Socrateslezing: 'Alles van waarde is weerbaar'

6 april 2016

Socrateslezing: 'Alles van waarde is weerbaar'

Door webredactie

Welke ideeën zijn de brandstof voor het vuur van de radicale religie? En hoe kunnen we ze bestrijden? Een ideeënstrijd, weerbaarheid en morele moed is hard nodig. De seculiere rechtsstaat, de democratie - met onderliggende Verlichtingsidealen - staan op het spel, vertelde Paul Cliteur op 3 april in zijn Socrateslezing.

Wat is de oorzaak van terrorisme van radicaal religieuze aard? Met die kolossale vraag opent Cliteur voor een uitverkochte zaal in De Rode Hoed (meer dan 300 bezoekers) zijn lezing Humanisme in tijden van radicale religie. Is het religie of ideologie? Of veeleer cultuur en sociale vervreemding? Dit alles, misschien in combinatie met slechte huisvesting en jeugdproblemen? Of is het allemaal terug te voeren op verwarring over identiteit?

Velen zoeken, volgens rechtsfilosoof Cliteur, de diagnose voor terrorisme en radicalisme te weinig in de (religieuze) ideologieën. Want terorrisme komt niet uit lucht vallen. Het is geen natuurgeweld. Er liggen duidelijke ideeën aan ten grondslag. Maar welke zijn dat? Grondige analyse van de oorzaken heeft te lang ontbroken, zo laat Cliteur zien in zijn lezing(pdf) en presentatie(ppt).

Bekijk hieronder de hele lezing en presentatie

De staat

Ook de rol van de staat ligt onder vuur voor Cliteur, zo blijkt vooral in het debat met de zaal na de lezing. Want het is de overheid niet gelukt ons goed te beschermen tegen recente en eerdere aanslagen. De staat heeft te lang de ideeënstrijd over expressievrijheid miskent, vindt Cliteur.

"Dat is al begonnen toen de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek aan de VARA - in de uitzending - vroeg een satire van Rudi Carrell in 1987 op Khomeini (de onderbroekenaffaire) niet uit te zenden. Lees meer over de rol van de staat in het opiniestuk in NRC en op de site investigateproject.org

En hoe nu verder?

Bezoekers leverden in de pauze hun vragen in. Gespreksleider journalist Bahram Sadeghi sprak daarover verder met Cliteur. Vijf belangrijkste vragen (en antwoorden).

  • Wie moet wat concreet doen? (de meest gestelde vraag!)
    Radicalisme komt niet uit de lucht gevallen en is geen natuurgeweld. Er liggen duidelijke ideeën aan ten grondslag. Vijftien jaar lang hebben we ons geconcentreerd op politiewerk, opsporing en vervolging. Nu wordt het tijd om de terroristische ideologie publiekelijk tegen te spreken. We zijn jammer genoeg vrij slecht in het verdedigen van de rechtsstaat, de democratie en bijbehorende waarden, omdat we het zo vanzelfsprekend vinden.
    Burgers beseffen dat de voornaamste taak van de staat is: geweldbeteugelen. Daarom geven we de staat het geweldsmonopolie. We moeten de politiek moeten laten weten dat ze het hen gegeven mandaat niet goed waarmaken. De recente aanslagen zijn een vorm van staatsfalen.Omdat politici de ideeënstrijd niet als zodanig identificeren, ontbreekt ook de aandrang om creatieve ideeen op de politieke markt te brengen.
  • Waarom is radicalisering momenteel vooral in de islam te zien?
    Het is moeilijk te zeggen waarom het idee van secularisme en diversiteit in de Islam moeilijk ligt. Maar het kan een rol spelen dat een andere grote monotheïstische religie - het  christendom - vanaf het begin af aan veel concurrentie had en dus meer tegenspraak is gewend.
     
  • Is een kapitalistische consumptiemaatschappij wel in staat om een ideeënstrijd te voeren?
    Cliteur herkent een geestelijke luiheid. We wachten liever af tot het overwaait. Bovendien neigen we tot concessies; het ontbreekt soms aan morele moed. Cliteur roept de affaire Rudi Carrell uit 1987 in herinnering, die na actief ministerieel ingrijpen een parodie op ayatollah Khomeini niet uitzond.
     
  • Hoe doe je dat, een samenleving moreel weerbaar maken?
    We moeten de goede vragen stellen en de juiste termen gebruiken. En we moeten elke dag opnieuw voor bepaalde waarden staan. Ook ideëen vragen om structureel onderhoud. Een samenleving heeft moralisten nodig, mensen die zeggen hoe het moet en er de schouders onder zetten. Alles van waarde moet zo weerbaar gemaakt worden.
     
  • Wat is de grens van de ideeënstrijd?
    Er is het wettelijke verbod op het oproepen tot haat en geweld. Dat is een legitieme beperking van de vrijheid van expressie. Aanzetten tot haat en geweld meteen het einde van de vrijheid van expressie zelf zou betekenen. Ten tweede mag je er niet voor pleiten dat de democratie wordt afgeschaft. Je kunt geen gebruik maken van een democratie, om vervolgens die democratie mee te vernietigen. 
     
  • Wat zou het humanisme kunnen doen en betekenen?
    Cliteur voelt hier de verantwoordelijkheid van Socrates. Socrates leert ons niet alleen hoe belangrijk vrijheid van expressie is, maar ook dat je morele autonomie moet verdedigen. Moraal moet de basis zijn voor religie, en niet andersom. Je kunt de moraal in een samenleving niet uit individuele religies halen, maar je kunt moraal wel hanteren om aan te geven welke onderdelen van religie goed zijn en welke niet. Dit besef helpt ons al enorm veel verder. Dit leerstuk van Socrates acht Cliteur het kroonjuweel van het humanisme.

 

Foto: Johannes Abeling
Video: Lev, Jochum Damstra