
Het tragikomische toneelstuk ‘De Goede Dood’ maakt het probleem van euthanasie goed duidelijk: degene die - als antwoord op uitzichtloos lijden - dood wil, is er klaar voor, maar de levenden zijn dat niet. Maar de grootste verdienste van deze productie is dat de thema’s dood, sterven en euthanasie invoelbaar en bespreekbaar worden gemaakt, schrijft Paulien Boogaard, programmamedewerker van het Humanistisch Verbond, in onderstaande recensie.
Je vader, vriend, broer of geliefde moeten afstaan aan de dood is nooit makkelijk. Maar de problematiek van het omgaan met de dood wordt pas echt op scherp gezet als je weet dat hij er – dankzij euthanasie – morgenochtend om precies negen uur niet meer zal zijn.
In ‘De Goede Dood’, een toneelstuk naar het script en onder regie van Wannie de Wijn, wordt de schouwburgbezoeker zeven kwartier lang meegenomen in de psychische voorbereiding op een aanstaande dood. Het stuk is daarmee een goede oefening in omgaan met het sterven - en in het bijzonder met euthanasie.
Ben (gespeeld door Wilbert Gieske) heeft terminale longkanker en lijdt veel pijn. Hij heeft besloten dat het genoeg is en dat hij zijn leven waardig en bij bewustzijn wil beëindigen in het bijzijn van zijn familie en geliefde. Met behulp van euthanasie. Hij is de enige die, nu hij het besluit eenmaal heeft genomen, niet twijfelt. ‘Ík wil dit. Ik heb erover nagedacht. De dood is van jullie, maar het sterven is van mij.’ De omgeving - de patjepeeërige broer, de waardige geliefde, de kwetsbare dochter - twijfelt. Wil hij dit echt? Heeft iemand hem ertoe aangezet? Moet het nu al? Zou het niet beter zijn als hij rustig insliep? ‘Nee, zegt Ben. ‘Ik wil dood. Vroeger was het God die het leven gaf en nam. Nu God dood is, moeten we alles zelf doen. Maar als ik dit niet had besloten, was ik waarschijnlijk gestikt.’
#8216;De Goede Dood’ maakt het probleem van euthanasie goed duidelijk: degene die - als antwoord op uitzichtloos lijden - dood wil, is er klaar voor, maar de levenden zijn dat niet. Daarom zien we vooral het geworstel van de omgeving rond de patiënt. De arts zit vol zelfmedelijden - hij had immers besloten om nooit meer euthanasie toe te passen. De geliefde pijnigt zichzelf met de vraag of er wel sprake is van een weloverwogen besluit. De broer vermoedt dat Bens vriendin de zorg voor de zieke niet meer aankan en op de erfenis aast. En de dochter wil meer tijd: 'Ik wil je nog zoveel vragen en zeggen!'
Hoewel niet iedereen waardering zal hebben voor de humor die is ingezet om de zware thematiek wat te verluchtigen (broer Michael: 'Is ook zo gek, hè, dan hoor ik mezelf op de zaak zeggen: ik ben d’r even niet want mijn broer sterft zaterdag') is ‘De Goede Dood’ mede dankzij de prima acteurs en prachtige muziek een aangrijpend en ontroerend stuk. Maar de grootste verdienste van deze productie is dat de thema’s dood, sterven en euthanasie invoelbaar en bespreekbaar worden gemaakt.
‘De Goede dood’ (tekst en regie Wannie de Wijn, spel Will van Kralingen, Huub Stapel, Peter Tuinman, Wilbert Gieske, Hans Thissen en Saskia Bonarius) is nog tot 18 mei 2008 te zien in theaters door het hele land. Op deze website is in het webdossier 'Een waardig levenseinde' uiteenlopende informatie over euthanasie en een vrijwillig levenseinde verzameld. Op de website van de Humanistische Alliantie is een interview met de regisseur verschenen.
Gepubliceerd: 01-01-2008