Geschiedenis

Een speurtocht naar de historische wortels van het humanistische gedachtegoed leert dat het begrip humanisme pas begin 19de eeuw is ontstaan.

Toch waren er al veel eerder ideeën en opvattingen die hebben geleid tot wat humanisme is gaan heten. In tal van culturen hebben zich oriëntaties ontwikkeld met grote aandacht voor de mens zelf. Zowel in boeddhisme en hindoeisme als in christendom en islam treffen we daartoe aanknopingspunten aan. Omdat humanisten ook hechten aan diversiteit is de dialoog met andersdenkenden wezenlijk. In gesprek blijven met elkaar gaat boven het uitvergroten van de verschillen.

Grieken en Romeinen

De Griekse filosoof Socrates (5de eeuw voor Christus) geldt algemeen als grondlegger van het westerse humanisme. Hij stelde vragen bij alle vanzelfsprekendheden die op zijn weg kwamen. Vraagtekens plaatste deze wijsgeer vooral bij autoriteit en dogmas. Het zelf kritisch nadenken heeft de moderne humanist met Socrates gemeen. Een andere belangrijke bron voor het humanisme is de stoïcijnse filosofie, gegrondvest door de filosoof Zeno. Deze filosofie raadde de mens aan te leven 'overeenkomstig natuur en rede'. Voor de Stoïcijnen waren alle mensen gelijk, zelfs slaven en 'barbaren'. Ook in het latere Romeinse rijk schoten de klassieke Griekse ideeën wortel. Lag bij de Grieken veel nadruk op paideia, vorming tot mens, Romeinen als Seneca en Cicero lanceerden het ideaal van de humanitas, menselijkheid.

Renaissance en 17de eeuw

In de middeleeuwen kennen we weinig mensen met humanistische ideeën. Pas in de veertiende eeuw treden weer mensen op, het eerst in Italië, die we humanistisch kunnen noemen. Ze nóemden zich zelfs 'humanisten', maar dat woord betekende toen nog iets anders dan nu: namelijk iemand die de Latijnse en Griekse letterkunde bestudeert. Via deze lectuur maakten de geleerden kennis met de klassiek-humanistische ideeën en kregen geloof in de mogelijkheden van de mens. Deze periode - de Renaissance - is wel eens gekarakteriseerd als 'de ontdekking van de mens en van de wereld'.
Erasmus en Coornhert zijn belangrijke vertegenwoordigers van het humanisme in Nederland.
Erasmus vertaalde veel klassieke teksten waardoor die toegankelijk werden voor een breed publiek. In deze periode is nog geen sprake van on- of antigodsdienstigheid. Wel ontstond er een besef van vrije wil, eigen kracht en redelijkheid. Dirck Volkertszoon Coornhert was in Nederland een van de eersten die voor godsdienstige verdraagzaamheid pleitten. Hij ontleende zijn moraal niet aan het christelijk geloof, maar vond dat de mens ook buiten het geloof het deugdzame kan bereiken.Een uitspraak van Coornhert is: 'Wie nooit twijfelt, leert niets'.
In de 17de eeuw zijn met name Spinoza en Hugo de Groot belangrijk. De Amsterdammer Spinoza (17de eeuw) durfde het aan de bijbel mensenwerk te noemen. De jurist Hugo de Groot concentreerde zich op de rechtsregels met betrekking tot oorlog, vrede en zeerecht. Internationaal wordt hij wel beschouwd als de grondlegger van de moderne mensenrechten.

18de en 19de eeuw

Tijdens de Verlichting (18de eeuw) nam de betekenis van wetenschap en onderzoek sterk toe. Het vertrouwen in menselijk inzicht en logisch redeneren kreeg onder andere vorm in het liberalisme. Cruciaal was ook de Franse revolutie die vocht voor vrijheid, gelijkheid en broederschap. Het denken ontwikkelde zich verder in a-religieuze richting. De Duitse filosoof Kant riep op om het eigen verstand te gebruiken en het juk van onmondigheid af te werpen. De evolutietheorie van Darwin was een van de wetenschappelijke theorieën in de 19e eeuw die van uitzonderlijk grote invloed is geweest en een grote stap in de ontwikkeling van het humanisme. Het was Feuerbach die godsdienst onomwonden een schepping van de menselijke geest noemde. Dat bracht hem tot de uitspraak dat de mensen een god geschapen hebben naar hun beeld. Het was daarom zaak het in de godsdienst gelegde ideaal van menselijkheid weer tot de mensen zelf terug te brengen. God kon worden afgeschaft. Dit noemde hij humanisme.De moderne georganiseerde humanistische beweging begint in Nederland in het midden van de negentiende eeuw met de oprichting van vrijdenkersvereniging De Dageraad. De leden, onder wie schrijver Multatuli en later Anton Constandse, zijn antigodsdienstig en bestrijden kerken. Enkel de mens zelf staat centraal.

20ste eeuw

Het socialisme van Marx, die verkondigde dat een waardig bestaan pas mogelijk is in een menselijke, rechtvaardige samenleving, had een belangrijke invloed op het humanisme van de 20ste eeuw. Met de oprichting van Humanitas in 1945 en het Humanistisch Verbond in 1946 organiseerden humanisten zich na de oorlog om in het nog sterk verzuilde en door christenen gedomineerde Nederland een eigen plaats te bevechten.
Toen de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948 was aangenomen door de Verenigde Naties, werd het pad geëffend voor een internationale humanistische beweging. De oprichting van de International Humanist and Ethical Union in 1952 (en sinds 1990 ook de European Humanist Federation) bezorgde het georganiseerd humanisme een naam op wereldschaal.
De gelijkberechtiging van humanisten in Nederland is inmiddels in veel opzichten gerealiseerd. Humanitas en Humanistisch Verbond leggen daarom minder het accent op belangenbehartiging. Het werk is nu vooral gericht op zorg en visie. Daarmee willen humanisten een bijdrage blijven leveren aan de ontwikkeling van de samenleving, ook in onze (post)moderne 21ste eeuw.

Meer informatie

Gebruik de Humanistische Canon. Deze canon is bedoeld om een overzicht te geven van de geschiedenis en de actualiteit van het humanisme. Niet alleen was het tijd om het humanisme in zijn historische context toegankelijk te maken voor een breder publiek, maar ook om de verschillende vormen waarin het humanisme zich vandaag de dag manifesteert, inzichtelijk te maken vanuit haar geschiedenis.