Humanistisch Verbond op Twitter Humanistisch Verbond op Facebook Humanistisch Verbond op YouTube

Zoeken

Wanneer en waarom werd het Humanistisch Verbond opgericht?

Het Humanistisch Verbond is opgericht op 17 februari 1946 in Amsterdam. Het is geen toeval dat de oprichtingsdatum kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog ligt. Honderd jaar geleden lag het percentage buitenkerkelijken in Nederland op een kleine vijf procent van de bevolking. Door de opkomst van het fascisme kwam een sterke tegenbeweging op gang van - voornamelijk - vrijdenkers en socialisten. Zij legden het accent op het belang van menselijkheid in samenleving, politiek en levensbeschouwing. Bij de veelal starre kerkgenootschappen vonden zij nauwelijks gehoor. In de jaren veertig nam de buitenkerkelijkheid toe tot zo’n twintig procent.

Onder invloed van deze ontwikkelingen rijpte tijdens de oorlogsjaren het idee dat er in Nederland plaats zou zijn voor een brede humanistische organisatie. Die zou het groeiend aantal buitenkerkelijken een geestelijk onderdak kunnen bieden en voor hun belangen kunnen opkomen. Ook zou zo’n organisatie een bijdrage moeten leveren aan de inhoudelijke en zedelijke verdieping. De noodzaak hiertoe was door de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog op zeer wrede en tragische wijze blootgelegd.

De geestelijke en maatschappelijke ontreddering was vlak na de oorlog groot. Voor organisaties die zich op dit terrein wilden inspannen was een enorme taak weggelegd. Aangezien de kerken zich beperkten tot hun eigen aanhang, viel de sterk vermeerderde groep buitenkerkelijken buiten de boot. Als reactie op hun vraag naar hulp ontstonden twee initiatieven: de vereniging voor maatschappelijk werk Humanitas en het geestelijk genootschap Humanistisch Verbond. Ze zijn respectievelijk in 1945 en 1946 opgericht, onafhankelijk van elkaar.

Beide initiatieven kwamen uit sociaal-democratische hoek. Men wilde een alternatief ‘tehuis’ scheppen voor degenen die in de gevestigde kerken niet vonden wat ze zochten. Dat waren buitenkerkelijken, maar ook sommige vrijzinnige gelovigen.

Humanitas noemde zich voluit Vereniging voor Maatschappelijke Hulpverlening op Humanistische Grondslag. Kort nadat ook het Humanistisch Verbond was opgericht, volgde bestuurlijk overleg. Medio 1946 lag een uitgewerkt fusieplan gereed dat door beide besturen werd gedragen. De leden van Humanitas wezen de fusie echter van de hand. De samenwerking bleef beperkt tot landelijke coördinatie. Daarbij werd afgesproken dat het Verbond zich ging bezighouden met geestelijke verzorging, terwijl Humanitas het maatschappelijk werk oppakte.

De oprichting van het Humanistisch Verbond vertoont een opmerkelijke parallel met die van De Dageraad in de negentiende eeuw. Eerst verscheen er een boek. In dit geval ‘Modern humanisme, een renaissance?’. Neerlandicus Jaap van Praag schreef dit boek tijdens de oorlog, toen hij vanwege zijn joodse afkomst ondergedoken zat. Hij pleitte voor vernieuwing van het geestelijk leven in humanistische zin.

Na de oorlog nam Van Praag het initiatief tot een organisatie door een twintigtal vrienden uit te nodigen voor een eerste bijeenkomst op 17 november 1945 te Utrecht. In december werd een circulaire rondgestuurd aan zo’n achthonderd bekenden, met de oproep mee te werken aan de oprichting van het Verbond. De beoogde organisatie moest zich inzetten om ‘het goed recht van een ongodsdienstig humanisme waar nodig te verdedigen en tevens te zijn een centrum van bezinning en verdieping voor allen die, hoewel ongodsdienstig, een levensbeschouwing aanhangen, die niettemin zedelijk en wijsgerig verantwoord is’.

Hoewel vanaf de oprichting van het Verbond, op 17 februari 1946, veel sociaal-democraten bij de organisatie betrokken zijn geweest, heeft het er steeds voor gewaakt zich bij het aangaan van contacten met politieke partijen te veel op de PvdA te richten. Ook werd steeds nadrukkelijk rekening gehouden met het bestaan van uiteenlopende interpretaties van humanisme. Zo kon het gebeuren dat ook het enige maanden eerder opgerichte Religieus Humanistisch Verbond tot de organisatie toetrad.

De voorkeur voor een zo breed mogelijk draagvlak kwam tot uiting in de eerste beginselverklaring uit 1946: 'Onder humanisme wordt verstaan de levens- en wereldbeschouwing, die zich zonder uit te gaan van het bestaan van een persoonlijke godheid, baseert op de eerbied voor de mens als bijzonder deel van het kosmisch geheel, als drager van een niet aan persoonlijke willekeur onderworpen normgevoel en als schepper van en deelhebber aan geestelijke waarden. Het humanisme gaat uit van de erkenning, dat de mens de behoefte gevoelt, zich een beeld te vormen van de werkelijkheid: het humanisme streeft naar een beeld, dat de toets der rede kan doorstaan. Het humanisme is in de westerse cultuur thans niet denkbaar zonder de principiële erkenning van de persoonlijke vrijheid, de sociale gerechtigheid en de culturele verantwoordelijkheid.'

Over humanisme