
In 2006 start de actie 'Geen kind in de cel' die tot doel heeft een einde te maken aan het opsluiten van onschuldige kinderen in vreemdelingenbewaring. Verschillende maatschappelijke organisaties, waaronder het Humanistisch Verbond, vinden dat vreemdelingenkinderen - alleen of met hun ouders - niet in een gevangenis thuishoren. De coalitie 'Geen kind in de cel' probeert via lobby, persaandacht en manifestaties aandacht te vragen voor het lot van kinderen in vreemdelingendetentie.
Op 21 juni 2006 vindt de slotmanifestatie plaats van 'Geen kind in de cel'. Bijna 140.000 mensen hebben een petitie getekend, die - samen met een manifest - door Ineke Bakker aan vijf Tweede Kamerleden worden aangeboden. Wim van Fessem (CDA), Klaas de Vries (PvdA), Tineke Huizinga-Heringa (Christen Unie), Jan de Wit (SP), Ineke van Gent (Groen Links) en Boris Dittrich (D'66) nemen de handtekeningen in ontvangst en zeggen toe er alles aan te zullen doen om minister Verdonk naar alternatieven te laten zoeken.
Kinderen opsluiten is volgens het manifest van 'Geen kind in de cel' moreel onjuist, ongeacht welke kinderen en waar ze vandaan komen. Bovendien zijn er alternatieven te bedenken. Een uitzet- of detentiecentrum is geen gezonde plek voor een kind. Het opsluiten van kinderen druist in tegen meerdere mensenrechtenverdragen, waaronder het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind. De Verenigde Naties en de Raad van Europa hebben Nederland al op de vingers getikt. Uitgeprocedeerde kinderen mogen alleen worden opgesloten als het echt niet anders kan en het belang van het kind zou altijd voorop moeten staan.
Het Humanistisch Verbond benadrukt dat mensenrechten – en in dit specifieke geval het recht van kinderen – moreel en juridisch voor ieder mens gelden en gefundeerd zijn op het menszijn van mensen - niet op hun nationaliteit, status of anderszins. Mensenrechten zijn een van de belangrijkste uitvloeisels van de Verlichting. Laten we het licht aan houden.
Gepubliceerd: 25-06-2006