
‘Het land van aankomst’ helpt ons de rol van de islam in een seculiere samenleving te ontdekken. Dat zegt Ineke de Vries, directeur van het Humanistisch Verbond, over het laatste boek van Paul Scheffer, die optreedt als tweede spreker tijdens de Socrateslezing 2007. ‘Er moet nu worden onderzocht wat ons tot een gemeenschap maakt.’
'Het land van aankomst’ is een betrokken, zorgvuldige zoektocht naar de vraag wat voor ons op dit moment de gevolgen van migratie zijn. Zo vat Ineke de Vries, directeur van het Humanistisch Verbond, het recente boek van Paul Scheffer samen. De tweede spreker van de Socrateslezing 2007 neemt in zijn lijvige geschiedenis van migratiestromen beide kanten van de migratieproblematiek – het land van herkomst van de migranten en de seculiere samenleving waarin zij zich vestigen – onder de loep. De Vries: ‘Scheffer confronteert ons met de vraag hoe we denken over onszelf: hij roept ons op om na te denken over wat ons bindt, wie we zijn en waaruit onze gedeelde gemeenschap bestaat.’
Scheffer maakt ook duidelijk dat een terugkeer naar de verzuilde samenleving van de twintigste eeuw geen antwoord biedt op de problemen van nu, aldus De Vries. Het zuilensysteem was gebaseerd op een gedeelde nationaliteit, terwijl migranten van nu niet altijd een Nederlands paspoort hebben. Dat verschil maakt dat er een mooie opdracht ligt voor humanisten. ‘Er moet nu worden onderzocht wat ons tot een gemeenschap maakt. Want hoe kan je iemand vragen om te integreren als je niet weet wat je zelf bent?’
De oproep tot zelfonderzoek onderbouwt Scheffer met zijn analyse van de huidige integratieproblematiek in vergelijking met ingrijpende migraties uit vroeger tijden. Die historische benadering maakt ‘Het land van aankomst’ volgens De Vries ‘een must voor iedereen’. ‘Scheffer laat zien dat geschiedenis als inspiratiebron belangrijker wordt naarmate secularisatie toeneemt.’ Dat is een boodschap die humanisten uit het hart gegrepen is. ‘Humanisten gaan ook te rade bij humanistische bronnen en de geschiedenis. Geschiedenis houdt je een spiegel voor.’
Eén van de opvallende inzichten die Scheffer ontleent aan zijn historische analyse is dat migratieproblemen vooral te maken hebben met de effecten van migratie en niet – of in ieder geval veel minder dan we geneigd zijn te denken – met geloofsconflicten. Religie speelt desondanks wel een rol in het integratiedebat van nu, omdat religie in het land van herkomst van moslims is verweven met cultuur en politiek. Scheffer deinst er niet voor terug om te vragen dat migranten in het land van aankomst hun religie leren loszingen van cultuur en politiek. De Vries: ‘De godsdienstvrijheid die we hier kennen, kan volgens hem wel degelijk samengaan met verplichtingen: migranten mogen weliswaar hun eigen godsdienst belijden, maar wel binnen de kaders van een seculiere staat waarin cultuur, politiek en religie gescheiden zijn.’
De historische benadering van Scheffer sluit aan bij de inzet van Fouad Laroui, die dit jaar de Socrateslezing uitspreekt en daarin naar het verleden kijkt op zoek naar een alternatief voor de radicale islam. Scheffer gaat als tweede spreker in debat met Laroui. De Vries: ‘Scheffer betoogt dat migranten zich aanpassen aan de seculiere samenleving en zich losmaken van de betekenis die de islam op dit moment heeft in hun land van herkomst. Hij levert daarmee, net als Laroui, een waardevolle bijdrage aan het ontdekken van de rol van de islam in onze seculiere samenleving. Dat het moeilijk is om de migrantenproblematiek in onze samenleving een plaats te geven, is nog geen reden om het niet te doen.’
Gepubliceerd: 12-12-2007