Liefde op het vijfde gezicht

11 maart 2015

Liefde op het vijfde gezicht

Het was liefde op het vijfde gezicht. We schrijven begin jaren '00, toen er nog geen Facebook was en de huidige hipsters hun basisschoolmusical opvoerden, verkleed als boom. In die tijd ontmoette ik mijn eerste liefde.

Ik vond haar meteen al apart. Ze was vegetariër. Dat vond ik fijn, want dat was ik toen ook net geworden. Moreel waren we dus even superieur.

Ons eerste afspraakje was in een restaurant. Daar bleek hoe apart ze was. Iedere hap kauwde ze een minuut of vijf met al haar kaakspieren. Want dat is belangrijk en gezond. Dus. Misschien was zo'n dame wel goed voor mij. Ik was dan wel net afgestudeerd, maar eigenlijk leefde ik nog als een halve student. Eén keer per maand stofzuigen, ongeveer één exemplaar van ieder kledingstuk in mijn kast en een dieet dat bestond uit pizza’s.

We werden dus een stel. Ze begon mijn grenzen te verleggen. Opstaan om half 7, meditaties en hardlopen volgden. Daarna het ontbijt: fruit en havervlokken, langzaam en uitvoerig gekauwd. De lunch bestond uit een handjevol kiemen die ik in een broodtrommeltje meekreeg naar mijn werk. Meewarig zag ik hoe collega’s zich vergrepen aan kroketten, frikadellen, of nog erger: brood.

En dan het avondeten. We maakten salades of linzen met biologische groenten. Geen saus, dat blokkeerde de pure smaak en werking. We kauwden een kwartier en staarden elkaar verliefd aan. Het was me een tijd.

Na vier maanden besloot ze te stoppen met voedsel koken. Dit om de levensenergie van het voedsel te bewaren; wijsheid uit haar handboek ‘Ayurvedisch leven op de Maoriwijze’. Voortaan aten we alleen nog sla, appels en zaden. Nog nooit had ik me zo puur gevoeld. Ik woog inmiddels 52 kilo.

Na vijf maanden stelde ze voor om onze voedselhoeveelheid te halveren en veel water te drinken. Water heeft immers een geheugen en neemt de eigenschappen van voedsel over. Die maand kreeg ik voor het eerst in onze relatie honger. Dat was een noodzakelijke beproeving uit mijn vorige leven, waaraan ik niet moest toegeven.

Twee maanden voorbij, mijn weegschaal wees 40 kilo aan. Toen vertelde ze dat ze wilde stoppen met eten. Het idee dat eten goed was, werd erdoor gedrukt door de voedsellobby, het ging om miljarden. En zeg nou zelf: bijna iedereen die tot dusverre is overleden, nam regelmatig voedsel tot zich. Bovendien: in India leefden mensen die al jaren niet meer aten en daardoor een hogere vorm van bewustzijn bereikten. En in India begrijpen ze alles beter omdat ze niet zo rationeel zijn als wij.

Natuurlijk moest ik zelf weten of ik meedeed. Wel zou ze het jammer vinden als ik door bleef eten. Mijn conclusie: wie A zegt moet B zeggen. Ik heb het geweten. Voor het eerst in mijn nieuwe leven zondigde ik door de chips- en frisdrankpagina uit de Aldifolder op te eten. ’s Nachts droomde ik over moslimfundamentalisten die mij wilden ‘stenigen’ met puntzakken patat. Cold turkey afkicken in de overtreffende trap. Mijn geliefde daarentegen leek er geen enkele moeite mee te hebben

Tien maanden hadden wij een relatie, en 30 kilo woog ik toen ik op een dag een briefje op de eettafel vond:

Lieve Steven,

Bedankt voor de mooie tijd, maar ik ga je verlaten. Je bent niet meer de man waar ik ooit verliefd op werd. Ik heb inmiddels een andere man ontmoet. Niet mijn type, maar ja, het is een gevoel, dat kun je niet omschrijven.

Het beste verder

Ik verviel meteen in zelfdestructief gedrag. Als eerste kocht ik een fruitsalade, gevolgd door spaghetti met vegaballetjes en een stamppot.

Een vriend vertelde me dat hij mijn inmiddels ex gesignaleerd had in een spareribsrestaurant, in het gezelschap van een gespierde sportschoolman. Niet lang daarna ontmoette ik een leuke vrouw. Ze was kok, dronk dagelijks een krat bier en snoof cocaïne. Drie maanden later trok ze bij me in en een maand daarna woog ik 110 kilo.

Dit is een verkorte versie van een gesproken column van Steven op het Valentijnsdiner van Jonge Humanisten.