Humanistisch Verbond op Twitter Humanistisch Verbond op Facebook Humanistisch Verbond op YouTube

Zoeken

Levenskunst in uitvoering, tijd voor...de vrijheid van gedachten

'Hoe speelt levenskunst een rol in het werk van humanistisch geestelijk verzorgers bij de dienstverlening aan ouderen, gedetineerden, zieken of soldaten? Geestelijke verzorger bij Justitie Menno Mensonides schrijft vandaag over de afwezigheid van tijd in de gevangenis en de oproep van de geestelijk verzorger over de verloren tijd na te denken en 'lucht te geven' aan de gedachten.

"In het 'nu' kun je jezelf vinden. Je vindt het niet in je herinneringen en evenmin in de toekomst. Alleen het 'nu telt." Dat lees ik op het internet op een van de vele websites die advies geven over innerlijke groei. Maar geef dit advies als humanistisch raadsman eens aan gedetineerden: het komt echt niet aan. Want detentie is in de beleving van de meeste gedetineerden namelijk meestal een verloren en zelfs een afwezige tijd. Als je vraagt 'Hoe gaat het?' dan is hun ontnuchterend antwoord vaak: 'Gewoon, hetzelfde als gisteren.'

En laten we wel zijn, er is ook weinig te te beleven in een penitentiaire inrichting. De verblijfsruimte, de leefomgeving en de medegedetineerden, ze zijn meestal dezelfde als die van gisteren en van morgen. De dagen wordt geregeerd door steeds hetzelfde programma. Bij elke stap is de gedetineerde afhankelijk van personeel en die stappen worden voortdurend en nauwgezet gevolgd en bepaald door geboden en verboden.
Uiteraard zijn apsecten als veiligheid, beheersbaarheid, rust en orde van belang voor de continuïteit en het behoud van het detentiesysteem in een penitentiaire inrichting. Maar als een dergelijk systeem tegelijkertijd leidt tot een verlies van persoonlijkheid en verantwoordelijkheidsgevoel bij gedetineerden, is dat dan wel gewenst? Is dat wat we willen met gedetineerden tijdens hun verblijf in de penitentiaire inrichting, ook met het oog op hun resocialisatie en terugkeer in een vrije samenleving? Met andere woorden, vinden we dat ook dit behoort tot de bedoelde vergelding en bestraffing door detentie? Of zijn dit op zich ongewenste maar onvermijdelijke neveneffecten van het leven binnen totaalinstituties?

Ik ben geneigd het laatste te denken. Het gevangeniswezen wil in principe niet nog meer leed veroorzaken dan zij al doet in de vorm van de ontneming van de persoonlijke bewegingsvrijheid, noch aan gedetineerden noch aan hun gezinnen en relaties buiten de muren. Maar als dit zo is, dan neemt het gevangeniswezen tegelijkertijd ook de morele verplichting op zich om zich te verzetten tegen deze dehumaniserende neveneffecten. Allereerst door ze in kaart te brengen en vervolgens door ze met krachtig en daadwerkelijk beleid tegen te gaan. En dat, dat zou in mijn optiek meer en beter kunnen.

En de gedetineerde, hoe denkt hij over zijn dagelijks leven in de penitentiaire inrichting?
In het begin van de detentie is er verwarring en wordt er nog wel nagedacht. Over hoe dit heeft kunnen gebeuren, over hoe te leven binnen deze muren en dit strikte regime en over hoe het thuis zal zijn. Maar geleidelijk aan raakt bijna elke gedetineerde gewend aan de nieuwe leefsituatie, leert hij de afdelingscultuur en -structuur kennen. Hij voegt zich in het dagelijks leven en wordt dit leven gewoon. De innerlijke gevoelens en gedachten zijn er misschien nog wel, maar ze zijn voortaan (nog meer) privé. Totdat de nacht valt en de televisie geen afleiding meer biedt. Dan begint het vruchteloze gepieker, dringen herinneringen, angsten en fantasieën zich op en volgt de zoveelste doorwaakte nacht.

In de bajes leef je niet zelf, maar word je geleefd. Dat is een veelgehoorde uitdrukking van gedetineerden. Maar wat mij dan zo vaak opvalt is de gelatenheid waarmee dit door gedetineerden in een persoonlijk gesprek of in een groepsgesprek gezegd wordt. Alsof zij zich moeten verantwoorden voor de acceptatie van hun huidig bestaan. En misschien is wat ik van ze vraag ook wel zo. Want als geestelijk verzorger doe ik inderdaad regelmatig een appel op hun vermogen na te denken over hun huidige situatie: of dit bijvoorbeeld het leven is dat zij zichzelf en hun relaties toewensen. Tegelijkertijd echter kan dit appel van mij te direct zijn, te snel gaan en te dichtbij komen. Men is deze persoonlijke aandacht immers niet meer gewend en dus vraagt dit appel ook de nodige omzichtigheid en geleidelijkheid. Maar juist omdat men die belangstelling niet meer gewend is, terwijl het innerlijke leven er, zij het diep weggestopt, nog wel is, wordt een persoonlijk gesprek of een groepsgesprek uiteindelijk toch meestal wel op prijs gesteld.
Soms zelfs zozeer dat het mij verbaast wanneer iemand mij dit achteraf meldt. Eindelijk heb ik lucht kunnen geven aan mijn gedachten, is dan min of meer de boodschap. En die bevrijding van de 'homo clausus' uit zijn geslotenheid wint het uiteindelijk vaker wel dan niet van zijn gêne, zo meen ik hier te mogen concluderen.

Menno Mensonides is humanistisch geestelijk verzorger bij Justitie 

 

Gepubliceerd:01-07-2009

 

Webdossiers