Humanistisch Verbond op Twitter Humanistisch Verbond op Facebook Humanistisch Verbond op YouTube

Zoeken

Verhalen van humanistisch raadslieden: het verhaal van Marcelle Mulder

Het leven vorm geven is niet altijd eenvoudig. Humanistisch geestelijk verzorgers in ziekenhuizen en zorginstellingen bieden gesprekken, advies en ondersteuning. Hier leest u het verhaal van Marcelle Mulder, die als humanistisch geestelijk verzorger ondersteuning biedt aan medewerkers in dertien woonzorgcentra voor ouderen in Zuidwest-Friesland. Vanuit haar ervaring als humanistisch raadsvrouw helpt zij verpleegkundigen bij het ontwikkelen van een innerlijke ruimte, die van belang is voor hun omgang met de zorgbehoevende ouderen die zij begeleiden.

Ik loop geregeld een paar uur mee met verzorgenden. Laatst met Francien. We zien mevrouw van Diepen. Ze loopt door de gang van het woonzorgcentrum en klampt de mensen die ze tegenkomt aan. Waar is de bus naar Oudega? Ik moet naar huis. Francien werkt deze ochtend en ze vertelt me: Mevrouw van Diepen is zo zoekende, elke dag weer. Ze kan het hier niet vinden. Als niemand naar haar luistert, loopt ze de deur uit en zijn we haar kwijt. Dat moet niet, want dan kan er van alles en nog wat gebeuren. Vaak brengt iemand haar wel weer terug, maar toch.

Francien loopt naar mevrouw van Diepen toe, groet haar en strekt haar handen naar haar uit. Mevrouw van Diepen pakt ze en kijkt haar aan. Ik moet naar huis, zuster, waar is de bus? U moet naar huis. Wat is er loos? Mijn man, mijn kinderen, ik moet eten voor ze maken. Ik moet nu gaan. Ja, ik zie het, u heeft haast. Zal ik even met u meelopen? En samen wandelen ze de gang uit. Hoe ís het eigenlijk met uw kinderen?, vraagt Francien. Gaat het goed met Jan? Ja, Jan, zegt mevrouw Van Diepen, dat is toch zon lieverd. En ze kijkt Francien stralend aan.

Ze wandelen inmiddels het appartement van mevrouw binnen waar een foto van Jan staat. Mevrouw van Diepen pakt de foto en gaat ermee zitten. Ja, Jan, zucht ze. Francien doet iets belangrijks voor mevrouw van Diepen. Ze stemt zich af op wie mevrouw van Diepen is en op wat haar bezig houdt. Hoe doet ze dat? Ze gaat naar haar toe met een open, uitnodigende houding: groetend, handen open, blik open, hier bent u en hier ben ik: wat is er met u? Op die manier nodigt ze mevrouw van Diepen uit te vertellen wat haar bezig houdt. Ze vraagt ook door (Wat is er loos?). En als ze hoort wat er is, erkent ze waar mevrouw mee zit (Ik zie het, u heeft haast). En ze biedt aan, te delen in wat er aan de hand is (Zal ik even met u meelopen?) Al wandelend vraagt ze verder, naar de kinderen die mogelijk belangrijk zijn voor mevrouw. En mevrouw kan nog meer tonen van wat er in haar leeft: zorgzaamheid en warme gevoelens voor Jan, blijdschap om wie hij is of wie hij was. Ze straalt en Francien deelt in die vreugde.

Al deze bewegingen van Francien en mevrouw van Diepen horen bij contact maken. Open zijn, uitnodigen, op de uitnodiging ingaan, doorvragen, antwoord geven, ingaan op wat zich voordoet en delen van wat zich voordoet, zowel de haast als ook de blijdschap. Met als gevolg dat ook mevrouw open wordt en Francien zelfs een stralende blik gunt. Ze doen het samen en het doet hen goed.

Hoe kunnen Francien en mevrouw Van Diepen dat? Is Francien een van de weinige verzorgenden in Nederland die de tijd heeft om zo met mevrouw van Diepen om te gaan? Nee, dat is ze niet. Zij is een van verzorgenden in Nederland die ruimte heeft. Innerlijke ruimte om precies te zijn. En die ruimte zet ze in voor mevrouw van Diepen, waardoor ook zij bij haar eigen innerlijke ruimte kan komen.
Voor Francien betekent dit dat ze zich in deze situatie realiseert dat ze om verschillende redenen liever niet wil dat mevrouw van Diepen de deur uit gaat. Op het moment dat ze zich dat realiseert, kan ze er wat losser mee omgaan. Okee, dat is wat ík (vanuit mijn functie en namens de zorginstelling) graag wil. Prima, is genoteerd. Nu even kijken wat mevrouw graag wil en wat haar daartoe beweegt. En ze richt zich op het maken van contact met mevrouw, zelfs als dat uiteindelijk zou betekenen, dat mevrouw van Diepen toch de deur uit gaat.

Francien is met haar aandacht dus niet bij de gedachte: Hoe regel ik dat mevrouw de deur niet uitgaat? Daardoor zou ze lijnrecht tegenover mevrouw van Diepen komen te staan. Ze richt zich op mevrouw zelf, op haar zoeken, op haar verlangen om voor haar dierbaren te zorgen. En ze erkent mevrouw in dat verlangen (dat ze hoogstwaarschijnlijk zelf ook kent). Daardoor komt ze niet tegenóver mevrouw te staan, maar náást haar. En daardoor ontstaat er ook voor mevrouw Van Diepen ruimte om meer te ontdekken in zichzelf dan alleen de gloeiende haast om hier weg te komen.

Contact maken vanuit innerlijke ruimte: het kan goed van pas komen in de zorg, als mensen niet precies weten of niet precies kunnen aangeven wat ze graag willen. Als het leven voor hen zoeken is: Wat wil ik nu? Wat past nu bij mij? En hoe ga ik dat nu aan? Ook mensen zonder cognitieve problemen zijn bij tijd en wijle zoekende. Dan is het goud waard dat er iemand is die het lef heeft om contact met je te maken en met je te kijken wat zich dan aan zal dienen. Een humanistisch geestelijk verzorger kan zo iemand zijn.

Diensten