Een ‘voltooid leven’ zou een criterium moeten zijn om hulp bij een zelfgekozen levenseinde te verlenen. Dat betoogde Rein Zunderdorp, voorzitter van het Humanistisch Verbond, op 26 oktober 2007 tijdens de publieksbijeenkomst over de NVVE-nota ‘Perspectieven op waardig sterven’. In de nota wordt voorgesteld om ‘onomkeerbaar verlies van persoonlijke waardigheid’ te introduceren als criterium voor het beoordelen van een verzoek om hulp bij zelfdoding. Het Humanistisch Verbond pleit voor meer aandacht voor persoonlijke autonomie.
De NVVE vraagt met de nota ‘Perspectieven op waardig sterven’ aandacht voor de positie van de hulpvrager en stelt voor om naast de huidige criteria voor euthanasie een nieuw criterium in te voeren: 'onomkeerbaar verlies van persoonlijke waardigheid'. In de euthanasiewet die sinds 2002 van kracht is, staat het criterium ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’ centraal. In de praktijk wordt een verzoek om euthanasie vrijwel alleen gehonoreerd als een arts beoordeelt dat er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos fysíek lijden. De kritiek op deze wet is dat de hulpvrager te afhankelijk is van het oordeel van de arts, en dat stervenshulp veelal beperkt blijft tot het medisch domein.
Volgens de NVVE zou 'onomkeerbaar verlies van persoonlijke waardigheid' voor minstens zoveel mensen een reden zijn voor een verzoek om stervenshulp als 'ondraaglijk en uitzichtloos lijden'. Bovendien zou dit criterium stervenshulp dichterbij kunnen brengen voor drie categorieën verzoekers die nu zelden of niet geholpen worden, namelijk mensen die lijden aan een chronische psychiatrische aandoening, mensen die lijden aan dementie, en ouderen die hun leven voltooid achten. Rond deze drie thema’s werd op 26 oktober in de Rode Hoed door deskundigen en het publiek gediscussieerd over meer mogelijkheden voor hulp bij een waardig levenseinde.
Rein Zunderdorp pleitte namens de humanisten voor een grotere rol van de persoonlijke autonomie als criterium om hulp bij een zelfgekozen levenseinde te mogen ontvangen. Dit naast het lijdenscriterium maar ook naast het nieuwe criterium van verlies van persoonlijke waardigheid. Waardigheid is een belangrijk begrip in de discussie over autonomie rond het zelfgekozen levenseinde, maar verlies van waardigheid past eerder binnen het lijdenscriterium waarvoor barmhartigheid gevraagd wordt. De Humanistisch Verbond-voorzitter betoogde dat voor oudere mensen een voltooid leven op zich grond zou moeten kunnen zijn voor een verzoek om hulp bij een zelfgekozen levenseinde. Die kunnen juist vanuit een persoonlijke opvatting over waardigheid tot de conclusie komen dat hun leven voltooid is, of tot de slotsom komen dat zij hun leven willen beëindigen omdat zij van verder leven onvoldoende kwaliteit verwachten.
Hans Alma, hoogleraar Psychologie en Zingeving aan en rector van de Universiteit voor Humanistiek, onderstreepte in haar bijdrage aan de paneldiscussie dat artsen niet geschoold zijn voor het ingaan op zingevingvragen en dat daar een taak ligt voor humanistisch raadslieden.
Het Humanistisch Verbond bepleit al langere tijd dat wanneer een doodswens is ingegeven door existentieel of geestelijk lijden of door een persoonlijke weging van de kwaliteit van het eigen leven, hulp van niet-medische hulpverleners - zoals humanistisch geestelijk raadlieden - op zijn plek is. Als waardigheid en autonomie als criteria worden geaccepteerd, dan zou de begeleiding en beoordeling van een verzoek om stervenshulp door niet-medische hulpverleners dichterbij komen. Daarmee zou de hulpvraag, voor zover die niet gaat om fysiek lijden, uit het medisch domein gehaald worden.
Gepubliceerd: 02-11-2007