Op maandag 6 november 2006 organiseert Hivos in samenwerking met Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO) een conferentie over de radicale islam. Welke koers moet de Europese Unie – inclusief Nederland – voeren als het de radicale islam betreft? Wat verstaan we eigenlijk onder ‘radicale islam’, en zouden we afstand moeten nemen van het beleid van de VS? Esther Wit, programmamedewerker van het Humanistisch Verbond, doet verslag.
Islamoloog Ruud Peters van de Universiteit van Amsterdam geeft met zijn inleiding een pessimistische aftrap van de dag. We hebben te maken met twee vervormde beelden: veel mensen zien ‘de Islam’ als een inherent gewelddadige religie die het Westen bedreigt. Aan de andere kant schildert de moslimwereld ‘het Westen’ af als onbetrouwbaar en erger.
De tweede inleiding is positiever van toon. Wendy Asbeek Brusse, mede-auteur van het veel besproken en bekritiseerde WRR-rapport ‘Dynamiek in Islamitisch Activisme’, verwijst naar onderzoek waaruit positieve ontwikkelingen in de politieke Islam blijken.
In het debat tussen politici - Karimi (GroenLinks), Van Dijk (SP) en Meijer (ChristenUnie) in het eerste panel, en Ferrier (CDA), Koenders (PvdA), en Boekestijn (VVD) in het tweede panel - komt de omgang met hamas regelmatig aan de orde. De radicale Islam in de vorm van Jihadistisch activisme – vanaf 1970 financieel flink ondersteund door Saoedi-Arabië – vormt een daadwerkelijke bedreiging. In de zoektocht naar mogelijkheden om deze vorm van fundamentalisme te ondermijnen, zijn twee elementen aan de orde. Steunen we beginnende democratische ontwikkelingen – zoals de Hamas – en onder welke voorwaarden? En aan welke eisen moet ons eigen handelen voldoen om – naar ons zelf en naar anderen – geloofwaardig te zijn?
Hoewel dit niet in het regeringsbeleid tot uiting komt, lijkt er een algemene overeenstemming te bestaan over de afstand die Europa moet nemen ten opzichte van de Amerikaanse koers. Geen uitzondering maken voor Israël waar het mensenrechten en internationale verdragen betreft; geen uitzondering maken voor de VS zelf waar het mensenrechten en internationale verdragen betreft; geen ondersteuning van dictatoriale regimes ten behoeve van politieke doeleinden. Vreemd genoeg kwesties die in de verkiezingsstrijd niet aan de orde zijn.
Gepubliceerd: 10-11-2006