Agenda Arnhem

Filosofiecafé Wageningen | Michiel Meijer: De ontologische zoektocht van Charles Taylor

11 jun

Filosofiecafé Wageningen | Michiel Meijer: De ontologische zoektocht van Charles Taylor

In een groot aantal van zijn artikelen en boeken is Charles Taylor op zoek naar het ontologische gehalte van onze morele overtuigingen en uitspraken. Toch is hij altijd enigszins terughoudend over dit onderwerp. De vraag naar de ontologie achter onze ethische opvattingen wordt in alle hoofdwerken – Hegel (1975), Sources of the Self (1989) en A Secular Age (2007) – aangestipt, maar wordt in geen van deze boeken echt uitgewerkt. Zelfs in het artikel “Ethics and Ontology” (2003), waarin Taylor de verhouding tussen ethiek en ontologie centraal stelt, blijft hij bekennen dat zijn denken nog altijd “te ongenuanceerd” is om deze kwestie grondig te onderzoeken.[1]     

Taylors openlijke onzekerheid over ontologische kwesties staat in schril contrast met zijn felle kritiek op wat hij het “ethisch naturalisme” noemt.[2] Enerzijds lijkt hij in zijn kritiek op het naturalisme bewust de grenzen te verkennen tussen ethiek, fenomenologie en ontologie. Anderzijds zijn de ontologische implicaties van Taylors fenomenologische benadering van de ethiek tot op heden onduidelijk. Onlangs verklaarde hij zijn aanpak als een poging om inzichten vanuit verschillende filosofische disciplines te combineren, en daarmee zogeheten “interwoven arguments” te ontwikkelen.[3] Dat betekent dat Taylor, in zijn zoektocht naar het ontologische gehalte van onze morele opvattingen, tegelijk bepaalde fenomenologischereflecties wil betrekken bij de ethische en ontologische vragen die hij zichzelf stelt. 


Hoewel zijn methode dus het evenwicht zoekt tussen ethiek, fenomenologie en ontologie is er veel verwarring ontstaan over de ontologische implicaties van Taylors filosofie. Ik zal in mijn lezing zijn positie proberen te verhelderen aan de hand van drie kernpublicaties over dit thema: Taylors grotendeels vergeten artikel “Ontology” (1959),[4] het relatief onbekende “Ethics and Ontology” (2003) en de meest recente weergave van zijn ontologische positie (samen met Hubert Dreyfus) in Retrieving Realism (2015).[5] Hiermee hoop ik niet alleen de consistentie van Taylors denken te laten zien, maar ook zijn voortdurende onzekerheid ten aanzien van ontologische vragen.    


[1] Charles Taylor, “Ethics and Ontology”, The Journal of Philosophy 100 (6), 2003: p. 320. Alle vertalingen zijn van mijzelf, tenzij anders vermeld.

[2] Ibid., p. 306.

[3] Taylor gebruikte deze uitdrukking ter verheldering van zijn methode tijdens een seminar aan de Universiteit van Leuven (02-06-2015). 

[4] Charles Taylor, “Ontology”, Philosophy (34), 1959: p. 125-141.

[5] Hubert Dreyfus and Charles Taylor, Retrieving Realism (Cambridge: Harvard University Press, 2015), vertaling door Michiel Meijer, Het Realisme Herwonnen (Zoetermeer: Klement, 2016).


Michiel Meijer studeerde filosofie aan de Universiteit van Tilburg, Universiteit Leiden en Radboud Universiteit Nijmegen en ontving in 2011 de Leo Polak Scriptieprijs en de Geert Grote Pen voor zijn masterthesis over de relatie tussen zin en waarheid in het denken van Friedrich Nietzsche en Charles Taylor. In 2016 behaalde hij de graad van Doctor in de Wijsbegeerte aan de Universiteit Antwerpen met de verdediging en publicatie (Rowman & Littlefield, 2017) van zijn proefschrift over Charles Taylors filosofie van sterke waardering (strong evaluation). Hij is tevens alumnus van de Stichting Thomas More en ontving onlangs het eerste Thijmstipendium, een aanmoedigingsprijs voor jonge wetenschappers van het Thijmgenootschap.