Psychiaters hebben de verantwoordelijkheid in te gaan op een verzoek om hulp bij zelfdoding van chronisch psychiatrische patiënten. Dat zegt staatssecretaris Jet Bussemaker van VWS in antwoord op kamervragen die na de film 'Mag ik dood' zijn gesteld. Bussemaker vindt echter dat ieder verzoek om hulp bij zelfdoding in eerste plaats moet worden opgevat als een vraag om levenshulp. Dat geeft psychiaters meer ruimte om verzoeken om stervenshulp te negeren, vindt het Humanistisch Verbond.
Psychiaters die volgens de Euthanasiewet bevoegd zijn hulp bij zelfdoding te bieden aan wilsbekwame chronisch psychiatrische patiënten geven deze hulp vrijwel nooit. Dat is de conclusie van de film ´Mag ik dood´. Documentairemaakster Eveline van Dijck vraagt met de film aandacht voor het gebrek aan hulp voor deze groep psychiatrische patiënten. De film is gemaakt in opdracht van het Humanistisch Verbond en Human en mede mogelijk gemaakt door het Fonds Psychische Gezondheid. Het Humanistisch Verbond vindt dit onaanvaardbaar en riep psychiaters in het debat na de film op hun verantwoordelijkheid te nemen. Fractievoorzitter van GroenLinks Femke Halsema en PvdA-kamerlid Chantal Gill’ard stelden vervolgens op 5 juni 2008 kamervragen.
Het Humanistisch Verbond laat in een persbericht van 15 september weten dat het blij is dat de staatssecretaris vindt dat psychiaters een verzoek om hulp bij zelfdoding van wilsbekwame chronisch psychiatrische patiënten die uitzichtloos lijden, mogen inwilligen op grond van de Euthanasiewet. Het Humanistisch Verbond is tevens verheugd dat Bussemaker meent dat serieus ingaan op een verzoek om hulp bij zelfdoding de verantwoordelijkheid van de psychiater is en dat een arts met gewetensbezwaren moet doorverwijzen naar een andere arts.
Tegelijkertijd is de vraag gerechtvaardigd of de maatregelen van de staatssecretaris wel afdoende zijn. Bussemaker lijkt geen realistisch beeld van de ernst en omvang van de problematiek van chronisch psychiatrische patiënten te hebben. Ze geeft aan dat sinds de inwerkingtreding van de Euthanasiewet in 2002, tot 2007 geen gevallen van hulp bij zelfdoding bij chronisch psychiatrische patiënten zijn gemeld bij de regionale toetsingcommissies en in 2007 twee. Dat terwijl volgens o.a. de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) jaarlijks ruim 300 nadrukkelijke en herhaalde verzoeken tot stervenshulp worden gedaan door psychiatrische patiënten. Dit strookt met door de Commissie Hulp bij Zelfdoding geregistreerde aantallen in de jaren negentig. Hieruit blijkt dat deze groep patiënten door de bevoegde hulpverleners hopeloos in de steek wordt gelaten. Wie echt dood wil, doet het toch. Jaarlijks beëindigen zo’n 750 mensen met een psychiatrische achtergrond hun leven, zonder hulp, alleen en vaak op gruwelijke wijze.
Bussemaker ziet helaas geen aanleiding onderzoek te doen naar de achtergronden van het negeren en weigeren van verzoeken, zo laat ze in haar antwoorden op de kamervragen weten. Zij zet in op betere voorlichting over de reikwijdte van de Euthanasiewet bij psychiaters en wil in gesprek met de beroepsgroep. Zij vindt dat psychiaters kennis moeten nemen van de ‘Richtlijn over hulp bij zelfdoding bij psychiatrische patiënten’. Die richtlijn werd al in 1998 opgesteld en in 2004 geactualiseerd door de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). Maar 'implementatie en brede bekendmaking zijn aandachtspunten’ stelt de bewindsvrouw. Een eerste stap is dat de NVvP heeft aangegeven dat zij de richtlijn onder de aandacht zal brengen van haar leden en op haar website publiekelijk toegankelijk zal maken.
Dat is verheugend, zij het dat de richtlijn een problematisch uitgangspunt bevat.
Een uitgangspunt dat Bussemaker citeert in haar antwoorden op de kamervragen:”Ieder verzoek om hulp bij zelfdoding door een psychiatrische patiënt moet in eerste instantie worden opgevat als een vraag om levenshulp. De hulpverlening moet dan ook allereerst gericht zijn op het vinden van een levensperspectief." Ze voegt daaraan toe: “Dit betekent echter niet dat hulp bij zelfdoding in alle gevallen is uitgesloten”. Het Humanistisch Verbond is echter van mening dat een verzoek om hulp bij zelfdoding serieus moet worden opgevat als een verzoek om stervenshulp. Vanzelfsprekend moet de doodswens diepgaand besproken worden en dan kan ook blijken dat de patiënt nog perspectief zoekt. Maar een richtlijn die oproept een doodswens te interpreteren als een vraag om levenshulp zet psychiaters ertoe aan de vraag van de patiënt te negeren en door te behandelen, ook al wil de patiënt dat echt niet meer. Bovendien geeft het serieus bespreken van een doodswens vaak zo'n opluchting dat patiënten daaruit moed putten om verder te leven. Dat blijkt uit ervaringen van hulpverleners.
Daarom is het jammer dat de staatssecretaris geen uitspraak doet over de behoefte aan gespecialiseerde psychologen die hulp bij zelfdoding kunnen bieden. Ze laat dit over aan het werkveld en aan de zorgverzekeraars. In het verlengde daarvan gaat ze ook de discussie over multidisciplinaire teams, die samenwerken bij een verzoek om zelfdoding, uit de weg. In zulke teams zouden ook niet-medici, zoals humanistisch geestelijk verzorgers en counselors van de NVVE of Stichting De Einder een rol kunnen spelen. Dit ter bevordering van meer aandacht voor de wens van de patiënt zelf, diens eigen beoordeling van de kwaliteit van het eigen leven, de existentiële aspecten van de doodswens en de zelfbeschikking van de verzoeker. Het Humanistisch Verbond verwacht dat met dergelijke teams meer recht wordt gedaan aan de weloverwogen duurzame doodswens van sommige chronisch psychiatrische patiënten, die langdurig ondraaglijk en uitzichtloos lijden.
Meer informatie over dit onderwerp en de standpunten van het Humanistisch Verbond vindt u in het webdossier een waardige levenseinde. Meer nieuws en reacties op de film 'Mag ik dood', vindt u op het DocBlog 'Mag ik dood' op Holland Doc
Gepubliceerd: 16-09-2008