Zoeken

'we moeten Een geografie van verantwoordelijkheid ontwikkelen'

Joep Dohmen heeft vandaag zijn oratie 'Een pleidooi voor een nieuwe publieke moraal' uitgesproken. Daarmee aanvaardt hij het ambt van hoogleraar Wijsgerige en Praktijkgerichte Ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek. Hij propageert een nieuwe verbinding tussen zelfontplooiing en menslievendheid. 'Onze tijd heeft mensen nodig die geoefend zijn, die weten wat ze waard zijn en die een betere wereld achterlaten'.

De oratie die door Dohmen op 17 juni is uitgesproken begint met een ingezonden brief uit De Volkskrant van een man die zichzelf omschrijft als 'middelmatig', maar heel graag wil uitblinken in iets, maakt niet uit in wat. Het antwoord van de filosoof Dohmen op de brief bestaat voor een deel uit wedervragen.'Waarom wilt u goed zijn in zomaar iets? Waarom wilt u niet goed zijn in datgene wat u belangrijk vindt? Het zijn vragen die passen bij de ethiek van de levenskunst; een moraal van zelfzorg waar Dohmen al tien jaar lang onderzoek naar doet en veel over gepubliceerd heeft. Het uitgangspunt bij levenskunst is dat je jezelf, je karakter en je leven vormgeeft door oefening en reflectie.

Fotografie Arnaud Mooij. Waarom is een nieuwe publieke moraal nodig?

We leven in een posttraditionele samenleving. Mensen zijn daarin losgeweekt van een vertrouwde inbedding en tradities die vroeger houvast boden. Via marktmechanismen, expertsystemen en elektronische media zijn we steeds meer geïndividualiseerd. Maar ook slachtoffer van een systeemdwang, waarvan we ons niet overigens niet altijd bewust zijn. In de huidige samenleving zijn de keuzemogelijkheden oneindig: keuzes over je gezin en je relaties, je scholing, je levensstijl of je loopbaan. Het betekent dat mensen zelf op zoek moeten naar hun morele identiteit. We zijn veroordeeld tot een eigen levensstijl, maar die hebben we niet. Dat is het punt. Dat levert kansen op, maar ook bedreigingen.

Wat zijn de bedreigingen?

Er is een risico dat mensen zich onder invloed van het principe van zelfbeschikking in de neoliberale samenleving niet ontwikkelen tot autonome individuen maar juist afhankelijker worden. Autonomie vereist dat mensen zelfinzicht hebben en kunnen bepalen wat ze echt belangrijk vinden. Bij echte autonomie verdwijnt de ander juist niet uit zicht. Persoonlijke autonomie is een leerproces waarbij een zekere inmenging juist gewenst is. Daarnaast zijn er de bedreigingen van de opgedrongen lifestyle en consumentisme waarmee mensen onvrij worden. Ook is er het risico dat die zelfgerichtheid uitmondt in narcisme. Er is ook veel inauthenticiteit. Het allergrootste risico is echter een fundamenteel gebrek aan echte betrokkenheid: zelfs op je kinderen, je partner en collega's, laat staan op de rest...

Jouw antwoord op deze bedreigingen is de klassieke levenskunst zoals Foucault die formuleerde. In deze oratie ga je een stap verder?

Ja, er is sprake van een zekere wending in mijn werk. Onder levenskunst versta ik nog steeds een moraal die antwoord geeft op vragen als: Hoe moet ik leven? Wat vind ik belangrijk?
Het is een vormingsleer met als doel een houding te ontwikkelen die bij je past en een eigen authentieke stijl te ontwikkelen. Tot nu toe ging het om een toe-eigening van deze houding of wil; nu gaat het om een toe-eigening van een verantwoordelijke houding of wil. Voor wie of wat sta je in?
In de oratie leg ik meer nadruk op menslievendheid en verantwoordelijkheid; belangrijke waarden in het humanisme. Het gevaar van een levenskunst die te veel op vorming is gebaseerd kan zijn dat iemand aan het einde van zijn leven misschien een schitterend leven heeft geleid, maar toch weinig voor andere mensen heeft kunnen betekenen. We moeten een geografie van verantwoordelijkheid ontwikkelen met elkaar: op scholen, in relaties of op je werk. Daarom verwerk ik in deze oratie ook kritische theorieën waarin sociale verantwoordelijkheid een rol speelt: dat zijn met name de zorgethiek en de presentieleer.

'Een publieke moraal': het klinkt voor sommigen wellicht te veel als premier Balkenende die spreekt over normen en waarden. Wat is het verschil?

In de joods-christelijke ethiek sluiten persoonlijke groei en zelfzorg elkaar altijd uit. Zelfzorg wordt vaak opgevat als zelfzucht. Dat is onjuist. Ik doe twee dingen: ik laat zien hoe belangrijk zelfontplooiing is, maar haal dat weg bij de cultus van het persoonlijke succes. 
En ik laat zien dat geestelijke groei juist plaats kan vinden in de relatie met de ander.

Wie zijn de voorbeelden voor een goede publieke moraal?

Dat is lastig omdat het meteen aanleiding geeft tot misverstanden. Een goede houding kun je van buiten niet zien. Ik zou Nelson Mandela als voorbeeld kunnen nemen omdat hij het persoonlijke en het politieke met elkaar verbonden heeft. Ik bedoel dat een ieder in zijn eigen situatie ervoor kan kiezen minder of meer verantwoordelijk te zijn. Ik merk bijvoorbeeld dat aan mijn studenten dat ze succes of ergens in uitblinken vooral voor zichzelf definiëren, helemaal niet in termen van bijdragen aan de samenleving, het milieu of het geluk van een ander mens. In de samenleving zie je dat ook. Heel veel mensen zetten hun talent alleen in voor zichzelf. Ik probeer te inspireren tot een publieke moraal van verantwoordelijkheid op basis van deugd, zelfzorg en zorg voor de ander. Onze tijd heeft mensen nodig die geoefend zijn, die weten wat ze waard zijn. En die een betere wereld achterlaten.

Hoe hoop je dat je oratie wordt opgevat?

'Als een poging om een taal te vinden waarin sociale verbondenheid, autonomie en authenticiteit samen kunnen gaan.'

Met die poging kan de middelmatige man zijn voordeel doen.Dohmen sluit zijn oratie dan ook af met een 'levenskunstadvies' om de middelmatigheid te ontstijgen.
Hieronder een fragment uit deze brief.
(Bron: 'Pleidooi voor een publieke moraal, Joep Dohmen, SWP. ISBN 9088500673)

Nieuws