'Het menselijk lijden is, in al zijn onvoorstelbaar vele uitingsvormen, een toetssteen voor Nietzsche. Je moet er steeds een verhouding toe zoeken, ook als filosoof', meent Joep Dohmen. Hij geeft vanavond in de levenskunstserie van Studium Generale in Utrecht een lezing over het werk van deze eenzame, maar superieure filosoof.
Maarten van Buuren en ik hebben samen het programma gemaakt. We dachten aan denkers en schrijvers die onmiskenbaar een eigen 'levensfilosofie' hebben. Bovendien heeft Maarten een nogal sceptische of pessimistische inslag - wat niet hetzelfde is - en ik, nou ja, ik ben een humanist.
Dat betekent voor mij dat ik geloof in de vrijheid, in de mogelijkheid van mensen om op de een of andere manier hun eigen wil te vormen. Dus Maarten heeft vijf donkere auteurs gekozen en ik vijf 'lichte'. Met alle respect voor Nietzsches donkere kant: hij wil iets bereiken. Hij zag zichzelf als een arts van de cultuur.
Om het spannend te maken natuurlijk. Maar zonder gekheid: Nietzsche was zeer eenzaam.
Vooral in de periode vanaf Also sprach Zarathustra tot aan zijn ineenstorting in 1889.
Onvoorstelbaar eenzaam. Weliswaar was het oorspronkelijk een zelfgekozen eenzaamheid maar toch. 'Ach, had ik maar een paar verstandige vrienden die mij op het juiste moment tegen mijzelf in bescherming namen', merkt hij ergens op. Superieur? Omdat Nietzsche ondanks het gebrek aan herkenning en erkenning nergens bitter of rancuneus wordt. Kom daar vandaag nog maar eens om!
Mijn belangstelling voor Nietzsche is langzaam gegroeid. In het voorwoord van mij essay 'Het leven als kunstwerk' doe ik uit de doeken hoe ik met een vriend Nietzsche in mijn vroege studententijd - jaren zeventig- heb ontdekt. Het werd een passie. De basis daarvan was: het leven moet ergens over gaan, anders liever niet. Dat is natuurlijk een existentialistische reflex in die tijd. Die reflex heb ik sindsdien in een moraal van levenskunst gesublimeerd.
Dat ligt behoorlijk ingewikkeld. Amor fati is inderdaad Nietzscheaans. Maar dat is geen gemakkelijk determinisme. En het gaat Nietzsche er ook niet zomaar om het lijden te verheerlijken.
Nietzsche is geen geseculariseerde christen. Wat wel belangrijk is: het menselijk lijden is, in al zijn onvoorstelbaar vele uitingsvormen, een toetssteen voor Nietzsche. Je moet er steeds een verhouding toe zoeken, ook als filosoof. Een filosoof die lijdt, wat voor filosofie brengt hij voort? Leef je actief of reactief, dat is de kwestie.
Niets. Het gaat niet om een les maar om een inspiratie. En die komt, daar ben ik zeker van!
Ik geef graag alvast een voorproefje dat mij zelf erg dierbaar is, omdat de tekst zo kenmerkend is voor de inzet van Nietzsches hele onderneming. Het is een tekst uit Morgenrood. Ze spreekt voor zich. Morgenrood 278: De gedachte aan de dood.
Het betekent voor mij een melancholiek geluk, te leven te midden van deze wirwar van straten en stegen, van behoeften, van stemmen: hoeveel genieting, ongeduld, begeerte, hoeveel dorstig leven en dronkenschap van het leven komt daar elk ogenblik aan het daglicht! En toch zal het voor al deze lawaaimakers, levenden, naar het leven dorstenden weldra zo stil zijn! Hoe staat achter een ieder zijn schaduw, zijn duistere reisgezel! Het is altijd als op het laatste ogenblik voor de afvaart van een emigrantenschip: men heeft elkaar meer te zeggen dan ooit, het uur dringt, de oceaan en zijn doodse stilzwijgen wacht ongeduldig achter al het rumoer zo begerig, zo zeker van zijn prooi! En allen, allen mensen dat het verleden weinig is of niets, maar de nabije toekomst alles! Vandaar deze haast, dit geschreeuw, dit elkaar overstemmen en verdringen! Ieder wil de eerste zijn in deze toekomst en toch is de dood en de doodse stilte de enige zekerheid, het enige wat allen in deze toekomst gemeen hebben! Hoe eigenaardig, dat deze enige zekerheid, dit enige gemeenschappelijke vrijwel niets over de mensen vermag, en dat zij zich in de verste verte geen broeders voelen in de dood! Het maakt mij gelukkig te zien dat de mensen de gedachte aan de dood onder geen beding willen denken! Ik zou er graag het mijne toe bijdragen, de gedachte aan het leven voor hen nog honderdmaal gedenkwaardiger te maken.
Joep Dohmen is hoogleraar Wijsgerige en Praktische Ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek
Kijk op de website van Studium Generale voor het programma en de opnames en verslagen van vorige lezingen in de serie Levenskunst.
Kijk in ons dossier levenskunst
Gepubliceerd:10-11-2009