"Om te komen tot meer inzicht in jezelf en de medemens moet je op pad, de wereld in en beproevingen ondergaan. Zo kun je 'beter mens' worden." Dat is één van de conclusies van Arjan Meutgeert in zijn artikel over levenskunst. Zijn leidraad is de klassieke spreuk 'Ken Uzelve'. Arjan gaat onder meer te rade bij de grote filosofen uit de Oudheid, Descartes en Nietzsche. Maar ook Foucault, Kunneman en Dohmen geven inspiratie.
Hieronder volgt een samenvatting van 800 woorden van het volledige artikel.
Het begint met een citaat dat direct duidelijk maakt waarover de auteur het wil hebben.
Friedrich Nietzsche: 'In hun streven zichzelf niét te leren kennen tonen gewone mensen grote vindingrijkheid en meer slimheid dan de meest scherpzinnige denkers in hun tegenovergestelde streven: zichzelf te leren kennen.'
Vervolgens gaat de auteur op zoek naar de wortels van levenskunst: de Oudheid. De Franse filosoof Foucault herontdekte de antieke levenskunst, constateert Meutgeert.
'In veel colleges vroeg Foucault zich af hoe het komt dat die antieke levenskunst verdwenen is uit de westerse cultuur.Ten dele stelde hij de christelijke moraal van zelfverloochening daarvoor verantwoordelijk, voor een ander deel de moderniteit. Volgens Foucault is de mens sedert Descartes eerst en vooral als een bepaald type kennissubject opgevat. De zorg voor zichzelf is daardoor op de achtergrond geraakt.
'In onze maatschappij is nauwelijks iets over van het idee dat je zelf, je leven, je bestaan het belangrijkste kunstwerk is waarop je je moet toeleggen.' De huidige liberale moraal schiet volgens Foucault tekort. Hierin wordt de mens als drager van rechten en plichten opgevat.
Het 'dikke ik-tijdperk'Deze 'doorgeschoten' liberale moraal is de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van het 'dikke ik-tijdperk', zoals filosoof en socioloog Harry Kunneman dat verwoordt in zijn boek 'Voorbij het dikke-ik'. 'Het afgelopen decennium heeft zich in het geïndividualiseerde en welvarende Nederland een verontrustende ontwikkeling voorgedaan, die samengevat kan worden als de opmars van het dikke-ik. Deze eigentijdse figuur openbaart zich met grote kracht in de openbare ruimte'.
Als belichaming van het moderne, autonome en welvarende individu is het dikke-ik niet alleen weldoorvoed, om niet te zeggen volgevreten, maar neemt het ook veel ruimte in, vooral in de vorm van onverschillig, lomp of zelfs gewelddadig gedrag.'
De morele dimensie van authenticiteitWat kan levenskunst doen tegen de opmars van het 'dikke-ik'?
Filosoof Joep Dohmen zoekt het antwoord in de klassieke filosofie. Levenskunstethiek is een ethiek van zelfzorg. Het draait om zelfsturing met het oog op het goede leven. Dan moet men niet vies zijn van krachtig moraliseren. Dohmen is onverholen normatief: 'het moet ergens over gaan, ander is ons leven niet geslaagd.' Uitgangspunt van ethiek van de levenskunst is de norm dat iemand zichzelf verantwoordelijk stelt voor zijn eigen levenslot. Dohmen vraagt, volgens Meutgeert terecht, aandacht voor de morele dimensie van authenticiteit.
'Wie elke vorm van verantwoordelijkheid voor het eigen handelen wil ontlopen, is onwaarachtig, en moet men in de lijn van het existentialisme te kwader trouw noemen. Je moet niet willen ontkennen dat je aan de basis van je eigen handelen staat.'
Er weerklinkt in Dohmens werk een krachtig pleidooi voor een sterke vorm van subjectiviteit, die haar eigen innerlijke rangorde van waarden aanlegt en serieus neemt. Iemand is in de ogen van Dohmen authentiek als hij 'een doorleefde levenshouding heeft gevonden waarin hij gaandeweg zijn eigen waardeschaal heeft ontwikkeld en op grond daarvan zijn eigen autoriteit is geworden.'
Na onderzoek naar de ideeën van verschillende filosofen komt Meutgeert tot de volgende conclusies.
'We zullen allemaal een weg moeten gaan, solistisch, niemand kan dat van ons overnemen, soms loopt er iemand met je op en kun je van hem of haar leren, of andersom, daarna loop je weer hele stukken alleen. We moeten ons allemaal realiseren dat levenskunst verder gaat dan de oppervlakkige zaken, dat je door dingen heen moet. We moeten er dwars doorheen om tot de kern te komen, de essentie, daar waar het om draait.'
'Meester worden van je leven is een overgang, een spel een rite de passage, een spel waarin je dood gaat en opnieuw wordt geboren waarin weer meer dingen duidelijk worden hoe je in het leven op zoek moet gaan (Zoekt en gij zult vinden) naar je bestemming, je openstellen voor het mystieke (klopt en u zal worden opengedaan) misschien zelfs je eigen rol ontdekken in dat mystieke, dat kosmische (die metafysica spreekt me dan nog wel aan). Je moet tot de conclusie komen dat je op pad moet, de wereld in, beproevingen ondergaan, met het doel te komen tot meer licht, meer inzicht in jezelf en de medemens en zo 'beter mens' (zonder lidwoord) te worden.'
'Op het levenspad ben je eenzaam. Je hebt die weg namelijk zelf te gaan. En om dat meesterschap te bereiken moet je een levenskunst ontwikkelen. Moet je bewust zijn van je eigen zijn in het bestaan, moet je voor jezelf een systeem hebben die je met bewuste keuzes hebt gecreëerd.
Een systeem dat niet egoïstisch is, maar wel authentiek. Dat dus ook recht doet aan 'de Ander'.
Zwolle, april 2009
Arjan Meutgeert
Gepubliceerd:29-07-2009