Allah en Spaghettimonster samen in de klas

20 maart 2017

Allah en Spaghettimonster samen in de klas

De integratie op Amsterdamse scholen is mislukt, volgens onderzoek van bureau DUO onder schoolleiders en leraren uit het basis- en voortgezet onderwijs (Parool 1 februari).  Belangrijker dan ooit dat schoolleiders het lef hebben om humanistisch of religieus vormingsonderwijs aan te bieden.

Een op de acht leraren durft moeilijke kwesties als homoseksualiteit niet te bespreken in de klas. Ik zou zeggen hulde aan die zeven van de acht docenten die dat wel durft. Terwijl vrijwel 100 procent van de Amsterdamse directeuren van openbare scholen geen humanistisch of religieus vormingsonderwijs aan biedt aan de kinderen.Dan doet de ‘provincie’ het beter. Daar wordt sinds jaar en dag aan ouders actief gevraagd of ze humanistische, christelijke, hindoeïstische of islamitische vorming voor  hun kinderen willen hebben. Zijn de Amsterdammers vergeten dat levensbeschouwelijke en religieuze pluriformiteit de raison d’etre is van het openbaar onderwijs? Juist deze pluriformiteit heeft de wind in de zeilen. Deze week stemde de Eerste Kamer in met een wet die na  100 jaar schoolstrijd de structurele bekostiging van dit vormingsonderwijs regelt. Voor de  goede orde: openbare scholen moeten dit onderwijs aanbieden als ouders daar om vragen. 

Tot zover de wet, nu de  praktijk. Bij betrokken directeuren lijkt er een misvatting te zijn over wat  neutraliteit van het openbaar onderwijs nu precies betekent.  Het openbaar onderwijs in Nederland is niet neutraal. De scheiding tussen kerk en staat betekent niet dat levensbeschouwing en religie buiten de school moet blijven. Artikel 23 van de grondwet staat dus niet voor afwezigheid van levensbeschouwing en religie maar schrijft voor dat een openbare school geen partij mag kiezen voor een van de stromingen.  Ieder kind is welkom niet ongeacht zijn levensbeschouwing maar met zijn levensbeschouwing. Maar de openbare scholen laten kennelijk liever God,  Allah, Spinoza of het Spaghettimonster thuis op het nachtkastje blijven liggen. 

Identiteit

En zo wordt langzamerhand niets meer zo privé als je godsdienst of levensovertuiging. Maar zij zijn onderdeel van de identiteit van mensen en dus ook van kinderen. Juist door het verschil in overtuiging tot een privézaak te verklaren  en uit de klas te verbannen, raken al die juffen en meesters vaak hopeloos in  de knoop met de opdracht om goed burgerschap en de gelijkwaardigheid van mensen te propageren en dus ook ‘moeilijke kwesties’ te bespreken.  

Deze week  zijn er een paar honderd jongeren bij het Humanistisch Verbond  over de vloer geweest voor een levensbeschouwelijk project. Verschil je wel eens van mening met je vrienden over religie of levensovertuiging? Vroegen wij aan hen. De meesten antwoordden dat ze geen vrienden hadden die een andere religie of levensovertuiging hebben. Degene die ze wel  hadden, spraken daar niet over.

Aan de andere kant vonden ze het wel belangrijk om ‘iets te leren over andere religies of levensovertuigingen’. Maar die kennis leidt eigenlijk nooit tot een ander inzicht. Het waren even vriendelijke als zorgwekkende antwoorden. Want het is belangrijk dat kinderen de kans krijgen om ook op school  hun levensbeschouwelijke identiteit te ontwikkelen en te onderzoeken en dat niet alleen in de echokamers van het eigen gelijk in de privésfeer te doen. 

Openbare scholen in Amsterdam hebben met de nieuwe financiering in de wet niet alleen de plicht om levensbeschouwelijk onderwijs actief onder de aandacht te brengen van ouders.  Het is ook een kans voor de juf en de meester om bij hun lessen over “moeilijke kwesties”  terug te kunnen vallen op het werk dat door de vakdocenten al gedaan is. Ik hoop dat het openbaar onderwijs haar koudwatervrees voor religie en levensbeschouwing in de school laat varen .

Ik begrijp dat het eng is – wat haal je je school binnen - maar zonder die God, Allah, Spinoza en dat Spaghettimonster kan je die echte pluriformiteit op school en in de stad niet realiseren.

Deze opinie verscheen op 6 maart 2017 in het Parool.