Het Humanistisch Verbond helpt mensen die ongelukkig zijn door het bieden van humanistisch geestelijke verzorging. Humanistisch geestelijk verzorgers begeleiden mensen die plotseling in een totaal andere omgeving of situatie terecht zijn komen. En mensen die kampen met belangrijke levensvragen zoals: Waarom overkomt dit mij? Hou verhoudt mijn nieuwe situatie zich tot wat ik verder in mijn leven heb meegemaakt? Hoe kan ik de tijd hier zodanig invullen dat ik me minder ongelukkig voel? Hoe kan ik af en toe weer momenten van intens geluk ervaren?
Deskundig opgeleide humanistisch raadslieden nemen de tijd om te luisteren naar uw verhaal en uw ervaringen. U kunt in deze gesprekken belangrijke vragen aan de orde stellen over de zin en vormgeving van uw leven. De humanistische raadsman of -vrouw helpt u om in alle rust alles op een rijtje te zetten en geeft u ruimte voor heroriëntatie. In een vertrouwelijke sfeer kunt u spreken over verdriet en zorgen. Over hoe u zich staande kunt houden als uw leven opeens veranderd is. Over hoe u om kunt gaan met uw naaste verwanten, vrienden, buren en collega’s. De humanistisch geestelijk verzorgers geven u de steun die even nodig is.
Humanistische raadslieden hebben een opleiding gevolgd aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Evenals artsen zijn ze gebonden aan een ambtsgeheim en beroepscode. Het Humanistisch verbond bewaakt de kwaliteit van de zorg. Ook zet het Verbond zich in om zoveel mogelijk geestelijke verzorging te realiseren op plekken waar dat nodig is: in ziekenhuizen en andere zorginstellingen, de strijdkrachten en gevangenissen. Verder zijn er tientallen ‘vrijgevestigde’ raadslieden verspreid over heel Nederland waar u desgewenst een beroep op kunt doen.
Het Humanistisch Verbond noemt als een van de kenmerken van humanisme: ‘de helpende zorg voor medemensen om hen in staat te stellen zich te ontplooien tot mensen met een volwaardig bestaan in zelfbestemming’. Dit streven betekent vorm en inhoud geven aan het perspectief van menselijke waardigheid. Er mógen zijn en er kúnnen zijn. Volgens humanisten komt het daar op aan in het leven.
In een humane samenleving delen mensen in elkaars lot. Dat samen delen komt ook tot uitdrukking in de bekommernis om hen die zich ongelukkig voelen. Zorg is voor humanisten een vanzelfsprekendheid, omdat we in de angst en het verdriet van de ander onze eigen kwetsbaarheid herkennen. Een van de eerste vragen die mensen elkaar bij ontmoetingen stellen is: ‘Hoe gaat het met je?' Onuitgesproken, maar vanzelfsprekend is de wens dat het ‘goed’ gaat. Zo niet, dan moet er iets gebeuren.
In onze moderne, sterk verzakelijkte wereld wordt zorg wel gezien als ballast, als luxe of als een betreurenswaardig noodzakelijk iets. Ook in het humanisme is een tijdlang eenzijdig het accent gelegd op autonomie als hoogste ideaal. Historisch gezien begrijpelijk, als reactie op eeuwenlange onderdrukking door kerk en wereldlijke heersers.
Zelfstandigheid is in het westerse mensbeeld als belangrijkste waarde gaan overheersen. Zorg is met een zekere schaamte omkleed geraakt. Het besef dat mensen op zichzelf én op elkaar zijn aangewezen is bij velen op de achtergrond geraakt. Veel mensen zien het als een bewijs van kracht om ‘niemand nodig te hebben’. Mochten zij het onverhoopt toch niet redden, dan doen ze het liefst een beroep op allerlei zorgvoorzieningen op basis van hun verzekeringen. Hiervoor hebben zij immers zelf betaald. Deze mensen leven in een contractmaatschappij waarin ze hun mythe van onafhankelijkheid overeind proberen te houden. Volgens het Humanistisch Verbond zijn het verlenen en accepteren van zorg belangrijke componenten van een menswaardig bestaan.