In Nederland verblijven mensen voor wie het onmogelijk is een verblijfsvergunning te krijgen, maar die ook niet uitgezet kan worden. Naar schatting zijn er tussen de 35.000 en 60.000 onuitzetbaren in Nederland. Dat betekent dat de helft van alle illegalen in Nederland onuitzetbaar is. En dat een op de zes cellen in Nederland een detentiecel is. Er zijn veel oorzaken die uitzetting kunnen verhinderen.
Om iemand uit te kunnen zetten moet aan een aantal voorwaarden voldaan zijn:
1. Identiteit en herkomst moeten worden vastgesteld, liefst met harde bewijzen.
2. Het land van herkomst moet hen erkennen als burger.
3. Een tijdelijk reisdocument wordt aangevraagd bij het land van herkomst.
4. De vliegreis wordt geregeld.
5. De betrokkenen moeten zonder al te veel kleerscheuren in het vliegtuig komen.
6. De grensbeambte moet hen bij aankomst ook echt toegang verlenen.
Bij elk van deze stappen kan het misgaan. Om te beginnen is de identiteit van mensen niet zomaar vast te stellen. Dat kan zijn omdat informatie ontbreekt, of omdat er gewoonweg geen bewijsmateriaal beschikbaar is. Niet in elk land wordt de bevolkingsadministratie nauwkeurig bijgehouden.
Soms komt het door vertragingstactieken of tegenwerking. Door de vreemdeling zelf, als hij zijn identiteit niet wil prijsgeven, of zich tot het uiterste verzet op het vliegveld. Ook voelen soms ambassades er weinig voor om met de Nederlandse politie samen te werken. Bijvoorbeeld als een land niet zit te wachten op terugkerende onwillige onderdanen.
Familieleden van de vreemdelingen kunnen ook van invloed zijn: soms werken zij niet mee aan het opvragen en opsturen van een geboortebewijs of ander identiteitsdocument. Ten slotte kan het ook nog liggen aan de inefficiënte werkwijze van de ambtenaren die aan de uitzetting werken.
'Onuitzetbaren' zitten vaak lang en vaak in detentie. Toekomstperspectief hebben zij nauwelijks. Tussen de detenties in leiden ze een steeds marginaler bestaan. De psychische nood is hoog, dat weten de humanistisch geestelijk verzorgers in detentiecentra.
Naar schatting zijn er tussen de 35.000 en 60.000 onuitzetbaren in Nederland. Lees verder in onze brochure over Onuitzetbaren
Terwijl er gewerkt wordt aan hun uitzetting, worden de vreemdelingen vastgehouden in de detentiecentra. De einddatum van de detentie is van tevoren niet bekend. Het kan om enkele weken gaan, maar ook om meer dan een jaar.
De omstandigheden zijn vrij sober. Persoonlijke ruimte, privacy, bewegingsvrijheid, activiteiten, geld, toegestane spullen op je kamer, mogelijkheden bezoek te ontvangen, telefoontijd, mogelijkheden om voor jezelf te koken; alles is gelimiteerd en beperkt.
Post wordt geopend, de telefoon kan afgeluisterd worden. Mediacontacten zijn niet toegestaan. Er is toezicht zoals in een gevangenis, door geuniformeerde bewakers, compleet met celinspecties, fouilleren soms ontkleed en een deur die een lange periode per etmaal achter jou en je celmaat op slot gaat. De vraag naar geestelijke verzorging groot, net als de wanhoop, de woede, de angst en de beschadiging.
Als een gedetineerde niet kan worden uitgezet door de Nederlandse overheid, kan hij worden vrijgelaten. Dat gebeurt meestal zonder aankondiging; van de ene op de andere dag. Klinkeren is de term die ervoor wordt gebruikt. Hij krijgt een brief mee, waarin staat dat hij binnen 24 uur het land moet verlaten. Met zijn bagage en het geld dat hij op zijn gevangenisrekening had staan, wordt hij afgezet ergens op een station, of bij een bushalte.
De geklinkerde staat voor de opgave van de ene op de andere minuut het afwachtende bestaan van de gevangenis van zich af te schudden en onmiddellijk in actie komen. Waar moet ik naartoe? Wie kan ik bellen? Waar slaap ik vannacht? Hoeveel geld heb ik nog? Het antwoord op die vragen is afhankelijk van hoe groot het sociaal netwerk is dat mensen nog hebben.
Sommige gedetineerden zijn banger voor de dag dat ze vrijkomen, dan voor een langdurige detentie. Onontkoombaar dringt de vraag zich op: hoe nu verder? Lees verder een artikel over Vera Filatova in Trouw
Humanistisch Geestelijk Verzorgers werken in de detentiecentra voor Vreemdelingen. In deze gevangenissen worden vreemdelingen vastgehouden, terwijl er gewerkt wordt aan hun uitzetting. De einddatum van de detentie is van te voren niet bekend. Het kan om enkele weken gaan, maar ook om meer dan een jaar. De omstandigheden in de detentiecentra zijn vrij sober. Persoonlijke ruimte, privacy, bewegingsvrijheid, activiteiten, geld, toegestane spullen op je kamer, mogelijkheden bezoek te ontvangen, telefoontijd, mogelijkheden om voor jezelf te koken, alles is gelimiteerd en beperkt. Je post wordt geopend, de telefoon kan afgeluisterd worden. Mediacontacten zijn niet toegestaan. Er is toezicht zoals in een gevangenis, door geuniformeerde bewakers, compleet met celinspecties, fouilleren, soms ontkleed, en een deur die een lange periode per etmaal achter jou en je celmaat op slot gaat.
Zoals in andere gevangenissen is er ook geestelijke verzorging, van verschillende kleuren, waaronder humanistische geestelijke verzorging. De geestelijk verzorgers zijn er om de gedetineerden te ondersteunen bij het uitoefenen van hun levensbeschouwing en hen te begeleiden bij levensvragen die zich opdringen. Ook hebben geestelijk verzorgers een taak als het gaat om de humaniteit in de inrichting. In de vreemdelingenbewaring is de vraag naar geestelijke verzorging groot, net als de wanhoop, de woede, de angst en de beschadiging.
Gedichten uit gespreksgroepen
Humanistisch geestelijk verzorgers in de detentiecentra maken vaak gebruik van gedichten. Ook gedetineerde vreemdelingen schrijven gedichten. Een kleine selectie. Aan het eind van een gespreksgroep, altijd met de onzekerheid wie er nog zal zijn volgende week, en wie niet, en waar die dan is:
Reisopdracht
en als je weggaat.
regen er dreigt regen
storm blaast zand
over de wegen,
men moet z´n ogen beschermen.
angstige vogels zwermen
boven het land.
de lucht is zwart.
zeg langzaam:
Ik hou van regen.
Ik hou van storm.
Ik ben niet bang.
Riekus Waskowsky
Bij de start van een nieuwe groep, nadat ik verteld heb dat niemand hier zijn echte naam hoeft te noemen, en we vervolgens over namen spreken: wie ze je geeft, en waarom, en hoe je genoemd wilt worden, hier en nu.
Voor wie ik liefheb wil ik heten
mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
hoe moet ik mij geborgen weten?
noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
voor wie ik liefheb wil ik heten.
my names forgotten by my mother,
my child does not yet know my name.
how could i feel that i am safe?
name me, confirm my being here,
may my name be as a linking chain.
name me, name me, call on me,
o, call me by my deepest name.
for those i love i have my name.
Neeltje Maria Min
Bij de midzomerviering in het Detentiecentrum
Ik wil het altijd weer:
wonen in een dik huis,
mij warmen aan heilig vuur.
Maar ik sta op open land,
geen mens of dier om mij heen,
de wind van het licht in de rug.
Ik wil niet terug.
Hans Andreus
Artikelen van en interviews met humanistisch geestelijk verzorgers in de vreemdelingenbewaring.
Gepubliceerd: 15-06-2010