Niet iedere ‘moslim’ is ‘moslim’

25 mei 2017

Niet iedere ‘moslim’ is ‘moslim’

In de media, politiek en het publieke debat wordt een haast automatische koppeling gemaakt tussen Turkse en Marokkaanse Nederlanders en de islam. Dit impliceert dat zij allen, of in grote meerderheid, moslims zijn. Een foute aanname, stelt rechtswetenschapper aan de Universiteit Leiden Gert Jan Geling.

Moslims, islam, Turken, Marokkanen, radicalisering, terrorisme, het zijn termen die in de media, de politiek en het publieke debat aan de lopende band in dezelfde context worden gebruikt. Over de negatieve beeldvorming omtrent de islam en de automatische koppeling van deze religie aan geweld is al voldoende geschreven, recentelijk nog door Petra Sijpesteijn op dit blog. Dit stuk zal ingaan op de automatische koppeling van Turkse, Marokkaanse en vele andere groepen Nederlanders aan de islam. De aanname dat zij allen, of in overgrote meerderheid, moslims zijn.

Xenos

Immers, een dergelijke aanname wordt vandaag de dag aan de lopende band in alle segmenten van onze samenleving gemaakt. Niet alleen door de populistisch aangelegde persoon die het niet zo op moslims heeft, maar ook door de progressieve Nederlander die er prat op gaat positief ten opzichte van de islam te staan. Een Marokkaanse, Turkse, Afghaanse, Pakistaanse, Syrische, Irakese of Somalische Nederlander is een moslim, waarbij het voor de beeldvorming niet bepaald helpt dat wij de regio waar deze personen of hun familie oorspronkelijk vandaan komen aanduiden als ‘de islamitische wereld’. Het lijkt ondenkbaar dat een Marokkaanse Nederlander een atheïst kan zijn, een Afghaanse Nederlander een agnost. Of een Turkse Nederlander die een ietsist is, of een Syrische Nederlander die ‘gewoon, spiritueel’ is, met een Boeddhabeeld van de Xenos in huis. Nee, dat gaat er bij veel mensen nog niet zo makkelijk in. Dat kan natuurlijk bij autochtone Nederlanders zo zijn, maar niet bij ‘moslims’.

In de beeldvorming valt er in dit opzicht in Nederland dus nog wel het een en ander bij te stellen. Minderheden worden in de politieke en publieke opinie steevast als minder divers ingeschat dan de autochtone bevolking. Het beeld dat overheerst strookt niet altijd met de realiteit. Immers, het aantal ex-moslims, zoals diegenen die uit de islam gestapt zijn overwegend aangeduid worden, in ons land is groeiende. In de officiële cijfers, bijvoorbeeld die van het CBS, wordt het percentage moslims in Nederland nog altijd vrij hoog ingeschat, maar andere onderzoeken wijzen erop dat, naast een groeiende religieuze trend onder jonge moslims, er ook sprake is van een groeiende groep die een stuk minder religieus is dan de ouders. Wanneer er wordt gekeken naar daadwerkelijk praktiserende moslims, ligt het geschatte aantal nog een stuk lager, zoals bijvoorbeeld naar voren kwam uit het onderzoek van het Instituut voor Integratie en Sociale Weerbaarheid, dat in 2008 het aantal praktiserende moslims in Nederland op circa 200.000 schatte.    

Lees meer

Verlaten

Dit roept vragen op, en kansen, voor islamologen. Met mijn eigen onderzoek, naar ex-moslims, het verlaten van de islam en horizontale godsdienstvrijheid in Nederland, ga ik hier dan ook op in. Mijn onderzoek gaat over de afwezigheid van de islam onder Nederlanders die vanuit de opvoeding bezien een islamitische achtergrond hebben, in het bijzonder over het verlaten van de islam.

Het belang hiervan is naar mijn mening tweeledig. Als eerste is er het wetenschappelijke belang. Tot nu toe is er binnen de wetenschap, niet alleen in Nederland maar ook internationaal, nog beperkt onderzoek gedaan naar diegenen die uit de islam gestapt zijn. Aanvullend onderzoek naar deze groep, hun ervaringen als ex-moslims en hun houding ten opzichte van religie in het algemeen en de islam in het bijzonder is daarom noodzakelijk.

Uitsluiting

Daarnaast is er ook nog het maatschappelijk belang. Want in Nederland ondervindt een substantieel aantal ex-moslims (ernstige) beperkingen bij het verlaten van de islam. In veel gevallen komen ex-moslims niet openlijk uit voor het feit dat zij niet langer moslim zijn, omdat zij vanuit hun (naaste) omgeving hier veelal negatieve reacties op krijgen, variërende van uitsluiting en discriminatie tot verstoting of zelfs (psychisch) geweld. De vraag rijst daarom op in hoeverre de (horizontale) godsdienstvrijheid van deze groep gegarandeerd is.

Onderzoek doen naar secularisering onder moslims, het verlaten van de islam, en ex-moslims, met als doel een realistisch beeld te krijgen van wie in Nederland moslim is, en wie niet, is daarom ook maatschappelijk gezien van niet te onderschatten belang. Niet alleen omdat een te hoge inschatting van het aantal moslims in ons land in bepaalde kringen steevast leidt tot neo-oriëntalistische nachtmerries over het toekomstige ‘kalifaat’ Eurabië waar we allemaal aan soumission doen, maar ook omdat in kringen van ex-moslims op dit moment een emancipatiestrijd plaatsvindt. Emancipatie die leidt tot erkenning, vrijheid, en uiteindelijk acceptatie. Acceptatie van het zijn van een ongelovige. Wetenschappelijke kennis en het duiden van de ontwikkelingen rondom het verlaten van de islam zouden hierbij ook voor ex-moslims van belang kunnen zijn.

Het is daarom noodzakelijk dat er vanuit de islamologie niet alleen gekeken wordt naar de aanwezigheid, maar ook naar de afwezigheid van religie. Naar hoe de islam groeit, maar ook naar hoe zij weer verdwijnt.

Dit blog verscheen eerder op Leiden Islam Blog

Meer weten over wat het Humanistisch Verbond doet voor vrijdenkers? Bekijk ons themadossier Vrijheid van denken
of ga naar nieuwevrijdenkers.nl

Lees meer over Gert jan Geling

Foto van Newsha Tavokolian, uit Human #1, 2016