Hoe vergaat het ongelovigen in asielzoekerscentra?

16 december 2016

Hoe vergaat het ongelovigen in asielzoekerscentra?

De vrijheid van godsdienst én levensbeschouwing moet ook een sociale regel zijn, dat schreef Boris van der Ham in een opiniestuk op Joop.nl.

Ongelovigen hebben in veel landen een groot probleem als ze daarvoor uitkomen. Vooral in streng islamitische landen riskeren humanisten, atheïsten en agnosten discriminatie, geweld, gevangenisstraf of zelfs de doodsstraf, aldus het Freedom of Thought Report dat jaarlijks door de Internationale Humanistische koepelorganisatie (IHEU) wordt uitgebracht.

In 59 landen riskeer je gevangenisstraf voor ‘godslastering’, in 22 is ‘afvalligheid’ verboden en in 13 landen staat de doodstraf op één van beiden. In het rapport kleurt Nederland weldadig groen. Het recht op religie én het recht om geen godsdienstige levensbeschouwing aan te hangen zijn voor de wet gelijk. Sinds 1983 is dat zelfs, door forse inspanningen van het Humanistisch Verbond, in de grondwet opgenomen.

Er mag dus in Nederland niet worden gediscrimineerd vanwege ‘godsdienst én levensbeschouwing’. De realiteit is anders. Voor mensen uit een (streng) religieuze familie is het nog steeds lastig om ‘afvallig’ te zijn. Dat geldt voor afvallige christenen en joden, maar ook in grote mate voor mensen die uit een (streng) islamitische omgeving komen. Hoewel de wet aan hen het recht geeft een eigen pad te kiezen, worden ze geconfronteerd met sociale uitsluiting als ze dat echt doen. Velen van hen kiezen dan eieren voor hun geld, en houden hun mond.

Soms is een blik van een buitenstaander nodig om Nederland te confronteren met de absurditeit hiervan. Die blik wordt ons gegund door atheïstische asielzoekers die, op de vlucht voor geweld door overheden en islamisten, naar Nederland zijn gekomen. Zij dachten in een land te komen dat dat pal zou staan voor individuele vrijheid, dus ook het recht om ongelovig of vrijdenkers te zijn. Maar in asielzoekerscentra kregen ze te maken met een hele andere werkelijkheid.

Gevluchte ongelovigen uit onder meer Pakistan, Afghanistan, Syrië en Bangladesh voelen zich in de Nederlandse vluchtelingenopvang allerminst senang. Ze merken dat uiten van hun opvattingen uiterst slecht valt en soms agressie oproept bij een deel van hun islamitische medebewoners, en op internet. Een deel van deze mensen ontmoet elkaar bij het platform Nieuwe Vrijdenkers van het Humanistisch Verbond. Nog schokkender is dat de politie en het COA hen aanraadden offline te gaan en zich niet uit te spreken. Ook al zou dit ingegeven zijn door zorg om de veiligheid van de vrijdenkers, het geeft precies het verkeerde signaal af.

Pas na stevig aandringen van het Humanistisch Verbond zal in de toekomst ook het recht op ‘ongeloof’ en een niet-godsdienstige levensbeschouwing worden opgenomen in de informatievoorziening aan vluchtelingen. Het is vreemd dat in een land waar meer dan de helft van de inwoners geen godsdienstige levensbeschouwing heeft, ongelovigheid lang geen vanzelfsprekend onderdeel is geweest van die voorlichting. Naast effectieve voorlichting zal er meer nodig zijn om de grondrechten uit artikel 1 van de grondwet ook tussen de oren te krijgen, zodat iedereen werkelijk mag zijn, denken en zeggen wat hij of zij wil.

De positie van onder anderen atheïstische asielzoekers moet een wake-up-call zijn voor de slordige, vaak onverschillige omgang met onze grondrechten. Grondrechten horen niet van papier te zijn, maar een doorleefde leidraad te vormen voor de dagelijkse praktijk van de Nederlandse overheid.

Daarnaast moet de vrijheid van godsdienst én levensbeschouwing ook een sociale regel te zijn. Ieder heeft afzonderlijk het recht het leven in te vullen naar eigen keuze, of het nu je zoon of dochter is, of je medebewoner van een asielzoekerscentrum. Daarop kan en mag niet de straf van geweld of sociale uitsluiting staan.

Dit opiniestuk van Boris van der Ham verscheen 15 december op Joop.nl