40 jaar Dienst Humanistisch Geestelijke Verzorging
De afgelopen 40 jaar heeft de cultuur van de Dienst Humanistisch Geestelijke Verzorging (HGV) een ingrijpend veranderingsproces ondergaan, evenals de Nederlandse samenleving en de krijgsmacht. In de samenleving verdwijnen de maatschappelijke zuilen, veranderen de traditionele cultuurpatronen, verschuiven de verhoudingen tussen mannen en vrouwen en hebben de oude ideologische concepten veel van hun zeggingskracht verloren.
De krijgsmacht is veranderd van een kadermilitie tot een organisatie van beroepsmilitairen met een andere sociaal-culturele achtergrond dan vroeger. De klassieke taak van verdediging van het grondgebied tegen de vijand is vervangen met nieuwe doelen zoals gewapende interventies ten gunste van de internationale rechtsorde en ter verdediging van de mensenrechten. Bovendien ondergaat de krijgsmacht zowel in technisch als in organisatorisch opzicht een ingrijpend moderniseringsproces.
Deze ontwikkelingen liepen en lopen parallel aan de uitdagingen voor en stelling name van de dienst HGV, zoals ten opzichte van de mogelijke aanwezigheid van kernwapens op Nederlands grondgebied, de deelname van Nederlandse militairen aan Unifil in Libanon, de val van `De Muur`, de afschaffing van de opkomstplicht voor dienstplichtigen, de recente uitzendingen naar Camboja, Bosnie, Haiti en de inzet in NAVO verband in Afganistan en Irak.
Het is bijna niet meer voor te stellen dat in de beginperiode van de dienst HGV het al of niet dragen van het uniform in het kader van de vrijplaats, nog tot commotie leidde. Bij de toenmalige confessionele Geestelijke Verzorging en de krijgsmacht werden deze vreemde kritische snuiters (alleen mannen uiteraard) die zich vooral niet wilden identificeren met de krijgsmacht, nog als `luizen in de pels` ervaren.
Maar de toen nog kleine dienst HGV stond ook zijn `mannetje` en was deze al snel niet meer weg te denken als het geweten van Defensie, met een krachtig Humanistisch Verbond met korte lijnen naar de politiek voor de verankering.
Toen ik zelf in 1992 als raadsman toetrad tot de dienst HGV was deze in omvang gestegen tot 25 raadslieden. Ik vond het meer dan fascinerend, vanuit mijn KMA achtergrond, om mee te maken dat er discussie was over het al dan niet meegaan met uitzendingen! Nu, anno 2004, is duidelijk geworden dat individuele militairen behoefte hebben aan een machtsvrije, kritisch-afstandelijke benadering van existentiële en organisatorische problemen. Ook de militaire organisatie blijkt baat te hebben bij een zelfstandige, onafhankelijke en flexibele raadgever die inspringt en bereid is mee te denken in het belang van de mensen (militairen), waar de organisatie niet in staat is een probleem op te pikken en op te lossen.
Het domein van de geestelijke verzorging is de afgelopen 40 jaar duidelijk opgeschoven naar de kern van de organisatie waar macht en communicatie van die macht centraal staan. Het geestelijk welzijn van militairen staat of valt met de kwaliteit van communicatie door commandanten en de transparantie van de Krijgsmacht als organisatie.
Geestelijke Verzorging gaat ook nog steeds, en misschien wel steeds meer, over; Zingeving, Moraliteit en Vorming. Dit geven we invulling middels: individuele gesprekken, lessen Geestelijke Vorming, Vormings Conferenties, levensbeschouwelijke bezinnings – of kerkdiensten en structuur begeleiding. Vanuit onze zgn. Nuldelijns positie zijn wij zeer goed in staat om de militairen te ondersteunen en coachen als het gaat om hun psychosociaal functioneren. Als we op dit gebied gedragsproblemen signaleren verwijzen we door naar tweede - en derdeliins hulpverleningsinstanties binnen Defensie die kunnen behandelen.
Ook de huidige nauwe samenwerking tussen de vijf diensten ,de DGV, was 40 geleden ondenkbaar. Ze vormen thans samen een RVE en hebben een gedeelde verantwoordelijkheid voor professionele passende geestelijke verzorging voor iedere militair, waarbij het standpunt van de dienst HGV uitgaat van het principe:”samen doen wat samen kan, apart wat apart moet”.
De Raadsman/vrouw heeft als normatieve professional dan ook een reflexieve gerichtheid op de normatieve inhoud en betekenis van het eigen werk. Dit in relatie tot de existentiele betekenis die dat voor de betrokkenen zelf heeft en tot de wijdere maatschappelijke context waarbinnen dat plaats vindt. Er is dus geen neutrale invulling van het ambt geestelijk verzorger mogelijk; alle GV is per definitie gekleurd.
De komende jaren zal ook de DGV door middel van prestatie indicatoren en kritische (strategische) succesfactoren, zoveel mogelijk gaan sturen op output.
Deze vorm van resultaat gericht management (vraaggestuurd) zal de organisatie meer inzicht geven (transparantie) in de toegevoegde waarde van de aanwezigheid van geestelijke verzorgers. Met andere woorden: de vanzelfsprekendheid van onze aanwezigheid voorbij!
De toekomst zal aantonen dat de DGV in het algemeen en de Dienst Humanistisch Geestelijke Verzorging in het bijzonder, niet meer weg te denken is als professionele resultaatverantwoordelijke eenheid binnen de Krijgsmacht die onze missie; de humanisering (bevorderen van het geestelijk welzijn van militairen) van de krijgsmacht, gestalte zal blijven geven.
Marias van Dorp, HKRM