
Hoe speelt levenskunst een rol in het werk van humanistisch geestelijk verzorgers bij de dienstverlening aan ouderen, gedetineerden, zieken of soldaten? Geestelijk verzorger in de psychiatrie Freek Boon vertelt over zijn werk. Zijn cliënten zijn vaak mensen voor wie levenskunst onbereikbaar lijkt. De kunst van mijn werk is dan om rustig en soms met wat humor of luchtigheid de ander te laten landen in zijn eigen basis.
Chaos, wanen en gebrek aan levensperspectief: dat de psychiatrie direct associaties oproept met levenskunst, lijkt onwaarschijnlijk. Eerder denk je wellicht aan mensen die een moeilijk leven hebben, die verward zijn en juist niet goed in staat zijn hun leven te leiden. Ze hebben immers professionele hulp nodig om zich staande te houden. Dat psychiatrische patiënten op een bewuste wijze hun leven vormgeven past niet goed in ons beeld van hen.
Tussen het woord 'kunst' in levenskunst en psychiatrie is een duidelijker verband. Het leven en werk van een aantal grote kunstenaars is namelijk meebepaald door een psychiatrisch ziektebeeld. Dat zijn bekende en minder bekende kunstenaars: zoals schilder Vincent van Gogh, schrijver en P.C. Hooftprijswinnaar Maarten Biesheuvel, maar ook schilder Piet Mondriaan of dichter Willem Kloos. Wie het nationaal museum voor de psychiatrie 'Het Dolhuys' in Haarlem bezoekt, zal daar - wellicht tot zijn of haar verbazing - nog meer grote namen zien.
In hoeverre is er in de levens van deze kunstenaars sprake van levenskunst? Om daarop een zinnig antwoord te geven, moeten we levenskunst niet beschouwen als iets dat de mens per se in zijn eentje zou moeten doen. Geen mens kan immers werkelijk alleen leven en dus kan geen enkel mens een vorm van levenskunst beoefenen zonder de medewerking en betrokkenheid van anderen. Dat geldt voor een schrijver als Biesheuvel, die zonder zijn partner Eva misschien nooit zo goed in de literatuur en in het leven tot zijn recht zou zijn gekomen. Dat geldt ongetwijfeld ook voor veel andere patiënten.
Als we naar de psychiatrie kijken, zien we dat het uitermate belangrijk is om mensen met psychiatrische ziekten in de gelegenheid te stellen tot recht te komen in hun eigen bestaan.
Als mensen opgenomen zijn of poliklinisch worden behandeld dan verdienen ze dus ook nadrukkelijk steun om hun leven zo authentiek mogelijk zoals bij hen past - te kunnen leven. Dat kan in de sfeer van de kunsten zijn, maar natuurlijk ook op andere vlakken. In die steun staat voorop hen het gevoel te geven dat ze recht hebben iets van hun eigen bestaan te maken.
Dat nu is een wezenlijk aspect van mijn werk als humanistisch geestelijk verzorger. Ik spreek opgenomen patiënten aan, zeker ook diegenen die als gevolg van hun ziekte niet snel geneigd zijn om in hun mogelijkheden te geloven. Mensen voor wie levenskunst onbereikbaar lijkt. De kunst van mijn werk is dan om rustig en soms met wat humor of luchtigheid de ander te laten landen in zijn eigen basis. Mensen zichzelf de vraag laten stellen: wat wil ik nu eigenlijk echt, als het zou kunnen? Voor menig psychiatrisch patiënt schuilt in dat leren stilstaan al een stukje, een beginnetje, van levenskunst. Daarover vrij uit te kunnen en mogen spreken, daarin te mogen geloven in de nabijheid van de ander, maakt het vertrouwen erin sterker. En zo is er ook in de psychiatrie ruimte voor levenskunst.
Freek Boon, humanistisch geestelijk verzorger in de psychiatrie (GGZ Delfland, Delft)
Gepubliceerd:15-10-2009