Nieuws, actualiteiten en activiteiten rond het thema een waardig levenseinde
Het webdossier 'een waardig levenseinde' bespreekt aan de hand van elf thema's humanistische perspectieven op een zelfgekozen levenseinde:
Mogelijkheden tot hulp voor een waardig levenseinde
De uitgangspunten van het Humanistisch Verbond
De huidige wetgeving en praktijk
Euthanasie en palliatieve sedatie in de praktijk
Het taboe op (hulp bij) zelfdoding
Vrijwillige levensbeëindiging vanwege ‘voltooid leven’
Vrijwillige levensbeëindiging bij ernstig psychisch lijden
Levensbeëindiging van wilsonbekwamen
Films en documentaires over een waardig levenseinde
Terug naar de introductiepagina van het dossier 'een waardig levenseinde'
Direct naar een PDF met de gehele tekst van het webdossier 'een waardig levenseinde'
Ook langdurig en ondraaglijk psychisch en psychiatrisch lijden kan leiden tot een weloverwogen wens om het eigen leven te beëindigen. Toch krijgen mensen die om deze reden willen sterven zelden hulp. Omdat zij wilsonbekwaam geacht worden, of omdat artsen en psychiaters vrezen geen goede inschatting te kunnen maken van de weloverwogenheid en duurzaamheid van het verzoek in relatie tot het ziektebeeld. Hoe moeilijk het ook is om hierbij een goede afweging te maken, het Humanistisch Verbond vindt het ook onmenselijk en liefdeloos om helemaal geen hulp te bieden.
Het gaat bij psychisch lijden om mensen die met medicatie min of meer kunnen functioneren, maar die niet verder kunnen en willen leven omdat zij - ondanks alle reeds doorgemaakte therapie - hun bestaan uitzichtloos vinden. En om mensen die de steeds terugkerende depressies en psychoses met angst en beven tegemoet zien, of die zich realiseren dat zij minder dan een schaduw zijn van wie zij vroeger waren. Hoe bespreekbaar is een doodswens binnen de psychiatrie en daarbuiten? En wat betekent psychisch ondraaglijk lijden voor patiënten en hun omgeving?
Jaarlijks komen gemiddeld vijftienhonderd Nederlanders door zelfdoding om het leven, ongeveer evenveel als door verkeersongelukken. Het aantal pogingen tot zelfdoding ligt dertig maal zo hoog. Bij mensen met een psychiatrische stoornis is zelfdoding de belangrijkste oorzaak van een voortijdige dood. Jaarlijks gaat het om circa zevenhonderd mensen die op deze wijze sterven. Een veelvoud doet (herhaaldelijk) mislukte pogingen. Het gaat dus om een aanzienlijke groep Nederlanders.
Rond elk van de mensen die kiest voor zelfdoding staat een groep van familie, vrienden, bekenden, hulpverleners en andere beroepsgroepen die met een zelfdoding geconfronteerd kunnen worden zoals treinmachinisten, politie, etc. Zelfdodingen en pogingen daartoe zijn enorm ingrijpende gebeurtenissen voor zowel de plegers als de omgeving, die daardoor met allerlei existentiële en andere vragen geconfronteerd wordt. In een sfeer van taboe op de zelfgekozen dood is het extra moeilijk zo’n ervaring te verwerken. Zowel in de maatschappij als binnen de psychiatrie stuit een wens tot zelfgekozen levensbeëindiging – omdat het leven als ondraaglijk ervaren wordt- vaak op onbegrip en een taboe. Hulp blijft meestal uit.
Elk jaar vragen ruim 300 mensen hun psychiater om stervenshulp. Niet vanuit een waan of impuls, maar vanuit ernstig lijden en het inzicht dat er in hun toestand geen of nauwelijks kans op verbetering bestaat. Slechts twee- tot vijfmaal per jaar wordt dit verzoek ook daadwerkelijk ingewilligd. "Het grote verschil tussen somatische patiënten die om euthanasie vragen en psychiatrische patiënten is dat voor de eerste groep de dood vaak al aanstaande is. Psychiatrische patiënten daarentegen hebben vaak nog een heel leven voor zich. Er is daarin bijna nooit met zekerheid te zeggen dat ze niet meer zullen opknappen. Aan de andere kant, iemand die al dertig jaar in dezelfde situatie zit en de hoop op verbetering heeft opgegeven, kan toch heel goed zijn situatie overzien." Dit dilemma, geschetst door psychiater dr. A.J. Tholen, is misschien wel de voornaamste reden dat hulp bij zelfdoding in de psychiatrie jaarlijks tot ongeveer vijfmaal beperkt blijft. In ruim zeventig gevallen overweegt de behandelend psychiater om op het verzoek in te gaan, maar bij deze groep komt het slechts in de genoemde twee tot vijf gevallen per jaar tot daadwerkelijk handelen. De getallen geven aan dat hulp bij zelfdoding in de psychiatrie niet onmogelijk is, maar dat een verzoek om hulp niet snel zal worden gehonoreerd.
De meeste psychiaters zien een doodswens als indicatie van een geestesziekte, zoals een depressie, wat het natuurlijk ook kan zijn. Maar er zijn ook gevallen van een weloverwogen doodswens als gevolg van langdurig uitzichtloos en ondraaglijk lijden die door hen niet (h)erkend wordt. Om die situatie te doorbreken is het van belang in gesprek te gaan over dat psychiatrische ziekten soms onbehandelbaar zijn, net als bepaalde vormen van kanker, en dat het ermee gepaard gaande lijden en gebrek aan perspectief soms ondraaglijk en uitzichtloos is; en dat een weloverwogen zelfgekozen dood dan geen nederlaag is voor de behandelend arts maar het laatste redmiddel voor de patiënt die het lijden niet meer verdraagt. Ook is het van belang te bespreken hoe de waarde van het leven gezien wordt. Is die absoluut of is er een grens aan wat mensen kunnen en willen verdragen en kan de zelfgekozen dood dan moreel geaccepteerd worden door de behandelend arts en de omgeving?
Hulp bij zelfdoding in de vorm van verstrekken van middelen voor een zachte dood is buiten de toepassing van de euthanasiewet op dit moment bij wet verboden. Daarom zijn middelen voor een zachte dood niet beschikbaar voor mensen die vanwege geestelijk lijden kiezen voor de dood en daarin niet erkend worden door arts of psychiater. Deze mensen zien zich veroordeeld tot gruwelijke methoden als zij het niet kunnen opbrengen door te leven, zoals springen van hoge gebouwen, zich voor de trein gooien of ophanging. Dat is zowel voor henzelf als voor de omgeving (nabestaanden, treinbestuurders en anderen) mensonwaardig en schokkend. Vrienden of familieleden die (meestal na vele pogingen de levenslust opnieuw op te wekken) uiteindelijk inzien dat het iemand menens is en de doodswens respecteren zijn strafbaar als ze hun naaste willen bijstaan in het uitvoeren van de laatste wens. Nabestaanden en omstanders worden geconfronteerd met de vraag: hoe staat het met onze beschaving als we onze medemens zo in de kou moeten laten staan? Waarom hebben we geen humaan antwoord en staan we met lege handen bij een goed overdachte wens om het leven te beëindigen? De treinmachinist die het nadat hij voor de tiende keer meemaakte dat iemand voor zijn trein sprong, niet meer opbracht om te gaan werken, begrijpt niet waarom er nog steeds geen laatste-wil-pil is.
Als geestelijk en psychiatrisch lijden door artsen en psychiaters als ondraaglijk en uitzichtloos lijden geaccepteerd wordt kan een beroep gedaan worden op de euthanasiewet voor euthanasie of hulp bij zelfdoding. Zolang dat zelden gebeurt en een laatste-wil-pil niet beschikbaar is, vindt het Humanistisch Verbond dat mensen die aangeven langdurig zwaar geestelijk te lijden een beroep moeten kunnen doen op hulp bij zelfdoding.
Laatste update van deze pagina: 10-01-2008