Brexit: doorbraak ondanks zichzelf

14 juli 2016

Brexit: doorbraak ondanks zichzelf

In de Volkskrant schreef Arnon Grunberg: de Brexit heeft vooreens en altijd bewezen dat directe democratie een combinatie is van showbizz en groepstherapie. Nu de showbizz over zijn hoogtepunt heen is en Groot-Brittanië met Theresa May weer een premier heeft, mogen we de groepstherapie nog wel even voortzetten. Áls we in de aanloop naar de Brexit een wijdverspreid democratisch tekort herkennen, dan opent zij achteraf wellicht mogelijkheden.

Met de Brexit wreekt zich het gebrek aan een inspirerend Europees verhaal. Zij dwingt politici tot een herbezinning op de EU. Dat niet alleen: zij dwingt ons allen tot een herbezinning op onze representatieve democratie, die aan de basis van om het even welk Europa moet staan. De uiterst gespannen sfeer in huidige discussies rondom referenda onderstreept dit alleen maar.

Eigen brood

Sommigen schreeuwen om een Nexit-referendum. Premier Mark Rutte denkt er niet over en ook Alexander Pechtold van D66 spreekt zich er tegen uit, als een bakker die zijn eigen brood niet lust. In de nasleep van de Brexit vinden we deze beide kampen vaak lijnrecht tegenover elkaar: de een wil de democratie redden door méér referenda, de ander is bang de democratie op te offeren aan onderbuikgevoelens, onwetendheid en demagogie. Door deze polarisatie verliezen we als snel uit het oog dat noch de roep om referenda noch de toegenomen huiver daarvoor een oplossing biedt. Beide getuigen eerder van een dieperliggend, gedeeld probleem: de representatieve democratie verkeert in een uiterst moeizame overgangsfase. Functioneert zo’n representatieve democratie goed dan zijn incidentele referenda niet problematisch, hoewel ook minder nodig. Groeit het gat tussen kiezer en volksvertegenwoordiging, dan lijken referenda noodzakelijk om de democratie te herstellen, maar kunnen zij bestaande tekortkomingen tegelijk uitvergroten.

Als zogenaamde vormen van “directe democratie” zijn referenda tenslotte ingebed in de representatieve democratie zelf; ze worden al snel onderdeel van een weinig verdiepende strijd om aandacht en (potentiële) kiezers. Tijdens het Brexit-referendum stalen volksvertegenwoordigers de show, vaak zonder verantwoording af te leggen; media en populisten brachten een uiterst complexe kwestie terug tot een keuze voor of tegen immigratie; burgers stemden grotendeels uit onvrede. Het referendum dwingt politici die onvrede serieus te nemen, maar bood populisten tegelijk de kans haar te mobiliseren voor schijnoplossingen en nieuwe onverdraagzaamheid.

Gat

Referenda kúnnen zo een ideaal podium bieden voor dezelfde problemen die onze representatieve democratie tekenen. Sinds het verdwijnen van de klassieke partijpolitiek, die rekende op stabiele groeps- en zuilidentiteiten, verkeert die democratie in een crisis of (iets optimistischer) in een uiterst moeizame overgangsfase. Het gat tussen bevolking en volksvertegenwoordiging groeit en speelt populisten in de kaart. Zonder solide achterban, denken politici vooral aan hun achterban, wat ze er uiteindelijk niet “herkenbaarder” opmaakt. De kritische, integere discussie over onze situatie en toekomstperspectieven wordt naar de achtergrond verdrongen door politieke show. Reality-checks doen er niet toe. Problemen en dilemma’s mogen nauwelijks bestaan, tenzij als opmars naar “oplossingen” waarmee je kiezers trekt. Op hun beurt neigen burgers te vergeten waar hun democratische invloed eigenlijk ligt. In een representatieve democratie is de invloed van kiezers op hun politieke toekomst het grootst als zij niet té veel met politici de toekomst inkijken, maar blijven nagaan hoe politici in het verleden zijn omgegaan met hun vertrouwen. De toekomst blijkt vaak een vrijplaats voor fantastische oplossingen, terwijl over gedane zaken geen verantwoording wordt afgelegd.

Democratisch momentum

In het licht van deze problemen is de Brexit een uiterst interessante gebeurtenis. Die heeft twee gezichten: het referendum dwingt politici zich te verantwoorden voor het gevoerde Europese beleid, maar heeft evengoed een ideaal podium geboden aan populisten die geen verantwoording afleggen. Aan de ene kant ging de politieke strijd in de media deze keer niet slechts om kiezers, maar om echte beslissingen, terwijl kiezers niet alleen toeschouwer van een politiek drama waren, maar het lot van de natie mede bepaalden. Aan de andere kant lijkt dat besef vooral in te dalen nu het spektakel op de Bühne ten einde is.  
Pas als we die beide gezichten leren zien, kan de Brexit ondanks zichzelf een democratisch momentum forceren.

Politiek mag geen vrijblijvende slag om media-aandacht en kiezers blijven, maar moet draaien om dilemma’s en beslissingen die er toe doen; de democratie mag niet worden uitgehold door een gebrek aan politieke verantwoording, ook al hebben we nog zoveel toekomstscenario’s om op te stemmen; en burgers moeten méér gehoord worden, maar mogen ook weten dat zij feilbaar zijn.