De vraag wat humanisme precies inhoudt, is moeilijk te beantwoorden. Een kenmerk van humanisme is dat mensen zelf, met elkaar en telkens weer opnieuw, de idee en kwaliteit van leven bepalen. In de loop van de geschiedenis zijn steeds andere accenten gelegd. Soms ligt de nadruk op culturele vorming, ontwikkeling en ontplooiing van de mens. Dan weer treedt het rationele, wetenschappelijke denken op de voorgrond. Toch is er wel een lijn te ontdekken. Menselijke waardigheid staat altijd voorop.
In het oude Griekenland van Socrates konden mensen zich een wereld zonder goden niet voorstellen. Het was bepaald een doorbraak dat een zoekende wijsgeer vond dat alles ter discussie stond. Kritisch denken, vragen stellen en verantwoordelijkheid nemen, dat was nieuw in een tijd waarin godsdiensten als vanzelfsprekend deugd en waarheid bepaalden.
Nog steeds zijn er levensbeschouwingen waarin de opvattingen over goed en kwaad onwrikbaar vastliggen. Aanhangers voelen zich thuis bij het eenduidige karakter van een voor eens en altijd kloppend mens- en wereldbeeld. Vaak speelt het veronderstelde bestaan van een hogere macht daarin een overheersende rol.
Humanisten oriënteren zich op het hier en nu, met in achtneming van verleden en toekomst. Een mogelijk leven naast de waarneembare werkelijkheid houdt hen minder bezig. Wat niet wil zeggen dat alle humanisten zo’n ‘bovenaards’ leven ontkennen. Ze doen er alleen geen uitspraken over en ontlenen er evenmin bijzondere inspiratie of inzichten aan.
Het huidige motto van het Humanistisch Verbond is ‘zelf denken samen leven’. Centrale begrippen die hier nauw mee samenhangen zijn: mensenrechten en autonomie, vrijheid, sociale verantwoordelijkheid en zelfontplooiing. Deze hoofdwaarden en -normen hebben zich in de Renaissance, tijdens de Verlichting en in de moderne tijd ontwikkeld. In onze tijd vormen deze humanistische waarden en normen het richtsnoer voor de beoordeling van persoonlijke en maatschappelijke vraagstukken.
In de nog altijd geldende beginselverklaring van het Humanistisch Verbond uit 1973 zijn de kenmerken van humanisme vooral idealistisch verwoord: