Durf wat hiërarchischer op te voeden

3 oktober 2016

Durf wat hiërarchischer op te voeden

Een opvoeder is een stakker die in het duister tast. Deze kwalificatie is niet van mij, maar van cabaretier Wim Sonneveld uit de vorige eeuw. We zijn nu een halve eeuw verder en er is veel veranderd, maar dit is ongeveer hetzelfde gebleven. Opvoeden is namelijk een paradoxale aangelegenheid.

Door Steven Pont

Aan de ene kant willen we graag een open contact met ons kind, nergens ter wereld is de relatie tussen ouders en kinderen zo symmetrisch als bij ons. Voor kinderen is dat prettig, we hebben de gelukkigste kinderen ter wereld. Aan de andere kant willen we onze kinderen ook terecht kunnen wijzen. En daar heb je vooral een hiërarchische verhouding voor nodig. Maar die staat natuurlijk haaks op de eerdergenoemde behoefte aan symmetrie. Ziedaar de opvoedparadox.

Het voordeel van de ietwat hiërarchische positie is dat het de opvoeder wat minder een stakker maakt. Het nadeel van de hiërarchische opvoeding is dat je kind minder met je zal bespreken en er daardoor een wat groter geheim leven op nahoudt. Toch is iets meer sturing vanuit de pedagogiek wel degelijk gewenst, als we kinderen op het leven willen voorbereiden. Dus wat is nu de uitweg uit deze paradox rond het contact met onze kinderen?
Verantwoordelijkheid.

Je kunt een handig kind van vijf best een eigen elektrische boor voor zijn verjaardag geven

Het antwoord ligt in verantwoordelijkheid. Wanneer we in onze opvoeding wat hiërarchischer durven te zijn, verhogen we wellicht de kans op een ietwat groter geheim leven van het kind, maar als we in onze sturing eigen verantwoordelijkheid belangrijk maken dan hoeft dat helemaal geen probleem te zijn. We moeten dan wel jong met die eigen verantwoordelijkheid beginnen. Er is bijvoorbeeld geen enkele reden waarom kinderen van zeven hun eigen brood niet zouden kunnen smeren, zichzelf niet zouden kunnen afbellen voor voetbal of waarom we hen niet op andere manieren verantwoordelijk voor hun eigen leven kunnen maken. Je kunt een handig kind van vijf best een eigen elektrische boor voor zijn verjaardag geven, zoals ik ooit bij mijn zoon heb gedaan.

Opvoeding komt neer op sturing, maar daarnaast dus ook op de in het humanisme centraal staande begrippen vrijheid en verantwoordelijkheid. Om uit te gaan van mijn eigen situatie; in praktische zin stuur ik, tot half zes wordt er in huis bijvoorbeeld niet gegamed. (Ik begrijp dan ook niets van ouders die slachtofferig doen over het game-gedrag van hun kinderen. Het zijn ouders die bang zijn voor de hiërarchie).
Vrijheid

Ik begrijp niets van ouders die slachtofferig doen over het game-gedrag van hun kinderen

Aan de andere kant krijgen mijn kinderen van 13 en 14 veel vrijheid en de daarmee samenhangende (en aangeleerde) verantwoordelijkheid. Ze krijgen bijvoorbeeld bovengemiddeld veel zakgeld, maar ik betaal niet mee aan bioscoop- of kermisbezoek of andere activiteiten die ze ondernemen. Dat is allemaal aan henzelf. Ik wijs ze op de vrijheid van wat meer zakgeld en de budgettaire verantwoordelijkheid die daar vervolgens bij hoort. Gaat dat altijd goed? Natuurlijk niet. Weet ik alles? Ook niet. Wil ik alles weten? Nee. Maar de vraag is of dat er toe doet. Wat er toe doet is dat we nu weliswaar de gelukkigste kinderen ter wereld hebben, maar daarnaast ook de meeste mensen tussen achttien en dertig in psychotherapie (ter wereld!).

Ik durf te stellen dat dat voor een behoorlijk deel te maken heeft met gebrek aan sturing door de ouders en een daarmee samenhangend onderontwikkeld gevoel van verantwoordelijkheid binnen de huidige vrijheid van onze kinderen. We zullen ons moeten herbezinnen, nu rust, reinheid en regelmaat in het huidige tijdsgewricht niet meer als enige opvoedkundige bakens voldoen.

Meer weten over opvoeden tussen vrijheid en verantwoordelijkheid?
Kom naar de Theaterlezing van Frank Meester en Stine Jensen (o.a. in Haarlem al op 5 oktober)

Dit blog verscheen vandaag in De Volkskrant