijds en de vrijheid van levensbeschouwing en religie (onder meer vormgegeven in artikel 23) anderzijds.

Dat vindt Zunderdorp een merkwaardig, zo niet absurd argument. 'Op welke manier tast een homoseksuele docent precies de vrijheid van religie aan? Verbiedt hij de kinderen op een orthodox-christelijke school om orthodox-christelijk te zijn? Ontkent hij het bestaan van Jezus? Perkt hij actief andermans religieuze vrijheid in? Het lijkt me stug. Het wordt tijd dat we de vrijheid van religie en levensbeschouwing zuiver interpreteren. Het gaat om de vrijheid voor jezelf te bepalen wat je overtuiging is en naar deze overtuiging te leven. Als deze religieuze overtuiging andermans bestaansrecht actief ontkent en uitsluit, is van religieuze vrijheid geen sprake meer. Dan is er sprake van discriminatie.'

Zorgelijke ontwikkeling

De vrijheid van levensbeschouwing is een fundamenteel recht in een democratie. Ieder individu heeft het recht zich breed te oriënteren op religies en levensbeschouwingen en op grond daarvan een eigen keuze te maken. De uitwerking van deze keuze moet binnen de wet blijven (behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet zoals het in artikel 6 staat geformuleerd), de basis die we gezamenlijk onderschrijven. Scholen dienen dít principe uit te dragen.
De vrijheid van levensbeschouwing is niet bedoeld om de levensbeschouwelijke keuze van kinderen in te perken en hen te leren dat discriminatie op basis van religieuze overtuiging is toegestaan.
Dat Nederland hier ruimte voor laat is zorgelijk, omdat deze discriminatie niet alleen homoseksuele docenten raakt, maar ook de leerlingen. Leerlingen die van een door de overheid gesubsidieerde school komen met de boodschap dat homoseksualiteit niet bestaat en als het wel bestaat niet gepraktiseerd mag worden.

Het Humanistisch Verbond ziet het advies van de Raad van State met spanning tegemoet. 

Rechtzaak COC

Vandaag werd bekend dat het COC een rechtszaak aanspant over het schorsen van een homoseksuele leraar door de School met de Bijbel in de Gelderse plaats Emst.
Volgens COC Nederland maakt de school zich schuldig aan discriminatie. Een woordvoerder van COC bevestigde dit naar aanleiding van een uitzending van tv-programma Netwerk.
Minister Ronald Plasterk (Onderwijs, PvdA) had eerder gesuggereerd dat de kwestie door belanghebbenden bij de commissie zou kunnen worden aangekaart. De onderwijzer werd op non-actief gesteld nadat hij het bestuur van de christelijke basisschool had meegedeeld homoseksueel te zijn. Het bestuur meent dat de geaardheid van de onderwijzer op gespannen voet staat met de grondslag en de doelstellingen van de school.

Meer kijken, lezen en luisteren

Lees ons webdossier

 

 

Gepubliceerd: 19-05-2009

Nieuws