Humanistisch Verbond op Twitter Humanistisch Verbond op Facebook Humanistisch Verbond op YouTube

Zoeken

Verhalen van humanistisch raadslieden: het verhaal van Ferdi Keppels

Het leven vorm geven is niet altijd eenvoudig. Humanistisch geestelijk verzorgers in ziekenhuizen en zorginstellingen bieden gesprekken, advies en ondersteuning. Hier leest u het verhaal van Ferdi Keppels, die als humanistisch geestelijk raadsvrouw bij de Dienst Geestelijke Begeleiding van GGNet werkt.

Wat ik doe als humanistisch geestelijk raadsvrouw? Ik ga in gesprek met mensen en praat over de dingen die voor hen belangrijk zijn in het leven. Soms, als de zin van het leven even niet zo duidelijk is, gaat het over de grote dingen in het leven. Maar soms gaan de gesprekken ook over ogenschijnlijk kleine dingen. Het is maar net wat iemand belangrijk vindt.

Een gesprek met mij maakt geen onderdeel uit van de behandeling van een cliënt. Er kan vrij gesproken worden, zonder dat er verslaglegging in het dossier volgt.

Ik sta steeds open voor dialoog, waardoor ik met vertrouwen in gesprek kan gaan met soms wanhopige mensen. De kracht van bescheidenheid en eenvoud geven me inspiratie om aanwezig te durven zijn in ontmoeting met anderen, zonder drang de ander van mijn levensovertuiging te willen overtuigen.

Af en toe maak ik heel bijzondere ontmoetingen mee. Bijvoorbeeld met een mevrouw van 65 jaar, die na het overlijden van haar man (nu twee jaar geleden) met een depressie was opgenomen in een tijdelijke woonvorm van de psychiatrische instelling.

Tijdens ons eerste gesprek spreekt deze mevrouw de uitdrukkelijke wens uit om een einde aan haar leven te maken. De zwaarte van de depressie wordt haar te veel en ze ervaart haar situatie als uitzichtloos. Ik ben enigszins verbaasd, omdat mijn indruk is dat het juist langzamerhand iets beter met haar gaat. Met de verpleging wil ze niet in gesprek gaan over haar doodswens, omdat ze bang is dat ze dan wordt overgeplaatst. Ze wil graag informatie van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde en Stichting De Einder. We spreken af dat ik informatie opzoek, en dat we die dan samen doornemen.

Tijdens de volgende gesprekken voltrekt zich een onverwachte verandering. Mevrouw had zich aangemeld voor een aanleunwoning en heeft plotseling bericht ontvangen dat er plaats is voor haar. Haar eerste reactie is er één van enthousiasme. Maar als ik haar de volgende dag spreek, overheerst de zwaarte. Ze ziet op tegen het verhuizen en de verandering die dat met zich meebrengt. En ze is bang voor een nieuwe woonplek waar ze het misschien niet kan bolwerken. In het gesprek probeer ik haar contact te laten maken met haar eerste, spontane gevoel. Voorzichtig ontdekt ze een sprankje hoop, hoop op betere tijden. Maar ze is ook wat verward en ze besluit even een kop koffie te halen.

Als ze terugkomt, vertelt ze over haar broertje. Het is voor het eerst dat ik haar hoor vertellen over vroeger, over een tijd die niet samenhangt met het overlijden van haar man. Haar broertje kampte met psychische problematiek en had een zwaar leven. Haar broer was tot inzicht gekomen dat hij niet alleen kon wonen, waarna een zoektocht naar een goed onderdak was gevolgd. Uiteindelijk had hij op zijn nieuwe woonplek nog een aantal jaren gelukkig geleefd.

Op mijn vraag wat het verhaal voor haar betekent, krijgt ze steeds meer oog voor de overeenkomsten tussen haar eigen situatie en het levensverhaal van haar broertje. Met name de onbevangenheid van haar broer valt haar op.

Misschien zijn het verhaal en de onbevangenheid van haar broer een inspiratiebron voor haar nieuwe situatie, opper ik.
Hoopvol kijkt ze me aan. Met een besef dat ze beter contact met zichzelf kan maken dan ze sinds tijden kan. En intuïtief weet ik dat ze van deze verhuizing de positieve kant kan ervaren, naast de zwaarte. Ze heeft een stukje levensverhaal hervonden waaruit ze hoop kan putten voor haar toekomst. Ik vind het heel bijzonder om getuige te zijn van deze voorzichtige ontdekking.

Diensten