

'Hoe speelt levenskunst een rol in het werk van humanistisch geestelijk verzorgers bij de dienstverlening aan ouderen, gedetineerden, zieken of soldaten? Geestelijk verzorger in de zorg Marcelle Mulder schrijft over verzorgende Trynke die oog heeft voor de kostbaarheid van de ander en zo zorg waarmaakt.
Soms ontmoet je een verzorgende die het helemaal heeft. Iemand die haar vak verstaat en tegelijkertijd mensen laat voelen dat ze ertoe doen. Zo liep ik laatst mee met Trynke, verzorgende in een woonzorgcentrum ergens in Friesland. Ze voelde zich er eerst wat ongemakkelijk bij, zo leek het. Maar goed, we gingen op pad om een aantal bewoners te helpen. En we waren nog niet bij de eerste bewoner of alle stugheid leek uit Trynke te verdwijnen.
Mevrouw van Vliet lag nog op bed, maar was al wel wakker. Trynke ging op de rand van bed zitten en pakte haar hand. Ze streelde die en vroeg hoe het was met haar was. Niet te best, vertelde de mevrouw, ze voelde zich ellendig. Ze moest steeds denken aan haar zuster die de week daarvoor was overleden. Trynke vroeg haar of ze wel een kopje koffie op bed wilde. Mevrouw Van Vliet wilde dat graag en even later nipte ze aan haar koffie. Trynke deed intussen de gordijnen open en je zag Mevrouw Van Vliet langzaam ontdooien en naar de dag toegroeien. Al luisterend en pratend hielp Trynke haar verder bij haar ochtendtoilet en tegen de tijd dat ze in de kleren was, kwam de vrijwilligster. Iemand die haar goed kent en de gebeurtenissen van de vorige week ook had meegemaakt. De dames gingen samen aan de koffie. Trynke en ik gingen verder.
Naar Mevrouw Oostveen. Die lag op bed, klein, wit en heel ver weg. Ook bij haar zocht Trynke eerst even contact, dit keer oogcontact. Zij reageerde verheugd toen ze Trynke herkende. Trynke vroeg haar of ze wat water wilde. Mevrouw Oostveen knikte bijna onzichtbaar. Behoedzaam gaf Trynke haar wat slokjes en je kon zien dat het goed deed. Guus, de stagiair, kwam binnen.
'Zal ik even helpen?', vroeg hij aan Trynke. En samen wasten ze haar op bed, rustig, in contact met haar. Mevrouw Oostveen kon bijna niet meer spreken, maar je zag aan haar dat ze dit aankon.
Zo ging het verder; we kwamen bij verschillende mensen over de vloer. Een Engelstalige mevrouw waar Trynke mee lachte vanwege haar eigen gebrekkige kennis van het Engels. Een mevrouw wier man de dag daarvoor was overleden en die nu heel veel familie bij zich had. Een mevrouw die geholpen moest worden met insulinespuiten, wat een collega van Trynke ging doen om haar BIG-registratie te behalen. Trynke moest het beoordelen en aftekenen. En steeds viel op dat ze consequent contact zocht met de bewoner en dat het haar lukte om vandaar uit samen met de bewoner de zorg 'waar te maken'.
Dat doet goed, dat zie je. Dat is waar zorg uiteindelijk ook om begonnen is, toch? Dat het de ander goed doet. Waar zit 'm dat nou in? Trynke wist het niet, toen ik haar ernaar vroeg, maar ze merkte wel vaker, ook op de sportclub, dat ze makkelijk en goed contact met mensen maakt en dat daar mooie dingen uit kunnen ontstaan.
Ik las van de zomer een gedicht van Ida Gerhardt - facultas medica heet het - uit haar Verzamelde Gedichten. Het gaat over een chirurg die oog heeft voor de kostbaarheid van degene die hij opereert. Ik vond het, omgewerkt naar verzorgend werk, ook helemaal opgaan voor Trynke en alle andere verzorgenden die hun vak verstaan juist omdat ze oog hebben voor de bewoner en voor zichzelf.
Hier mijn bewerking.
Als je haar wast,
kun je doortastend zijn,
juist omdat je voorzichtig bent.
Je koestert haar of je beschadigt haar.
Je ziet haar kwetsbare gezicht.
Als je verblind- niet naar haar kijkt,
richt je schade aan die niet geneest.
En onteer je je vak.
Hulde voor jou die je grens
kent. Jij helpt echt.
Jouw schroom verraadt je adel.
Met de washand werkend aan een mens,
open je het hek
waardoor de ander verder kan.
Marcelle Mulder is geestelijk verzorger en stafmedewerker in de verzorgingshuizen van Zorggroep Tellens in Bolsward.
Gepubliceerd:10-09-2009