Iedereen die instemt met de beginselen kan lid van het Humanistisch Verbond worden. Het Humanistisch Verbond kent geen ballotage. Het humanistische gedachtegoed wordt in de samenleving van nu zo breed gedeeld, dat veel godsdienstige of gelovige mensen zich herkennen in belangrijke uitgangspunten van humanisme.
Veel mensen die bij een kerkgenootschap horen voelen zich verbonden met de traditie en de waarden van hun geloof, maar hechten tegelijkertijd niet meer zo aan allerlei traditionele beelden van dat geloof. Wie gelooft er bijvoorbeeld nog in god als een man (!) met een lange grijze baard? De meeste mensen zijn niet meer zo stellig over het wezen van god. Die twijfel verschilt natuurlijk niet zo veel van het eenvoudige ‘ik weet het niet’, dat veel humanisten aanhangen wanneer het gaat om het mysterie van het bestaan.
Veel gelovige mensen delen met humanisten de zorg om een humane samenleving en om essentiële waarden in het leven, die op dit moment opnieuw zo sterk onder druk staan. Met name tussen vrijzinnige gelovigen en humanisten is een gemeenschappelijk doordenken van belangrijke levensvragen een feest van herkenning. Samen zoeken ze, zonder voorbehoud, naar vaak gemeenschappelijk gevoelde antwoorden op overeenkomstige vragen. Zo gezien is een lidmaatschap van zowel een kerkgenootschap als het Humanistisch Verbond zonder enig bezwaar mogelijk.
Humanisten gaan uit van hetgeen ze kunnen waarnemen met hun menselijke vermogens. Daarbij sluiten velen niet uit dat er misschien meer is, maar daar gaan ze in de dagelijkse praktijk niet van uit. Humanisten geloven in mensen. Het draait, in het dagelijks leven, om wat iemand doet en zegt, of nalaat te doen of te zeggen. Daar is hij (m/v), vinden humanisten, zelf verantwoordelijk voor. Hij kan die verantwoordelijkheid niet afschuiven op iets of iemand buiten zichzelf. Hij heeft zich erover te verantwoorden, tegenover zichzelf en, zonodig, tegenover anderen. Het humanistische mensbeeld gaat uit van een zelfstandige mens die zich uitsluitend zelf verantwoordelijk voelt voor wat hij doet en nalaat, voor anderen en voor de samenleving op zich. Humanisten geven een centrale plaats aan mensen als vormgevers van het eigen bestaan.
Evengoed beseffen humanisten dat ze het leven niet helemaal in de hand hebben. Er is zoiets als 'lot', noodlot maar ook geluk. Mensen hebben het leven te nemen zoals het komt. Het kan dus zomaar overhoop gegooid worden, het kan in één klap helemaal veranderen door bijvoorbeeld het overlijden van een dierbare, het verlies van werk, een natuurramp enzovoort. Dat kan het door humanisten zo bejubelde 'autonome individu' behoorlijk in de war maken. Humanisten gaan ervan uit dat het bestaan een onzeker gebeuren is en dat ze er onder alle omstandigheden het beste van moeten zien te maken. Ze gaan er niet van uit dat 'een onzichtbare hand' sturing geeft aan het 'lot', wel dat de wereld toevallig is, zonder aanwijsbare oorzaak, zonder aanwijsbaar doel. Maar dat het altijd eenvoudig is en wel meevalt is hiermee beslist niet gezegd.
Deze uitgangspunten verdragen zich ongetwijfeld minder goed met het geloof dat een hogere macht een centrale plaats inneemt in het samenleven van alledag, dat een hogere macht sturing geeft aan gebeurtenissen in het ondermaanse en tussen mensen. Voor wie dat stellig gelooft en aan die gedachten steun en kracht ontleent voor het dagelijkse leven ligt het aansluiten bij de humanistische beweging veel minder voor de hand.