Hoe speelt levenskunst een rol in het werk van humanistisch geestelijk verzorgers bij de dienstverlening aan ouderen, gedetineerden, zieken of soldaten? Dat is de vraag waar zij in de komende serie bespiegelingen 'Levenskunst in uitvoering' bij stil staan. In het bijzonder zullen ze schrijven over de omgang met de tijd. Vandaag is dat Anna Nijstad, HGV'er bij Justitie. Zij schrijft over een cliënt in haar instelling die de tijd goed gebruikte om op zijn leven te reflecteren en te veranderen.

Wat voor tijd van leven breng je door in een gevangenis?
Staat het leven stil, is het een periode die niet tot je leven hoort? Je bent immers ver van familie, vrienden, werk, alles wat je leven richting geeft, alles waar je aan bouwt in je leven.
Bovendien kun je van een periode waarin je vast zit niets doen, niets maken, je kunt alleen maar wachten tot het over is en dan kun je verder met je leven. In gespreksgroepen in de gevangenis komen dit soort onderwerpen vaak aan de orde.
Soms spreek ik iemand op de binnenplaats en vraag hem waarom hij er zo ongeschoren en verfomfaaid bij loopt.
Vaak krijg ik dan het antwoord dat het toch niet uitmaakt, omdat je je voor je medegedetineerden niet hoeft 'op te knappen'. Daarover zijn de meningen overigens verdeeld, want er zijn er veel die het wel belangrijk vinden om goed voor zichzelf te zorgen, los van de groep waarin ze leven.
Het doet mij altijd veel deugd als ik iemand tegenkom die zijn gevangenistijd anders benoemt. Iemand die het ziet als een waardevolle tussentijd. Het is een periode van rust, tijd voor reflectie op het leven tot dan toe en een blik op de toekomst.
Dat kan mooie gesprekken opleveren. Jaren geleden sprak ik met een homoseksuele man. Je zou verwachten dat hij geen leven zou hebben in de gevangenis met al die homofobe breedgeschouderde en getatoeëerde bajesklanten. Het tegendeel was het geval. Deze man had tijdens de periode in de gevangenis zijn leven beschouwd en een innerlijke rust en acceptatie gekregen ten aanzien van zichzelf.
Hij besloot om na vrijlating een ander pad op te gaan en begon met een studie. Zijn levenshouding, gecombineerd met zijn vriendelijkheid leidde tot respect en sympathie bij zijn omgeving, zowel bij zijn medegedetineerden als bij het personeel. Dat werd nog versterkt door zijn sociale instelling. Hij sprak zijn talen en gebruikte dat talent om andere gevangenen talen bij te brengen. Je zou kunnen zeggen dat hij populair was bij personeel en gedetineerden.
Onze laatste gesprekken voor zijn vrijlating gingen over de betekenis van vrijheid.
Doorgaans noemen mensen dan meteen dat ze niet vrij zijn, omdat ze opgesloten zitten in een cel en niet de inrichting uit mogen. Onze gezamenlijke conclusie was dat vrijheid uiteindelijk niet wordt bepaald door de hoge muren en het prikkeldraad, maar door de kunst om de tijd die je in detentie doorbrengt een zinvolle plek in je bestaan te geven.
Anna Nijstad, HGV' er bij Justitie
Gepubliceerd:23-05-2009